Saturday, May 16, 2009

Hoe een homo te omarmen

Als je wilt weten hoe je een homo moet omarmen kun je voortaan bij Arie Boomsma terecht. Onze evangelische beauty boy heeft aangegeven daarmee door te gaan ondanks de heftige aanvaring met zijn werkgever over de photoshoot die in L'HOMO verscheen. De eerste homoglossy is een feit en daarmee Arie's definitie van wat homo-omarmen betekent: schamel gekleed met een omfloerste blik de camera inkijken alsof die zegt: Kijken mag, aanraken kan niet.

Als ik homo zou zijn, zou ik bij het zien van de lonkende ogen niet het gevoel krijgen dat de liefde van God mij toestraalt. Lust zou in mij op worden gewekt. In plaats van goddelijke liefde zou ik een verlokkelijk lijf zien waarmee ik wel raad wist als mij de gelegenheid geboden zou worden.

Er spreekt uit Arie’s fotosessie niet dat God van homo's houdt, ook niet dat God niet van homo's houdt. Er is gewoon een serie verleidelijke foto's te zien van een bloedmooie vent in een blad voor mannen. Ja, ook hetero's weten wat homo’s lekker vinden. Arie vindt het fijn (werd wel door de EO verpest), Linda vindt het fijn (werd door de EO nog fijner), Paul de Leeuw vindt het ook fijn (werkt ook niet bij de EO), homo's vinden het zeker fijn. Arie bevestigt de homo's in hun seksuele geaardheid. De homo's voelen zich 'en passant' gelijk iets meer geaccepteerd door God - misschien.

Ik had gehoopt dat Arie Boomsma door zijn schorsing tot bezinning zou zijn gekomen. Dat hij zou beseffen dat je de homo niet benadert door het fysieke te benadrukken. Doet Arie niet dat geenseksprogramma op tv waarbij men probeert te laten zien dat het bij liefde niet om seks maar trouw gaat? Juist door zich te laten leiden door het verlangen te provoceren en toe te geven aan een stukje ijdelheid (zie het interview in Visie 20) heeft hij de homoscene eerder verder van God afgeduwd. De God die je de waarheid laat zien tenminste. Lachend vertelde Linda dat de rel rondom Arie een 'geschenk uit de hemel was'.

En al die commotie hè. Waarom doet de EO toch zo moeilijk? Boomsma weet het wel. Wat de EO betreft, ze waren terecht boos, want het ging om contractbreuk. Geen woord over de morele kwestie an sich.

Alles bij elkaar wijst het op een gigantisch hiaat in Boomsma's omgang met de wereld. Hij zegt (in het Visieinterview): 'Het is onze verantwoordelijkheid om in de buitenwereld te staan en daar christen te zijn'. Arie weet heel goed hoe je in de buitenwereld moet 'staan', vooral met ontbloot bovenlijf. Maar hoe dat als christen moet, heeft hij niet op een rijtje. En dat schept verwarring voor de achterban van de EO, het verzwakt de EO en het staaft de wereld in haar eigen zondige levensstijl én haar karikaturaal beeld van de Kerk van Christus.

Ik heb liever duidelijkheid met een scherp randje dan het geschipper van een jong boegbeeld dat geen duidelijk omlijnde koers weet te varen. Dan heb ik veel meer met het breekbaar eerlijke optreden van Johan Quist bij Pauw en Witteman waar hij geen water bij de wijn deed als het gaat om het bijbelse standpunt t.a.v. homoseksualiteit, maar aan het eind van het interview overduidelijk maakte dat God niet alleen de homofiel maar elke mens liefheeft.

Dat is het ware omarmen van de homo. Ik voelde me trouwens als hetero op mijn beurt ook omarmd door deze eerlijke en rechtschapen homo die recht doet aan zowel Gods heiligheid als zijn liefde.

Friday, May 15, 2009

The Slumdog and the Millionaire

Dat zou de echte titel beter hebben kunnen zijn voor de film ‘Slumdog Millionaire’. Op diverse sites was te lezen dat de jongen die de broer van de hoofdpersoon speelde in de met 8 oscars bekroonde film er niets concreets aan over heeft gehouden. Nee sterker nog, wat in de film Jamal Malik overkomt in zijn jeugd waarbij een woedende menigte zijn moslimbuurt kort en klein slaat en zijn moeder overlijdt, overkwam nu min of meer het acteurtje zelf. Azharuddin Ismail werd donderdagochtend door een politieagent met een bamboestok wakker gemaakt en 10 minuten later werd zijn huis met de grond gelijk gemaakt samen met alle krottenhuizen in de buurt.

Azharuddin en het meisje dat in de film de jeugdige Latika speelt, zijn de enige twee acteurs die ook daadwerkelijk in een krottenwijk wonen. En dat zullen ze blijven doen. Niet in deze krottenwijk, want die is met de grond gelijk gemaakt. Niet dat de makers van de film hen helemaal aan hun lot overlaten. Er is een financieel fonds dat bedoeld is voor als ze groot zijn geworden. Ook zijn er andere financiële middelen voor hen gereserveerd, maar niet genoeg om in een appartement te gaan wonen en de krottenwijk achter zich te laten.

Slumdogs blijven slumdogs en miljonairs worden rijker. Het staat in de sterren geschreven. Je lot is beschikt; zeker als je in India woont. Een miljonair word je als slumdog alleen in de film; niet in het echt. Als je een slumdog bent, wordt je huis (of wat er voor door gaat) éénmaal per jaar platgewalst waarna je weer opnieuw begint. Het is een cyclus die nooit ophoudt. Een mooi beeld van de door karma in stand gehouden reïncarnatie.

Maar als je miljonair bent, leef je iets meer een ‘lineair’ leven. Alles wordt groter, meer en beter. Money begets money - laat het geld voor je werken, vooral wanneer je het zelf niet meer kan. Dan laten we even achterwege dat dat geld ergens vandaan moet komen. Vrijwel elk paleis is gebouwd op de fundamenten van bloed, zweet en tranen van hen die hun leven ervoor moesten geven.

Maar het is niet fair alleen boos te kijken naar de filmmakers die blijvend vruchten plukken van het filmsucces (Freida Pinto is het nieuwe gezicht van L’Oreal). Zitten wij niet in het Westen vetgemest te genieten van onze welvaart? Dat is óns paleis mede gebouwd op een vuile geschiedenis van kolonialistische uitbuiting, protectionisme en oneerlijke handelsverdragen.

De bottom-line is echter wel dat wij allen gevangen zitten in structuren die we zelfs met barmhartige vrijgevigheid en zelfbewuste schuldcomplexen niet om kunnen buigen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje dat aan het zinken is. De armen zitten bij het lek, de rijken bij de achtersteven die wel omhoog lijkt te gaan maar uiteindelijk met een diepe zucht ondergaat.

Wat verandering brengt, zal meer om het lijf moeten hebben dan 10 minuten beroemdheid op het podium van Hollywood, meer dan een welwillende geste van de filmmaker, meer ook dan ons ‚ach en wee’ wanneer wij als consumenten van vermaak naar een illegale kopie van de ‘Slumdog Millionaire’ hebben gekeken. Totdat die verandering komt, blijft het The Slumdog And The Millionaire.

'Geslacht' om het verkeerde geslacht

In Zweden mogen vrouwen hun baby laten aborteren als ze het geslacht van de vrucht weten en daar niet tevreden mee zijn. Als ze liever een jongen hebben, terwijl uit echo’s blijkt dat de vrucht een meisje is (of andersom) is abortus dus toegestaan. Dat blijkt uit een uitspraak van de Nationale Gezondheidsraad in Zweden’, aldus Manna-vandaag.nl [http://www.manna-vandaag.nl/?post=5533].

Zoals zo vaak wordt ook hier de beslissing verhuld achter de mooie taal van de jurisprudentie die (heel onschuldig en te goeder trouw) een reeds bestaande wet interpreteert. Het niet nader gedefinieerde woord „nood” wordt verruimd omdat in het geval van een onvervulde dochter- of zoonwens duidelijk sprake is van nood. Ook in de Nederlands wet is ‘nood’ niet nader gedefinieerd in de abortuswetgeving.

Dit soort taalgebruik verhult echter een enorme verschuiving in de levensbeschouwing en morele opvatting van hen die spreken. Deze verschuiving kan ongemerkt z’n gang gaan omdat het zich verschuilt achter een reeds bestaande definitie of formulering. Er is een gevoel van onbehagen bij het aanhoren ervan, maar alles lijkt in orde.

Mensen worden altijd boos wanneer de vergelijking wordt gemaakt met nazi-Duitsland waar op grote schaal de onvolmaakten (en ongewensten) ‘weg-geëuthanaseerd’ werden net zoals ze hier geaborteerd worden. Maar waar is de bottom-line? Waar zeg je: ‘Tot hier toe en niet verder!’? Waar is uiteindelijk het onderscheid dat de nazis tot monsters maakt en ons bestempelt als welwillende onschuldigen?

Het ligt in de aard der zaak dat de vergelijking met de nazis getrokken. Ik trek drie lijnen.

Het recht van de zwakken wordt opgeven ten behoeve van het gemak van de sterke. Als bij abortus het recht van de sterkste gerationaliseerd kan worden, is er geen reden waarom bijvoorbeeld dictatorschap niet gerationaliseerd zou kunnen worden. Hoe ver het er ook vanaf lijkt te staan ook daar geldt het recht van de sterkste.

Ten tweede de herinterpretatie van juridische formuleringen en ethische normen zal altijd doorgaan. Altijd is dat ene woord wel op te rekken of van toepassing te laten zijn in die ene situatie of voor die ene groep. Of het nu om de ‘nood’ van de Finse vrouw gaat of het ‘nationaal belang’ bij het vervolgen van de joden door de nazi’s.

En ten derde het eufemistische taalgebruik waarmee dit gebeurt. Er is altijd een manier om het objectief verkeerde te verdoezelen, het mooi te praten en te laten klinken alsof het het tegenovergestelde is van wat het zegt. Propaganda is niet ver. Voor alles is er een ‚entlösung’.

Daarom heeft de manier waarop wij omgaan met goed en kwaad en met de zwaksten in ons midden in principe de potentie om veel dieper te zakken dan het nazisme ooit kwam. Immers het nazisme werd op een bepaald moment gestopt, maar wie stopt ons in onze grenzeloze eufemismen en heilloze herinterpretaties bij het vertrappen van de zwakke? De verdrukten kunnen niet in opstand komen of zich verenigen in verzet.

Eerst was er abortus wanneer het leven van de moeder in gevaar was. Toen kwam er abortus voor verkrachtte vrouwen. Toen abortus in noodgevallen, toen abortus van zwaargehandicapte foetussen, toen abortus van foetussen met een hazelip en Down-syndroom foetussen. Nu worden ze in Zweden gedood vanwege het verkeerde geslacht. Wat volgt? Wie volgt?

Ergens is een grens gepasseerd: de vrouw werd baas in eigen buik. Maar de foetus is niet baas over eigen buik, of eigen hersenen, of eigen ledematen geworden en heeft het recht om te leven verloren. De foetus is een parasiet die zich voedt met de levenssappen van de moeder. Ongevraagd eist de ‘aanvaller’ de buik op en legt beslag op de toekomst van een moeder die slachtoffer is.

Moloch is wakker geworden. Hij ruikt bloed en hongert naar mensenvlees. Meer, meer. En te eten zal hij krijgen zolang wij doorgaan met onze herinterpretaties en eufemismen om ons egoïsme te bevredigen.

Wednesday, May 13, 2009

Creationistisch onderwijs op scholen

Arie Slob heeft in een interview met nu.nl gezegd dat hij vindt dat het scheppingsverhaal ook op openbare scholen onderwezen moet worden. Alsof dat gaat gebeuren. Leuk is het wel. Een goeie tegenzet na de brief die Taede Smedes, onderzoeker aan de faculteit religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, schreef aan minister Plasterk over de ontwikkeling van lesmateriaal ten behoeve van het onderwijzen van het scheppingsverhaal. Ik schreef hierover in een eerdere column omdat ik vind dat zelfs maar de suggestie van een verbod op het onderwijzen van het scheppingsverhaal getuigt van engdenkendheid en bekrompenheid.

Ook nu is Smedes op zijn blog in de pen geklommen en heeft hij het over de ‘dictatuur van de gelovige’, omdat blijkbaar de CU uit is op een ‘theocratie in Nederland’. Hij waarschuwt voor ‘Amerikaanse’ toestanden (‘rare jongens die Amerikanen’) en de terugkeer naar ‘middeleeuwse’ toestanden. Slob bepleit niet anders dan de ‘verdomming’ van Nederland, vindt Smedes. Smedes vertegenwoordigt aardig het algemene gevoel t.a.v. scheppingsleer en evolutietheorie in Nederland.

Over ‘verdomming gesproken’ wie pleit daar nu eigenlijk voor? Slob die allebei de theorieën de ruimte wil geven, of Smedes die slechts het evolutionisme wil? Wie pleegt er nu dictatuur? Slob die een genuanceerd onderwijs wil op dit punt of Smedes die slechts één theorie als waarheid wil opleggen? Wie gaat er nu terug naar de Middeleeuwen? Slob die meerdere meningen de ruimte wil geven of Smedes die ons wil vertellen, wat we moeten geloven.

Geloven, ja. Want het gaat om geloven. Smedes plaatst wel schamper de Staten Vertaling tegenover Darwin, maar dat is een onterechte vergelijking alsof hier wetenschappelijk denken tegenover mythisch denken staat. In beide gevallen gaat het om een visie op hoe de wereld in elkaar zit. In beide gevallen probeert men die visie wetenschappelijk te onderbouwen. In beide gevallen hebben we te maken met een wetenschappelijke theorie die nog niet bewezen is.

Zowel creationisme als evolutietheorie hebben een probleem. Voor het creationisme is het een imagoprobleem voor de evolutiotheorie gaat het om een identiteitscrisis. Eerst maar het creationisme.

Imagoprobleem
Het creationisme wordt gezien als een bijbelse mythe waarbij het wetenschappelijk jargon nauwelijks verhult dat het om een religieus standpunt gaat. Zonder te luisteren naar argumenten wordt het creationisme met buldergelach begroet en vervolgens weggehoond: ‘Genesis 1 als basis voor de natuurkundeles? Ha ha ha! Zo, nu weer serieus met dé wetenschap aan de slag’. Natuurlijk wordt er in het creationisme serieus naar Genesis gekeken. De discipline van de theologie wordt geraadpleegd voor exegese en hermeneutiek. Maar verder houdt creationisme zich bezig met het interpreteren van dezelfde wetenschappelijke data waar ook voorstanders van de evolutietheorie zich mee bezighouden. Daarnaast is het de nieuwere beweging Intelligent Design die m.b.v. harde data conclusies trekt die tenminste een deel van het creationistische standpunt lijken te ondersteunen. Het is een imagoprobleem: het creationisme wordt a priori niet als plausibel beschouwd nog voordat de argumenten gehoord worden.

Identiteitscrisis
De evolutietheorie heeft een zo mogelijk nog groter probleem. Het is een theorie maar wordt beschouwd als een voldongen feit, het is een hypothese, maar pretendeert de waarheid te zijn. Darwin heeft een conclusie getrokken en sinds die tijd heeft men onderzoek gepleegd om de conclusie te ondersteunen. Best, maar geef dat dan toe. De evolutietheorie kent enkele grote problemen die al gelijk aantonen dat deze theorie op een wankel fundament rust. (A) Homologie (overeenkomst in de lichaamsbouw der soorten) is geen bewijs voor de evolutie van de soorten, maar een gegeven waar verschillende verklaringen kunnen worden gegeven. (B) Dé essentiële fossiele data, nl. de tussenvormen, ontbreken. (C) Evolutie (op basis van de genetische diversiteit) binnen de soort is aangetoond, evolutie tussen soorten niet. (D) Biogenesis (het spontaan ontstaan van leven) is een megaprobleem voor de evolutietheorie. (E) Vele organen kunnen nooit ontstaan zijn middels evolutie, omdat elk voorstadium van het orgaan het organisme geen enkel voordeel opleverde. Ga zo maar door. Wat een arrogantie. Wat een eigendunk. Zelfoverschatting maakt blind voor de waarheid. De evolutietheorie is een ... theorie!

Geloven doen ze allemaal
Dus waarom dan die hartstochtelijke verdediging voor een theorie die alom als ‘waar’ wordt verkondigd? Toch niet om de waarheid veilig te stellen, want het is helemaal niet zeker dat de evolutietheorie waar is. Waarom dan? En wel precies hierom dat de evolutietheorie net als het creationisme diep geworteld is in een levensbeschouwing. En de levensbeschouwing van de aanhangers van de evolutietheorie staat of valt met die evolutietheorie. De consequenties zijn enorm als de evolutietheorie niet waar blijkt te zijn; het enige alternatief is dan een intelligente oorsprong voor het leven.

Zowel evolutieleer als scheppingsleer komen voort uit een levensbeschouwelijk standpunt en proberen dat standpunt wetenschappelijk te onderbouwen met een verklaring van de oorsprong van het leven. Beide hebben vanuit het standpunt van een neutrale (ik weet niet precies wat dat is; volgens mij bestaat het niet) overheid evenveel bestaansrecht en verdienen evenveel spreektijd.

De vraag is, waar ga je deze levensbeschouwingen en de aanverwante theorieën doceren? In de godsdienst- en maatschappijlessen of de natuurkunde- en biologielessen? Mij maakt het niet veel uit. De levensvisie mag met verve gedoceerd en verdedigd worden in de cluster godsdienst/maatschappijleer terwijl de verklaring van oorsprong en de ontwikkeling van het leven met de nodige reserve en bescheidenheid gedoceerd dient te worden in de cluster natuurkunde/biologie.

Belangen
Maar er moet een einde komen aan de arrogante houding van vele evolutieaanhangers. Hun theorie is niet bewezen. Tegelijk doen aanhangers van de scheppingsleer er goed aan om goed onderscheid te maken tussen hun aanname van Genesis 1 als geopenbaarde waarheid van God en het creationisme dat een wetenschappelijk model is dat de data probeert te interpreteren op een manier die in overeenstemming is met het geloof dat God het leven geschapen heeft.

Dat de data op verschillende manieren worden geïnterpreteerd is onvermijdelijk. Maar dscrimineer niet één van beide theorieën. Geef ruimte aan verschillende ideeën. Uiteindelijk zullen nieuwe data tevoorschijn komen die ervoor zal zorgen dat één van beide modellen (of misschien allebei) steeds meer als implausibel zal worden beschouwd en uiteindelijk in de prullebak zal verdwijnen. Wees niet bang voor de waarheid.

Voor de atheïst staat eigenlijk het meeste op het spel. Wanneer zijn evolutiemodel niet waar blijkt te zijn, valt tevens zijn wereldbeeld in duigen. Wanneer echter de creationist zijn creationisme moet opgeven, hoeft hij alleen maar te concluderen dat God het blijkbaar toch anders heeft gedaan dan hij dacht. De levensbeschouwelijke consequenties voor de atheïst zijn dus groter dan die voor de creationist. En daarom zie je, denk ik, die absurde vooringenomenheid in de discussie, die welhaast religieuze dogmatische verslaving aan het evolutionisme dat uit alle macht het creationisme weg probeert te drukken.

Daardoor zijn het m.i. uiteindelijk vooral de evolutionisten die voor ‘verdomming’ zijn, ze hebben belang bij het onderdrukken van kennis. En hoe doe je dat het beste dan door te pretenderen, nee te geloven, dat je wetenschappelijk bezig bent. Het is dan makkelijk om creationisten uit te maken voor aanhangers van een mythologisch wereldbeeld die net als middeleeuwers die nog in een platte aarde geloven. Het is nl. makkelijk om een karikatuur van je tegenstander te maken om die vervolgens neer te sabelen dan dat het is om die tegenstander zelf te lijf te gaan.

Het is hoog tijd dat we verlost worden van de dicatuur van de ‘gelovige evolutionist’ om vrij na te denken over waar en hoe het allemaal begon. Daar is het Arie Slob (en mij) om begonnen.

Tuesday, May 12, 2009

Francis Schaeffer, 25 jaar later

Op 15 mei 1984 overleed Francis Schaeffer op 72 jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Zijn reputatie als eminent apologeet van het christelijk geloof die in staat was de intellectueel van de tweede helft van de 20ste eeuw aan te spreken, was toen al lang en breed gevestigd. Deze Amerikaanse predikant was in 1947 naar Europa gekomen om zich uiteindelijk te vestigen in Zwitserland waar hij L’Abri stichtte. In deze leefgemeenschap, die uitwaaierde naar verschillende landen waaronder Nederland, vonden op drift geraakte jonge intellectuelen een oase van geestelijke rust en kwamen zij in contact met een vitaal christendom dat praktizeerde wat het predikte en rationeel onderbouwde wat het geloofde.


Ook in Nederland was Schaeffer een bekend en gerespecteerd persoon. Zijn samenwerking met de EO resulteerde in een tv-serie, ‘Hoe zouden wij dan leven’ waarin de grote lijnen van de Westerse cultuur werden geduid in het licht van de bijbelse boodschap. De serie werd in boekvorm uitgegeven en verschillende werken van Schaeffer, waaronder ‘Leven door de Geest’, ‘De God die leeft’, ‘Wat ging er mis’ en ‘Een christelijk manifest’ werden in het Nederlands vertaald.

Mijn persoonlijk verhaal is eigenlijk nauw verweven met het werk dat Schaeffer tot stand bracht. Ik weet nog dat ik in mijn tienerjaren samen met mijn vader naar de serie van de EO keek. Deze markante man met zijn geitensikje en nikkerbokker intrigeerde me. Hoewel ik met het geloof opgevoed ben, kende mijn geloof echter niet echt een intellectuele basis. Dat brak me - in combinatie met andere problemen - op. Ik raakte bijna op een dwaalspoor. Maar op 19 jarige leeftijd was er een geestelijke doorbraak waardoor ik weer terugkwam bij God. Het was zo’n 8 maanden later dat ik het boek ‘Hoe zouden wij dan leven’ las. Het lezen van dit boek had een enorme impact op me. Het ontketende een storm in mijn hoofd: een intellectuele doorbraak, een mentale bevrijding van alle argumenten tegen de God van de bijbel die ik jarenlang aan had moeten horen zonder goed verweer te hebben. Ik schreef aan de binnenkant van de kaft een geloofsbelijdenis op, een statement van een ontluikende christenintellectueel.

Een van de belangrijke concepten van Schaeffer was de lijn van wanhoop. Het is een lijn die volgens Schaeffer in Europa in 1890 en in Amerika in 1935 overschreden werd. Vóór de passering van die lijn geloofden mensen nog in zekere zin in absolute waarheden. Na die lijn werd de notie van vaststaande waarheid steeds meer losgelaten met existentiële wanhoop als gevolg. De manier waarop deze veranderende opvatting over de werkelijkheid zich voltrok was in verschillende stadia. Het begon bij filosofie en beïnvloedde via de beeldende kunst en de muziek de algemene cultuur om uiteindelijk bij de theologie terecht te komen.

Wat ik toen niet besefte en wat me pas recentelijk duidelijk werd, is dat de indruk die Schaeffer op mij maakte zich ook in het groot had voorgedaan. Schaeffer had voor de hele evangelicale beweging (in het angelsaksische taakgebied omvat dat in tegenstelling tot Nederland ook de reformatorischen) gedaan wat hij ook in mijn hoofd tot stand had gebracht. Hij heeft de kerk laten zien dat er een andere weg is dan die van wereldmijding om de leer veilig te stellen. Een ghetto vormen is niet de manier om de waarheid te bewaren; het voldoet ook niet aan de opdracht om deze wereld met het evangelie te bereiken. In plaats van een capitulatie van het geloof voor de intellectuele afwijzing door een seculaire samenleving en de liberale theologie, ging Schaeffer de kritische dialoog aan met een post-christelijke samenleving en de hippy-cultuur van de jaren 60. Hij formuleerde antwoorden op de vragen waar ongelovigen mee zaten en liet in de praktijk zien hoe deze antwoorden doel troffen in hun hart.

We moeten niet vergeten dat ook in die tijd genoeg apologeten en christendenkers van naam werkzaam waren. Ik noem er enkele: Carl Henry, Ronald Nash, James Sire, Cornelius van Til, Gordon Clark, C.S. Lewis, Alvin Plantinga. Tevens was Schaeffer geen doorgewinterde filosoof. Zijn analyse van de betekenis van Thomas van Aquino is bijvoorbeeld controversieel. Volgens Schaeffer stond Aquino aan het begin van de trend naar irrationaliteit in de westerse cultuur, omdat Aquino genade (het bovennatuurlijke) en natuur (de empirische werkelijkheid) los van elkaar haalde. Ook was en is de apologetische methode van Schaeffer niet de enige die aandacht verdient. Hij was een gematigde presuppositionalist. Volgens het presuppositionalisme moet men Gods bestaan vooronderstellen alvorens men de werkelijkheid kan duiden. Hij was ook cultuurapologeet wat blijkt uit zijn bedrevenheid in het aantonen dat onze cultuur een weg in is geslagen die leidt tot existentiële wanhoop. Er zijn echter ook andere manieren van apologetiek bedrijven waarvan de klassieke apologetiek (het werken met godsbewijzen) waarschijnlijk de meest effectieve is.

Toch heeft Francis Schaeffer iets gedaan wat uniek was. Os Guinness, die jarenlang samenwerkte met Schaeffer en nu een bekend schrijver en spreker is in de USA, stelt dat Schaeffer als geen ander een passie voor God en een passie voor de waarheid wist te combineren met een passie voor mensen. Deze man is een reus van het evangelicalisme geworden, omdat hij niet naar binnengekeerd was maar de deur openzette naar de buitenkerkelijken en hen bezag in de context van de westerse geschiedenis en cultuur. Hij kwam niet eenvoudigweg met een evangelisatieboodschap, maar zocht antwoorden op de vragen van de intellectuele mens van de 20ste eeuw en formuleerde die vanuit Gods Woord in een voor de moderne mens verstaanbare taal.

Schaeffer heeft zo ook mede aan het begin gestaan van de nieuwe golf van christelijk intellectualisme die vandaag de dag m.n. in de angelsaksische wereld een grote groei doormaakt. Debatten tussen theïsten en atheïsten zijn tegenwoordig ‘the talk of the town’. Het is ‘in’ om deze debatten bij te wonen, ze te downloaden van internet en samen met vrienden te genieten van de argumenten die pleiten voor het bestaan van God, de historiciteit van de Bijbel en de uniciteit van Jezus Christus. Christenen doen weer mee in het intellectuele debat en worden door atheïsten als geduchte tegenstanders beschouwd. Schaeffer is voor deze opleving zeker niet alleen verantwoordelijk, maar heeft daarin een belangrijke rol gespeeld.

Tegelijk vormen het werk en voorbeeld van Schaeffer tegenwicht tegen een andere trend. Volgens sommigen past de rationele inslag van Schaeffer niet meer bij het postmodernisme van deze tijd. Ook in de kerk is deze trend doorgedrongen. Denk aan de ‘emergent church’ beweging waarin authenticiteit de voorrang krijgt boven orthodoxie en gevoel belangrijker is dan logica. Schaeffer was hartstochtelijk voorvechter van propositionele waarheid, omdat wat je voor ‘waar’ houdt uiteindelijk bepaalt waar je leven in resulteert.

Zijn hartstochelijk pleidooi voor een naar buiten gericht christendom dat trouw is aan haar wortels en tegelijk intellectueel relevant voor tijd waarin het in leeft, vormen zijn erfenis die hij heeft nagelaten aan de kerk van de 21ste eeuw. Zijn intellectualisme met als doel mensen terug te brengen tot God is een voorbeeld om na te volgen en toe te passen voor onze eigen tijd.

Enkele links:

Recent interview met Os Guinness op Between Two Worlds

‘Een oase van bezinning in de Betuwe’, artikel in Reformatorisch Dagblad over l’Abri en Francis Schaeffer

Twee gratis cursussen over Schaeffer van Jerram Barrs, docent aan het Covenant Theological Seminary:
http://worldwide-classroom.com/courses/info/cc578/
http://worldwide-classroom.com/courses/info/cc579/

Een recensie van Professor Douglas Groothuis over twee recente biografieën van Schaeffer

Saturday, May 9, 2009

Herdenking 30 april 2009

Toen ik gisteren naar de herdenkingsdienst keek voor de slachtoffers van de aanslag op 30 april trof het me hoe weinig antwoord er was. Er is verdriet én verslagenheid. Natuurlijk zijn er vragen zoals waarom het moest gebeuren of wat de motieven waren van de dader. Sommigen zullen zich ook afvragen waarom God zoiets toelaat, of waarom de ene sterft en de ander herstelt.

Maar wat me trof is dat er geen antwoorden van troost werden gegeven. Dood is dood. Punt uit! Weg is weg. Punt uit! De kaars dooft langzaam. De herdenkingsdienst ‘raakt’ afgelopen. Geen hoop. Alleen stilte, zachtjes kuchen en voetje voor voetje wegschuifelen in de duisternis van het stemmeloos menselijk bestaan. O ja, eerst nog de foyer.

Theologe Geel probeerde als laatste nog te inspireren met verwijzing naar saamhorigheid en ‘elkaar vasthouden’. Daarmee gaf ze - juist vanwege het geestelijk karakter van haar vak - implicitiet uitdrukking aan de antwoordloosheid van ons land. In diepere zin. Nederland is antwoordloos geworden in een werkelijkheid die zonder betekenis en doel is. Antwoorden mogen niet meer. Bemoedigingen zoals ‘God zij met U’ of ‘Mag de Eeuwige U vertroosten’, of ‘Mag de hoop op de opstanding U zekerheid bieden’ zijn politiek incorrect. In de plurale potpouri mag er geen zekerheid op een toekomst na dit leven geboden worden.

Daarom dit gedicht als een reflectie op de geestelijke staat van Nederland ontstaan in de context van de vreselijke tragedie van 30 april 2009.

Gat geslagen in verstomde natie
volk van vragen zonder antwoord
verweesd starend naar een scherm
van werkelijkheid zonder erbarmen

een 100-jarig feest verscheurd
onbedoelde overledenen betreurd
verbeurd verklaarde toekomst
van volk dat niet nader komt

Verbonden in cosmische eenzaamheid
houden we elkaar vast, én het gevoel...
dat niets ons bijstaat in de strijd
noch betekenis heeft noch doel

antwoorden zijn taboe
de dood doet er het zwijgen toe

Friday, May 8, 2009

Plasterk en de denkpolitie

De denkpolitie is weer op oorlogspad. Dit keer is het een lid van de Orde van het Allerheiligst Evolutiegeloof. Dr Taede A. Smedes, onderzoeker aan de faculteit religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, was zich een hoedje geschrokken over “de effecten van de hele discussie over de Urkse anti-evolutiefolder”. De organisatoren zouden nu bezig zijn lesmateriaal voor op scholen voor te bereiden. Hij riep minister Plasterk op om daar een stokje voor te steken. Want dat mag toch niet? Je mag kinderen toch niet leren denken wat buiten de consensus valt, wat politiek niet correct is?

Hoe vaak moet het nog gezegd worden dat de evolutietheorie een theorie is; een interpretatieparadigma waarmee data een plek wordt gegeven? Het gaat goed zolang men beseft dat het een model is, zolang men concurrerende modellen met respect bejegent. Maar wanneer de wens de vader wordt van de gedachte, d.w.z. wanneer de conclusie voorafgaat aan het onderzoek, krijgen we een situatie waarin wetenschappelijke data gehijacked worden door een als wetenschap vermomde religieuze kliek die ex cathedra bepaalt welke interpretatie geldt op scholen (of waar dan ook).

Plasterk ging er natuurlijk niet voor. Niet helemaal tenminste; wel een beetje. Hij stelt in zijn brief: “Op grond van de vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, kan en wil ik scholen niet verbieden het creationisme te onderwijzen.” Goed zo, minister! Maar de minister stelt eveneens dat het aan de scholen zelf is: “of zij tijdens hun lessen levensbeschouwing of maatschappijleer aandacht willen besteden aan de relatie tussen geloof en wetenschap. Bovendien hebben scholen de ruimte om godsdienstonderwijs te geven. Orthodox-christelijke scholen zullen dus zeker ook aandacht geven aan het creationisme”.

Zo? Hoort creationisme thuis bij godsdienstles en maatschappijleer? Daar gaan we dus toch weer. Eigenlijk wordt hiermee creationisme toch weer afgeschilderd als een soort moderne mythe waarmee ‘achtergebleven’ geloofsgroepen hun ‘verhaal vormgeven’. Het mag onderdeel zijn van de religie, maar niet van de ‘echte’ werkelijkheid van de grote mensen die - hun voorwetenschappelijk wereldbeeld af hebben gelegd. Zullen we voortaan wiskunde laten doceren door de juf Nederlands? En Engels door door de leraar natuurkunde? Want ja, onze verlichte wetenschappers hebben ook al bepaald wat er geloofd moet worden.

Als Don Quichottes zoals Smedes zich wat beter gaan organiseren zullen we straks pas echt een effectieve scheiding krijgen niet alleen van kerk en staat, maar ook van religie en politiek, van wetenschap en geloof, van publieke mening en levensovertuiging, van educatie en vrij onderzoek. Dat alles natuurlijk ter beoordeling van een zichzelf normerende en alsmaar evoluerende inquisitie.

We (en ‘we’ slaat niet alleen op christenen, maar op iedereen die voor vrijheid van meningsuiting staat) mogen heel blij zijn dat Plasterk zich niet voor deze kar laat spannen. Dat mocht trouwens ook wel na de beroering over zijn voorbarige brief van vorige week over homoseksuele relaties en gereformeerde scholen.

Thursday, May 7, 2009

Het recht om te overtuigen

Mag je nu zeggen ‘Er is geen God’ of niet? Enkele goedbedoelende vwo-leerlingen hadden een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie (RCC) omdat ze niet blij waren met het atheïstische billboard langs de A4. ‘Zij voelden zich naar eigen zeggen “aangetast in hun geloofswaarde” en dienden een klacht in,’ aldus De Spits.

Het moge bekend zijn dat ik niet weg was (en ben) van dat bord. Ik heb n.a.v. dat bord genoeg geschreven op mijn blog. Vier artikelen tegen het atheïsme zijn het resultaat geweest. Maar ik heb nooit beweerd dat het bord mij ‘aantast in mijn geloofswaarde’ en ik zal dat ook nooit doen. Ik zou zielig zijn als dat wel was, want mijn geloof is niet afhankelijk van wat anderen vinden, zeggen en schrijven. Stel dat ik ga huilen bij het horen van de roep van de minaret tot gebed tot Allah, of in een hoekje ga treuren wanneer iemand op tv ‘Ohm’ zegt. Deze zaken zijn wezenseigen aan respectievelijk de islam en het hindoeïsme, net zo goed als ‘Er is waarschijnlijk geen God’ geloofsartikel nummer één is van het atheïsme.

Trouwens, als de RCC deze slogan op het billboard zou hebben verboden, zou dat zich uiteindelijk tegen het christendom keren. Moslims zouden kunnen gaan klagen wanneer wij folders zouden verspreiden over ‘De Zoon van God’. Volgens de koran is dat namelijk blasfemisch en een hoop moslims zullen zich enorm in hun ‘geloofswaarde’ aangetast voelen wanneer zij moeten horen dat God wél een Zoon heeft. Het zou een waar pandemonium kunnen worden: alle gelovigen en ongelovigen die zich in hun geloofswaarde door alle andersdenkenden aangetast gaan voelen. Kunnen we straks alleen nog maar met afgeplakte monden door het leven gaan.

Deze lijn zou doorgetrokken kunnen worden van reclame naar publieke opinie. Stel dat er wetgeving komt die dit zou toepassen op elke publieke uitspraak. Zo onwaarschijnlijke gedachtengang is dit niet. We zitten nu eenmaal gigantisch te multi-cultiën. Religieus pluralisme leidt er al toe dat her en der blasfemie (tegen de God van de Bijbel) uit de grondwet wordt gehaald en vervangen wordt door een gedrocht waar ofwel niets ofwel teveel mee gedaan kan worden (zie bijvoorbeeld hier). Blasfemie is een lastig punt aan het worden.

Ik ben van mening dat elke vloek God in zijn waardigheid aantast. God, de Schepper van het tijd-ruimte continuüm waarin wij ons bevinden, wordt gesmaad. Dat kan niet, dat mag niet. Maar wat zien we? God zelf gedoogt het; er komt geen vuur uit de hemel om hier en nu de uitspraak ‘Er is geen God’ af te straffen én te ontzenuwen. Moeten wij dan op eigen initiatief er maar iets aan doen met een beroep op onze gekwetste gevoelens? Trouwens elke morele misstap in dit leven is een blamage van God. Elke morele fout zou verboden moeten worden. Om dat te bereiken moeten we naar een Orwelliaanse samenleving waar Big Brother (die van Orwell, niet die van de Mol) ons dag en nacht in het oog houdt om ons te straffen zodra we iets fout doen.

Onnodig kwetsen van een religie is onnodig. Vrijheid van meningsuiting is lang gebruikt om God, Jezus, de Bijbel en de christenen belachelijk te maken. Kwetsen is verkeerd. Maar de grens tussen het verkondigen van een mening en het kwetsen van een bepaalde groep is ontzettend arbitrair. Floris, de man van het billboard, wil in ieder geval níet kwetsen; hij wil overtuigen en aanzetten tot nadenken en debat. Hij is eigenlijk stiekum een evangelist van een boodschap - een niet zo blijde, dat wel - maar toch, het is een verkondiging. Gaan wij nu voortaan bij elke verkondiging die ons niet aanstaat, roepen dat het ‘ons aantast in onze geloofswaarde’? Kom nou.

Ik heb juist het atheïstische billboard aangegrepen om er tegenin te gaan, stelling te nemen, de onhoudbaarheid ervan aan te tonen. Kortom: ik wil ‘ook’ verkondigen en overtuigen van wat ik als waarheid beschouw. Ik heb geen reclamecodecommissie nodig om mij te helpen de waarheid te verdedigen. De waarheid is niet waar en toelaatbaar, omdat die wel of niet mensen aantast in hun geloofswaarde. De waarheid is gewoon wat zij is: waar. En zo bestrijd je ook onwaarheid niet door te gaan zitten huilebalken dat die kwetsend is. Kom maar op met argumenten. Als het gekwetste gevoel van de mensen om ons heen zou bepalen wat wel en niet mag, zouden we binnen de kortste keren in een dictatuur zitten.

In een maatschappij gekenmerkt door religieus pluralisme komen mensen met verschillende overtuigingen elkaar tegen op de marktplaats van ideeën. Daar moet geluisterd en gedebatteerd worden. Zoals Paulus dat deed op Areopagus. Niet gekwetst zielig doen, maar onze opdracht als christenen vervullen.

Leuk bedoeld kids. Leuk ook dat jullie op het vwo zitten. Doorstuderen maar.

Tuesday, May 5, 2009

Dag vrijheid!

Vandaag is het bevrijdingsdag. Ze hebben een condoommuur geplaatst bij de officiële bevrijdingsevenementen om nog maar eens te benadrukken hoe vrij we zijn.

We zijn vrij om te vlijen, vrij om te vrijen
te spuiten, te slikken, tegen gezag aan te hikken
vrij om te feesten en laat door te beesten
voor meer geld te staken en troep uit te braken

een grote mond op te zetten en de arme te pletten
om niet na te denken en nog een wijntje te schenken
vrij om te laten kreperen en de aarde te souperen
met vingers in de oren om de waarheid niet te horen

Wij gaan vrij voor elke schuinsmarcheerderij
Wie het vingertje omhoog steekt lappen wij erbij
opzij, opzij, opzij
Want dit is onze vrije maatschappij...

Niet vrij dus.

---

Vrij om niet te geven, niet te delen, niet de minste te zijn, niet een offer te brengen, niet altruïstisch te zijn, niet naastenliefde te betrachten, niet in de spiegel te kijken, niet de hand in eigen boezem te steken en wel anderen de schuld van alles te geven wat fout gaat. Niet vrij dus.

---

Niet vrij zijn ook de abortuskindjes voor wie de moederschoot een dodencel wordt, omdat ze niet gewenst zijn.

Niet vrij zijn de aidsslachtoffers in de derde wereld die het zonder betaalbare medicijnen moeten stellen en dus tot de dood gedoemd zijn, omdat grootschalige medicijnproductie commercieel niet interessant is.

Niet vrij zijn de kinderen van de aidsslachtoffers die gedoemd zijn tot de status van wees vanwege de gebondenheid aan promiscuïteit van één van hun overleden ouders.

Niet vrij is een groot deel van de wereldbevolking voor wie armoede een gevangenis is, omdat de hedonistische en consumentistische vrijheid van het Westen ergens mee bekostigd moet worden.

Niet vrij zijn de kinderen van huiselijk geweld en incest, omdat het monster in de mens zich langzaam maar zeker een weg naar buiten baant.

Niet vrij dus.

---

We zijn vrij om blind te zijn voor dat monster dan in ons opwelt en zich door onze ogen, monden, handen, neus en oren een weg naar buiten baant; waar het op de barricades van ons afval schreeuwt om nieuwere, hardere, verdere, grotere en meer overdonderende vrijheid. Onbegrenst, onbeperkt, ongeremd. Demon van de bandeloosheid.

We zijn ook vrij om blind te zijn voor dat andere monster dat in naam van de democratie de democratie om zeep helpt. Dat met ontblootte borst de vlag van een nieuwe wereldorde plant in de puinhoop van wat wij beschaving noemen.

We zijn zo bezig met gratis condooms krijgen en roepen dat we vrij zijn, dat we onze gebondenheid niet waarnemen.

Dag vrijheid!

Saturday, May 2, 2009

Symbolen taboe, religie tabee

Ruim een maand geleden berichtte het vlaamse kerknet over een wetsvoorstel van de Europse Unie dat religieuze symbolen in openbare gebouwen verbiedt. Dit bericht kwam opmerkelijk genoeg min of meer op hetzelfde moment dat Obama bij zijn redevoeringen in religieuze instellingen niet wilde dat religieuze symbolen in beeld kwamen.

We hebben bij Obama te maken met een ‘engineered public image’, een zorgvuldig ‘gesneden beeld’ ten behoeve van zijn publiek imago. Maar het staat uiteindelijk in een bredere context van een steeds verder doorslaande scheiding van kerk en staat die zich in de hele westerse beschaving aan het voltrekken is.

Volgens de Amerikaanse grondwet moest de scheiding van kerk en staat de dominantie van één staatskerk tegen gaan en de vrijheid in religieuze expressie juist bevorderen. Het is verworden tot een religiofobie die precies het omgekeerde doet: onderdrukking van religieuze expressie door een rigide secularisme. Ook de EU is nu aan het verworden tot een steriele dunne flosdraad waaraan men de eenheid van een heel continent op wil hangen. Daar komt nog bij dat ideologieën die zich niet bedienen van symbolen en een religieus apparaat (denk aan secularisme, humanisme, atheïsme, communisme) vrijspel hebben op deze continentale marktplaats van ideeën.

De EU verloochent de christelijke wortels van de Europese cultuur en denkt zo de navelstreng door te kunnen snijden op weg naar een ontkerstende, gedeconfessionaliseerde volwassenheid waarin God noch goddelijk gebod de richting wijzen. De mens is autonoom en wijs genoeg.

De enige symbolen die straks nog mogen zijn de gesneden beelden van public relations gemaakt volgens de laatste bevindingen van de gedrags- en communicatiewetenschappen. De volmaakte mens die met zijn charisma de kudde voor zich inneemt en als zelfgenoegzame herder alle schapen meeneemt op weg naar een betere geseculariseerde toekomst.

Dat klinkt dan weer verdacht veel als een religie; maar dan één zonder God.

Wednesday, April 29, 2009

De 100 dagen Messias

Obama is 100 dagen ‘in office’. Voor velen tijd voor een evaluatie. Journalisten in Amerika zijn vooral uitgeput maar voldaan van al het nieuws dat gegenereerd wordt door deze wervelwind die over Amerika raast met een boodschap van vernieuwing, verzoening en verbroedering.

Een bekende conservatieve blog in Engeland besteedt terecht aandacht aan de vergelijking die zich telkens doet gelden tussen Obama en Jezus. In verschillende media wordt Obama geportretteerd als een nieuwbakken messias die, neerdalend vanaf een hoger niveau van een nieuwe mensheid, gekomen is om niet alleen Amerika maar de gehele wereld aan de hand mee te nemen naar een nieuwe samenleving. We zien Obama met een doornen kroon, Obama die op een ezel Washington binnen komt rijden, etc.

Scary.

De verschillen tussen Jezus en Obama zijn zo groot. En dan bedoel ik niet het feit dat Jezus de geïncarneerde Zoon van God is en een boodschap predikte die veel verder ging dan politieke vernieuwing. Ik heb de ethische verschillen op het oog.

Jezus proclameerde de waarheid, Obama herdefinieert en manipuleert die. Jezus is degene in wie de goddelijkheid lichamelijk woont, Obama maakt een gesneden beeld van zichzelf waarbij het doel de middelen heiligt: een soort Übermensch die een nieuwe wereldvrede aankondigt. Het ‘hoe’ is daarbij niet belangrijk, maar alleen het ‘gevoel’ dat het zo is, de euforie dat alles beter gaat worden. In Jezus worden we verzoend met de Schepper, in Obama ruimt de Schepper het veld om plaats te maken voor de autonome mens die bepaalt wie zal leven en wie niet.

De messiaanse verwijzingen die Obama worden toegedicht vinden geen enkele grond. De doornenkroon verwijst naar het lijden van Christus, terwijl de ezel zijn nederigheid toont. Obama geeft er weinig blijk van door lijden gevormd te zijn en nederige kwaliteiten te bezitten. Hij bezit charisma, dat wel. Dat charisma geeft hem de wind mee van de publieke opinie, maar verdoezelt zijn bereidheid de waarheid ‘een handje te helpen’, wanneer hem dat uitkomt, én zijn extreme abortusstandpunt dat leidt tot een grote toename van moord op ongeboren kinderen.

De messiaanse vergelijking is meer dan ludieke journalistiek en zegt iets over de tijden die we binnen zijn gegaan waarin inhoudelijkheid opgegeven wordt voor uiterlijke schijn. Obama mag dan wel niet de antichrist zijn, hij bezorgt me wel ‘shivers down my spine’.

Tuesday, April 28, 2009

De nieuwe wereldorde van Marijnissen

Marijnissen, oud-fractievoorzitter en huidige partijvoorzitter van de SP, heeft opgeroepen om over te stappen op een ander regeermodel. Er moet een partijoverschrijdend kabinet komen ‘dat uit vooral wijze mensen bestaat’, aldus Marijnissen tegenover nu.nl. Klinkt goed natuurlijk: geen partijbelangen meer die een corrumperend effect hebben op belofte en beleid, maar krachtdadig optreden door onpartijdige wijzen in het belang van de gemene zaak.

Maar als je een beetje doordenkt, wordt het al gauw duidelijk dat we met zo’n voorstel in een moeras terechtkomen. Natuurlijk is democratie - in tegenstelling wat velen ons willen doen geloven - geen heilige graal die elke samenleving zal transformeren tot een utopie. Westerse democratieën zijn bezig uitgehold te worden doordat normen en waarden op democratische wijze worden bepaald en dus weerloze speelbal worden van morele verloedering, terwijl elders het ‘democratische proces’ een dun laagje vernis vormt voor keiharde machtspolitiek. Maar wat moeten wij dan in plaats van democratie? Een beter model is er niet.

Wat Marijnissen voorstelt is een de facto opheffen van de democratie. Hij wil een regering van de elite, een oligarchie. Hoe moeten wij ons het voorstel van Marijnissen in de praktijk voorstellen? Op grond van welke criteria worden deze mannen en vrouwen ‘wijs’ genoemd? Marijnissen zegt: ‘op basis van hun levenservaring, kennis, inzet en affiniteit met de publieke zaak’. Aha, dat is dus niet gekozen worden door het volk, maar aangesteld worden door een groep ‘die het kan weten’. Welke rechtsgrond heeft deze elite vervolgens? Hebben zij die gekregen van het volk of van de koningin? Wanneer zijn zij klaar met wijs zijn en door wie worden zij vervangen? Er is maar één manier om ‘partijoverschrijdend’ te zijn, nl. door het partijsysteem op te heffen; en daarmee democratie.

Is dat nou zo moeilijk om te zien? Het nieuwe regeermodel van Marijnissen is anti-democratisch en zeer kwetsbaar voor een dictatoriale ontwikkeling. Als de wereldproblemen maar groot genoeg worden, is blijkbaar zelfs de meest doorgewinterde voorman van jan-met-de-pet bereid om een of andere elite alle macht te geven.

Marijnissen beschouwt zichzelf niet op voorhand kandidaat voor deze elitegroep. Maar, mét of zonder Jan: ik bedank voor deze nieuwe wereldorde.

Deze column is eerder gepubliceerd op opiniesite Habakuk.nu

Friday, April 24, 2009

Eindelijk bericht van de opleving van theïstische filosofie in de Angelsaksische wereld

Eindelijk begint het door te dringen in Nederland dat er iets aan de hand is in het Angelsaksisch taalgebied. In de jaren 60 was in navolging van Nietzsche God dood verklaard door een antal prominente theologen. Nog maar 20 jaar later wat God al weer tot leven gekomen. Wat was er gebeurd? Er was een nieuwe beweging op gang gekomen van christelijke filosofen die het atheïsme het vuur aan de schenen legt.

In Nederland is het lange tijd stil gebleven over dit thema. Toen ik bijvoorbeeld ‘De God die is’ las van W.J. Ouweneel kwamen de klassieke godsbewijzen er bekaaid af met slechts een kleine alinea (overigens prachtig boek). Verder hoorde je in de christelijke media ook niet echt veel over wat er in de UK en de USA aan de hand was.

Nu begint dit nieuws eindelijk door te sijpelen. Lees dit prachtige artikel in het Reformatorisch Dagblad over twee van de meest prominente figuren in deze beweging W.L. Craig en A. Plantinga (in Nederland geboren!)

Thursday, April 23, 2009

Vreedzame godsdienst...

Er waren eens tien moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén riep een fatwah uit over Rushdie. En toen waren er nog maar negen.

Er waren eens negen moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén liet de Twin Towers instorten. En toen waren er nog maar acht.

Er waren eens acht moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén vierde feest op straat bij de ondergang van zoveel ongelovigen. En toen waren er nog maar zeven.

Er waren eens zeven moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén ontkende de holocaust en riep op Israël in zee te drijven. En toen waren er nog maar zes.

Er waren eens zes moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén stenigde een vrouw in een burka. En toen waren er nog maar vijf.

Er waren eens vijf moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén ontplofte in een Israëlische bus. En toen waren er nog maar vier.

Er waren eens vier moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén onthoofde een Japanse toerist in Irak. En toen waren er nog maar drie.

Er waren eens drie moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén bedreigde een ex-moslim met de dood. En toen waren er nog maar twee.

Er waren eens twee moslims. Zij riepen: de islam is een religie van vrede. Eén schreef dat 'de mensen van het boek' varkens waren (S.5:60) en onthoofd moesten worden (S.47:4).

En toen was er nog maar één...

Ik weet niet wat deze ene overgebleven moslim doet. Zwijgt hij? Drukt hij zich uit in eufemismen? Zegt hij dat de fundamentalistische islam niet de echte is? Wordt hij een vrijzinnige moslim? Gooit hij zijn godsdienst overboord?

Ik weet wel wat veel politiek correct sprekende leiders doen. Zij blijven zeggen dat we te maken hebben met geïsoleerde incidenten van terroristen die een verkeerde interpretatie hebben van de islam. Zij blijven beweren dat de islam een godsdienst van vrede is.

Monday, April 20, 2009

Knevel en de opstanding

Heeft iemand onlangs nog de opstanding van Jezus verdedigd? Jazeker! Andries Knevel bij Pauw en Witteman en in de Volkskrant. Maar nu hoor je niemand. Nu blijft het stil. Geen waardering, geen loftrompet. Kort geleden nog werd hij verguist omdat hij onbijbels zou zijn (zonder afdoende gronden), nu is er niemand die hem rehabiliteert om zijn moedig optreden.

Criticasters (ik was er één van) waren er maar genoeg toen Knevel het creationistische standpunt ter discussie stelde. En inderdaad Knevel ging te kort door de bocht. We moeten de zaken die christenen intens verdelen niet via de publieke media uitvechten.

Maar nu de opstanding actueel wordt, is er bijna geen christen die z’n mond open doet. Daar bestaat in onze kringen namelijk consensus over; wij christenen vinden dat de opstanding waar is. En dus kruipen we in onze schulp en gaan in ons kleine subcultuurtje hard roepen dat ‘Hij waarlijk is opgestaan’. Maar daarbuiten blijven we stil.

Maar Knevel niet. Die durfde in een talkshow die bekend staat om z’n stevige vragen en lastige discussies, de opstanding van Christus keihard te verdedigen. Ze dachten Knevel nu ook wel mee te krijgen. Maar dat viel tegen. Knevel verdedigde met verve de opstanding van Christus. ‘Die is historisch’, zei hij.

Even goed nadenken: de man die wij met z’n allen de schuld hebben gegeven van een evolutiedebat dat voor christenen niet goed is verlopen, is tegelijk de enige die op de nationale tv de opstanding van Christus heeft verdedigd! Dat mag dan ook wel erkend worden.

Laat ik er gelijk bij zeggen dat zo’n debatstructuur, waar de makers kijkcijfers en vooral niet de waarheid moeten hebben, niet het juiste medium is. Er bestaat in onze cultuur zo’n grote consensus tegen de historische claims van het christendom dat je in een groep van vijf schreeuwende mannetjes (waaronder Rutte) natuurlijk niets goeds kunt uitrichten. Wereldbeschouwelijke vooroordelen (zoals: ‘geloof en wetenschap zijn aan elkaar tegengesteld’) moeten in alle rust aan de kaak worden gesteld.

Dat zou voor mij een belangrijke reden zijn om zulke bla-bla-debatten te mijden als de pest. Maar de opstanding moet verdedigd worden. Niet voor een christelijk gehoor, maar voor niet-christenen. En Knevel heeft ons daarin het goede voorbeeld gegeven.

Deze column is eerder gepubliceerd op opiniesite Habakuk.nu

Friday, April 10, 2009

De opstanding van Jezus, feit of fictie?

Het christelijk geloof kent eigenlijk maar één echt probleem; het heeft een historische gebeurtenis als grondslag van haar boodschap. Het evangelie staat of valt met de opstanding van Jezus Christus. Indien het niet is gebeurd, valt het Christelijk geloof als een kaartenhuis in elkaar. Er is dan geen basis voor verlossing, geen hoop op een leven na de dood en geen verzoening met de Schepper. Het christendom is dan gebaseerd op een leugen. Als de opstanding echter wél is gebeurd, hebben we te maken met een van de meest wonderlijke gebeurtenissen ooit. Dit wonder biedt dan hoop voorbij de dood, een ontsnappingsroute uit de wanhoop van het tijdelijke.

De opstanding is sinds de Verlichting fel aangevallen door filosofen, wetenschappers en theologen. De opstanding zou gebaseerd zijn op een voorwetenschappelijk wereldbeeld. Het zou gaan om een legende of een mythe. Vandaag de dag wordt de opstanding door weinigen meer als een serieuze historische gebeurtenis gezien.

Nu zijn er drie mogelijke reacties en alle drie kunnen we ze in de kerk waarnemen: (A) Men geeft het geloof in de opstanding op. (B) Men ontkent de kritiek en steekt de kop in het zand. (C) Men kijkt kritisch naar de kritiek op de opstanding. Die laatste benadering is de mijne. Ik wil kort met enkele stappen uitleggen waarom het feit van de opstanding een goede historische basis heeft, waarom de aanname van de opstanding niet irrationeel is, waarom de opstanding waarschijnlijk is, én wat dat betekent voor ons vandaag.

Stap 1 De mogelijkheid van wonderen (en dus de opstanding)
De 18de eeuwse filosoof, David Hume, beschouwde wonderen als totaal onwaarschijnlijk. Getuigenverklaringen over wonderen zijn niet te vertrouwen en daarom is historiciteit van wonderen totaal onwaarschijnlijk. Hume zou pas het bewijs voor een wonder aannemen als het tegendeel van dat bewijs nog wonderlijker zou zijn dan het wonder zelf.

Maar is dat terecht? Er zijn na Hume wetenschappelijke methoden ontwikkeld om vast te stellen wat historisch is. Met het waarschijnlijkheidsmodel van Bayes kan woren vastgesteld hoe waarschijnlijk iets is in relatie tot andere zaken. De echte grond van afwijzing van de opstanding is voor Hume en degenen die na hem kwamen een naturalistisch wereldbeeld dat stelt dat de natuurlijke werkelijkheid zichzelf verklaart én dat er geen God is. Met dit voroordeel wordt God en daar mee de mogelijkheid van wonderen buiten de deur gehouden. Wanneer God bestaat zijn wonderen wel mogelijk én dus de opstanding.

Het naturalistische wereldbeeld houdt dan niet langer stand wanneer het bestaan van God kan worden aangetoond. In de afgelopen decennia is er een enorme opleving gekomen van christelijke filosofie én daarmee interesse in de argumenten voor het bestaan van God. Deze argumenten zijn zo sterk dat atheïsten er geen antwoord op hebben. Enkele van deze argumenten zijn het morele argument (onze moreel besef verwijst naar een Auteur van de moraal), het argument van de eerste oorzaak (er moet een eerste oorzaak zijn van alles en die oorzaak is God) en het argument van doelmatigheid (wij zien overal tekenen van de Ontwerper).

Aangezien God bestaat, moet de opstanding van Jezus in dat kader worden bezien. Het is niet zomaar een rare onverwachte gebeurtenis; het is een daad van God ter bevstiging van Jezus' missie.

Stap 2 De oude datering van de NT documenten
Wonderen mogen dan mogelijk zijn, maar nog steeds zal het bezwaar zijn dat Jezus misschien wel bestaan heeft, maar dat men pas enkele generaties later mooie dingen over Hem ging schrijven. Het NT is dan niet meer dan de weerslag van één grote legende. Het huidige christendom staat ver van de 'echte' Jezus die niet meer dan een gewoon mens was. Jezus is niet opgestaan; we weten eigenlijk helemaal niets over Hem.

Dit bezwaar houdt geen stand wanneer we beseffen hoe oud de boeken zijn die samen het NT vormen en hoe veel manuscripten we hebben. We hebben zo'n 20.000 fragmenten en manuscripten van de 2de tot de 4de eeuw. Het oudste fragment gaat terug tot 120 na Christus.

Bovendien is het NT zeer vaak geciteerd door de kerkvaders van die tijd. Met die citaten alleen al zouden we in staat zijn vrijwel het hele NT te reconstrueren. Ook zijn er duizenden vertalingen naar het Syrisch uit die tijd. Als het NT langzaamaan ontstaan was en uit de duim gezogen, zouden we verschillende versies moeten hebben. Maar er is maar één NT.

Van de belangrijkste gedeelten van het NT kunnen we ook vaststellen dat ze vlak na de dood van Jezus zijn onstaan. Handelingen maakt bijvoorbeeld geen melding van de vervolgingen onder Nero in 64 en moet dus voor die tijd geschreven zijn (ongeveer 55). Het Evangelie naar Lukas is vóór Handelingen geschreven en dateert dus van ongeveer 50 na Christus. Mattheüs en Lukas maken gebruik van Markus én een onbekende bron (Q). Die moeten dus ergens in de jaren 40 zijn ontstaan (zeg maar 10 tot 15 jaar na de kruisiging). In het NT vinden we bovendien een aantal liturgische of rabbinische passages die bedoeld waren voor memorisatie of gebruik in de erediensten van de vroege kerk. Eén zo'n passage is 1 Korinthiërs 15:1-3 die handelt over de opstanding. De tekst moet ergens uit de jaren 30 stammen, vlak na de dood van Jezus.

Zoals Paulus in 1 Kor.15:1-3 al aangeeft, zijn de verslagen van de opstanding gebaseerd op ooggetuigeverklaringen. Het is wetenschappelijk aangetoond dat voor legendevorming minimaal 40 jar nodig is. Daar is in het geval van de opstanding niet genoeg tijd voor geweest. We concluderen dat reeds de eerste christenen geloofden dat Jezus uit de dood was opgestaan. Dat geloof was gebaseerd op hun eigen empirische waarneming.

Stap 3 De historische feiten pleiten voor de opstanding
Als we nu onze aandacht specifiek richten op de opstanding zien we drie vaststaande historische feiten die de basis vormen voor de opstanding van Jezus (a) het lege graf, (b) de verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen, (c) het geloof in de opstanding van de vroegste kerk. Er zijn maar weinig wetenschappers (christen of niet) die dit ontkennen.

Denk niet dat diezelfde wetenschappers nu staan te springen om de opstanding te aanvaarden. Daarvoor zit hun naturalistisch vooroordeel te diep ingebakken. Verschillende oplossingen zijn bedacht om de verschijnselen te verklaren. Uiteindelijk zal echter de oplossing die de beste verklaring biedt van de feiten verkozen moeten worden. Verschillende hypothesen die men bedacht heeft om de opstanding weg te redeneren zijn:

(a) De discipelen hebben Jezus' lichaam verstopt en de leugen verspreid dat Jezus was opgestaan. Echter wanneer we de evangeliën lezen, kunnen we ons maar moeilijk voorstellen dat zulke eerlijke en transparante mensen zo oneerlijk zouden zijn. Bovendien is het onbegrijpelijk waarom ze dan bereid waren hun leven te verliezen en een marteldood te sterven omwille van een leugen.

(b) De discipelen hadden hallucinaties waardoor ze dachten dat Jezus was opgestaan. Als dat zo was hadden de Joodse leiders makkelijk het lijk van Jezus door de straten van Jeruzalem kunnen slepen. Maar dat deden ze niet.

(c) De schijndood van Jezus. Kan iemand die gegeseld, gekruisigd en met een speer doorstoken is, overleven? Deze hypothese is ronduit belachelijk. Een kruisiging overleeft men niet.

(d) De vrouwen keken bij de verkeerde graftombe of het lichaam was per ongeluk verplaatst door Josef van Arimathea. Opnieuw zou het voor een farizeeën een peuleschil zijn geweest om het lijk tevoorschijn te toveren. Bovendien: is het waarschijnlijk dat een hele religie ontstaat op grond van de vergissing van een paar vrouwen op zondagochtend? Zou Josef van Arimathea de discipelen niet bij hebben gepraat?

De opstanding van Jezus is de enige mogelijkheid die volledig recht doet aan alle ons bekende historische feiten. Alleen, wij westerlingen vinden dat zo'n opstanding niet kan en niet mag. Maar waarom? Laten we verder kijken.


Stap 4 Jezus voorspelde zijn dood en opstanding
Al deze feiten die verwijzen naar de opstanding van Jezus staan niet in een vacuüm. Het is niet alsof ineens Napoleon voor ons staat. We moeten kijken naar Jezus' woorden. Wat Hij over zijn identiteit zei én wat Hij zei dat er met Hem ging gebeuren.

Jezus zag Zichzelf als de Messias van Israël en de Verlosser van de wereld. Hij noemde Zich de Zoon des Mensen (een verwijzing naar de Messias) én Zoon van God (godslasterlijk als het niet waar zou zijn). Bovendien voorspelde Jezus meerdere keren zijn eigen dood én zijn eigen opstanding uit de dood. Ook nietgelovige wetenschappers erkennen de authenticiteit van deze woorden.

Het feit dat een analyse van de gebeurtenissen ons eigenlijk dwingt te concluderen dat Jezus uit de dood opstond, komt dus overeen met wat Jezus had gezegd, nl. dat Hij uit de dood zou opstaan. We moeten dus de opstanding in de context zien van de God (die bestaat en) van wie Jezus zei dat Hij zijn Vader was en van wie Jezus zei dat Hij Hem uit de dood zou opwekken omdat Jezus de Messias was.

Conclusie
We concluderen daarom dat Jezus uit de dood is opgestaan. (a) Het is mogelijk, omdat God bestaat en dus zijn wonderen mogelijk. (b) Het biedt de beste verklaring voor de ons bekende en vaststaande historische feiten. (c) Het komt overeen met de woorden van Jezus over Zichzelf. (d) Jezus voorspelde zijn dood en opstanding Zelf!

Maar, mag ik jullie vragen, wat betekent dit dan dat Jezus uit de dood is opgestaan? Het is een historisch feit van ongekende proporties: door Hemzelf voorspeld, door God gedaan. Met zijn opstanding wordt het bewijs geleverd dat wat Jezus leerde waar is: Hij is de Messias, Verlosser van de mensheid, Brug naar God. Er is geen grotere hoop dan deze. U kunt met uw Schepper verzoend worden door Hem!

Hebt u de levende Christus al ontmoet? Hij is gestorven voor uw zonden; zijn opstanding is het begin van het nieuwe leven dat reeds velen hebben ontvangen. Wilt u het ook? Stel uw vertrouwen op Jezus en zijn offer en vraag Hem in uw hart te komen wonen.

Monday, April 6, 2009

Consequent atheïsme

Veel atheïsten worden boos als je ze toewerpt dat hun wereldbeeld leidt tot een immoreel universum. Je kunt praten als Brugman maar hun absolute moraal praat je niet weg uit hun relativistische wereldbeeld. Dat heeft mogelijk iets te maken met de Nieuwe Atheïsten zoals Richard Dawkins en Christopher Hitchens (om twee van de belangrijkste te noemen). Deze mannen zijn niet zomaar atheïst; ze vallen graag openlijk het christendom aan. Zo beweert Hitchens dat religie (en dus ook het christendom) diep immoreel is terwijl Richard Dawkins zich ook wel een 'culturele christen' noemt vanwege de overeenkomende morele waarden, terwijl hij tegelijk met het christelijk geloof de vloer aanveegt.

Atheïsten die een beroep doen op een universeel geldende moraal (want dat doen beide heren) kan ik moeilijk serieus nemen. Eerst zagen ze de tak waar ze op zitten van de boom af en terwijl ze aan het vallen zijn beweren ze doodleuk dat er niets aan de hand is. Toch zijn ze de favoriet van alle 'wannebe' atheïstjes die grootmoedig de vuist naar de hemel schudden maar niet echt doordenken.

Dan heb ik meer waardering voor atheïsten die echt consequent zijn. Als ze echt atheïst willen zijn, moeten ze in navolging van Nietzsche de christelijke moraal in zijn totaliteit overboord gooien, toegeven dat alles mag en alles kan én ernaar gaan leven.

Hoewel, waardering. Ik ben er een tegengekomen die je de stuipen op het lijf jaagt. Peter Singer, vooraanstaand atheïstisch filosoof, vindt bijvoorbeeld dat pasgeboren baby's minder blijk van intelligentie geven dan kippen of vissen en dus gedood mogen worden. Hij wil een proefperiode van 28 dagen na de geboorte van een kind instellen voordat aan het kind het recht tot leven wordt toegekend. Singer is dan wel weer inconsequent als hij het heeft over dierenrechten. Want 'rechten' zijn verbonden aan een moraal, en een moraal is in een atheïstisch wereldbeeld niet te verankeren.

Maar toch: goed zo Peter Singer. Knap dat je consequent bent en de dwangbuis van de christelijke moraal van je af probeert te schudden. Ga vooral zo door. Maar vind je het erg dat ik heel erg hard wegloop bij jouw wereldbeeld vandaan?

Daar waar het niet lukt om een moraal te verankeren, zal ze naar verloop van tijd eroderen. En dat is een van de grote problemen van het atheïsme. Gelukkig hebben we consequente atheïsten die dit voor ons bewijzen.

Deze column is eerder gepubliceerd op opiniesite Habakuk.nu

Tuesday, March 31, 2009

Het evangelie naar St Bach

De passietijd komt er weer aan. Overal is de Mattheüspassie te beluisteren. Er wordt dit jaar een speciale versie voor jongeren uit gebracht: De Jonge Mattheüs. Het is een verkorte versie waarin ook vertellende acteurs een rol spelen. Radiopresentator Hans van den Boom die het script schreef, heeft aan het kleurrijke palet nog een element toegevoegd: Isabel, de dochter van Judas. Zij bekijkt de passie door haar ogen en belicht een 'andere' kant van Judas (die het natuurlijk allemaal goed bedoelde).

'Waarom', zo vroeg Wouter Pleizier, presentator op Radio 4 van het programma Viertakt, aan de actrice die Isabel speelt, 'moet van Judas nu ineens een goedzak worden gemaakt?' De actrice, Floor van Berkestijn, was juist blij met Isabel en vroeg zich af waarom in het verhaal van Jezus persé een slechterik voor moet komen: ‘Waarom hebben ze dat in het verhaal 'bedacht'?’. Nou, daar wist Wouter wel het antwoord op: 'Alle mensen zijn slecht en Jezus sterft voor de mensheid om ze dan te kunnen vergeven'. Na deze snoeiharde essentie van het evangelie viel er bijna een pijnlijk stilte.

Bijna, want goede interviewer als hij is, wist Wouter het over een andere boeg te gooien. Wat vond Floor van de door de EO georganiseerde Mattheüspassie Masterklassen voor popsterren bij EO? ‘Afschuwelijk’ vond Floor, 'Het is echt heel moeilijk om die partijen te zingen, zo komt Bach helemaal niet tot zijn recht'.

Nee, met die geschiedvervalsing wel zeker? Wat is erger: een Mattheüspassie die niet klinkt zoals Bach het bedoeld heeft of één die de geestesgesteldheid verloochent waarmee Bach zijn werk schreef? Mijn esthetische ik huivert bij een aria zingende Hind, maar mijn, zeg maar, 'geestelijke' ik gruwt bij de gedachte dat de verrader van Christus goedgepraat wordt. Bach zou deze revisionistische drek eveneens afgekeurd hebben. Dan maar geen jazzy opvoering voor jongeren. Trouwens, in een beetje verhaal voor jongeren zitten toch altijd een goeie én een slechterik?

Er wordt vanwege het door en door christelijke karakter van Bachs muziek wel eens gekscherend gesproken over ‘het evangelie naar St Bach’ en Bach als de ‘vijfde evangelist’. Toch wonderlijk, Bach is zo’n beetje de enige evangelist waarnaar tegenwoordig nog echt geluisterd wordt. Maar laat het dan alsjeblieft een evangelist blijven die de waarheid naspreekt, niet een die de zaken omdraait.

Deze column is eerder gepubliceerd op opiniesite Habakuk.nu

Saturday, March 28, 2009

Het atheïsme heeft een staartje

Op diverse internetfora ben ik de laatste tijd in debat geweest met atheïsten. Dat was niet toevallig. N.a.v. het atheïstische billboard bij Schiphol heb ik een artikelenreeks over het atheïsme geschreven. Wat mijn gesprekspartners vooral boos maakte was mijn morele argument tegen het atheïsme. Mijn redenering is dat de mens in het atheïstische wereldbeeld op zichzelf aangewezen is om te bepalen wat goed en kwaad is. Maar waar je ook zoekt een objectieve maatstaf is niet te vinden. Dat wil niet zeggen dat de atheïst geen moraal ervaart, integendeel, zijn zoektocht ernaar geeft aan dat er een innerlijke erkenning van een absolute moraal is.

Tot mijn voldoening merkte ik dat mijn argument niet weerlegd werd. Het zwaarste tegenargument was dat ik met een vooroordeel het debat inging. Tsja, als je een stelling (die nog beargumenteerd wordt ook) een vooroordeel wilt noemen, dan ben je gauw klaar met praten.

Ik ga nu nog een stapje verder: niet alleen weet het atheïsme met de mens als uitgangspunt geen fundament te bieden voor de innerlijk erkende moraal. Nu kan ik ook wel een volgende conclusie trekken: daar waar het niet lukt om deze moraal te verankeren, zal ze naar verloop van tijd eroderen.

De reden waarom ik deze conclusie trek? De werkelijkheid heeft het gesprek inmiddels ingehaald. Als christenen zien we daar al langer voorbeelden van (homohuwelijk, euthanasie, abortus, stamcelonderzoek, etc.), maar er zijn nu ontwikkelingen die ook de atheïst niet zullen bevallen. Toch moeten deze ontwikkelingen toegeschreven worden aan het atheïsme zelf.

Het eerste voorbeeld betreft een artikel in het Reformatorisch Dagblad over de atheïst Peter Singer. Hij vindt bijvoorbeeld dat pasgeboren baby's minder blijk van intelligentie geven dan kippen of vissen en dus gedood mogen worden. Het tweede voorbeeld (het nieuws is al twee jaar oud) betreft een folder van het Duitse Ministerie voor Gezinszaken waarin ouders aangemoedigd worden om hun kinderen in de vroegste levensjaren reeds seksuele massage te geven. Kinderen van 4 tot 6 moeten vervolgens de bewegingen leren die bij de coïtus horen.

Ik hoop dat ik u niet te zeer shockeer met deze berichten. Ik heb het zelf ook niet bedacht en bespeur een duidelijk verband met het atheïsme. De infanticide (kindermoord) van Peter Singer is overduidelijk atheïstisch van oorsprong. De door de staat aangemoedigde incest uit Duitsland is een typisch product van een zgn. 'waardenvrije' seculaire overheid, die - net als het consequente atheïsme - uitkomt bij libertinisme (remmeloze vrijheid), hedonisme (lustzucht) en machtuitoefening.

Opmerkelijk is dat in beide voorbeelden de meest kwetsbaren, kleine kinderen, het slachtoffer zijn. Het ongeboren kind hebben we 'gehad', nu is ook het geboren kind niet meer veilig. Als christen denk ik dan: Moloch is weer in het land. Hoelang gaat God dit nog toestaan?

De vrijheid van het atheïsme leidt in zijn logische consequentie uiteindelijk tot een maatschappij van roofdieren en slachtoffers, onderdrukkers en onderdrukten. Het venijn zit 'm in de staart en die staart zie ik aan de horizon zwaaien.