Showing posts with label filosofie. Show all posts
Showing posts with label filosofie. Show all posts

Friday, April 24, 2009

Eindelijk bericht van de opleving van theïstische filosofie in de Angelsaksische wereld

Eindelijk begint het door te dringen in Nederland dat er iets aan de hand is in het Angelsaksisch taalgebied. In de jaren 60 was in navolging van Nietzsche God dood verklaard door een antal prominente theologen. Nog maar 20 jaar later wat God al weer tot leven gekomen. Wat was er gebeurd? Er was een nieuwe beweging op gang gekomen van christelijke filosofen die het atheïsme het vuur aan de schenen legt.

In Nederland is het lange tijd stil gebleven over dit thema. Toen ik bijvoorbeeld ‘De God die is’ las van W.J. Ouweneel kwamen de klassieke godsbewijzen er bekaaid af met slechts een kleine alinea (overigens prachtig boek). Verder hoorde je in de christelijke media ook niet echt veel over wat er in de UK en de USA aan de hand was.

Nu begint dit nieuws eindelijk door te sijpelen. Lees dit prachtige artikel in het Reformatorisch Dagblad over twee van de meest prominente figuren in deze beweging W.L. Craig en A. Plantinga (in Nederland geboren!)

Friday, March 13, 2009

Atheïsme (III)

'Er is waarschijnlijk geen God.' Atheïsme en bewijs.

Volgens het atheïstische billboard langs de A4 is er waarschijnlijk geen God. Volgens de website van de campagnevoerders is het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te stellen dat God niet bestaat. Als dat waar is - zo heb ik in mijn twee vorige artikelen proberen aan te tonen - is het menselijk leven zonder moraal en zonder betekenis.

Gelukkig hoeven wij ons niet slaafs over te leveren aan de stelling dat er waarschijnlijk geen God is. De stelling is op niets anders gebaseerd dan wishful thinking en ijdel vertrouwen in een zogenaamde wetenschappelijke consensus op dit punt. Iedereen heeft recht op zijn mening en ook de atheïst staat het vrij te denken wat hij wil, maar de 'waarschijnlijkheid' van zijn stelling is in dit geval een lachertje. Het is een sprookje gebaseerd op fictie en niet op feiten.

Om te beginnen stellen de onmogelijkheid van het leven zonder moraal (waartoe het atheïstische wereldbeeld ons dwingt) en het menselijk verlangen naar zin en betekenis (wat hem door een consequent atheïstisme ontnomenen wordt) de atheïst voor problemen waar hij eerst een antwoord op moet geven voordat hij zo stellig zijn 'waarschijnlijkheid' poneert.

Wat nu volgt zijn bij wijze van opsomming enkele argumenten voor het bestaan van God. Deze argumenten behandel ik slechts summier, maar ze geven op zijn minst een indicatie dat het juist wél waarschijnlijk is dat God bestaat en dat de stelling van het billboard dus op zijn minst zeer voorbarig is. De argumenten zijn moderne formuleringen van argumenten uit de klassieke apologetiek.

Het morele argument
Het morele argument voor het bestaan van God bestaat uit twee stellingen en een daaruit volgende conclusie. Het argument luidt als volgt:

(1) Als God niet bestaat, bestaan er geen objectieve morele waarden en plichten.
(2) Objectieve morele waarden en plichten bestaan.
(3) Daarom bestaat God.

Ik heb in mijn eerste artikel in deze serie laten zien dat met het atheïstische wereldbeeld als uitgangspunt geen objectieve moraal mogelijk is. Het beste dat men kan proberen is moraal te zien als gevolg van evolutie. Dat is dus een moraal in ontwikkeling. Stelling (1) klopt dus.

Ten aanzien van stelling (2) merken we op dat atheïsten doorgaans boos worden wanneer ze stelling (1) horen. 'Hoezo zijn wij, atheïsten, niet beschaafd, zedelijk, moreel hoogstaand?' Inderdaad zijn er veel beschaafde atheïsten. Verreweg de meesten van hen reageren met afschuw op de genocide in het voormalig Joegoslavië en Ruanda. Ze keuren verkrachting af en worden misselijk bij de gedachte dat iemand uit plezier een baby zou martelen. Kortom: ze bevestigen stelling (2) dat er absolute morele waarden en plichten bestaan, die ongeacht de situatie, cultuur en tijdperk geldig zijn.

Aangezien het atheïstische wereldbeeld hen zo'n absolute moraal ontneemt, terwijl die moraal in de praktijk en de ervaring toch bestaat, trekken we de conclusie dat gevolgtrekking (3) waar is. God bestaat.

Hoe weten wij dat het hier om God moet gaan? Onze besef van een objectieve en absolute moraal is niet te gronden in een naturalistisch wereldbeeld maar wijst naar een buiten-materiële werkelijkheid als bron voor deze moraal. We kunnen speculeren over de bron van deze moraal. In ieder geval is het zo dat een moraal gepaard gaat met morele keuzevrijheid. Morele keuzevrijheid is, voor zover wij weten, een eigenschap van persoonlijkheid.

Onze objectieve moraal verwijst dus naar een bovennatuurlijke niet-materiële persoonlijkheid die er de auteur of bron van is. Een wezen met zulke eigenschappen duiden wij normaal gesproken aan met de term 'God'.

Het kosmologische argument
Het kosmologische bewijs stelt dat alles een oorzaak heeft. Alles is van iets anders afhankelijk van zijn bestaan. Elk object, elk levend wezen is er als gevolg van een bepaald verschijnsel of een bepaalde handeling. Je kunt verder en verder teruggaan. Je komt dan steeds eerdere oorzaken tegen. Dit kan echter niet oneindig doorgaan. Ergens moet er een eerste oorzaak zijn die voor zijn bestaan niet van iets anders afhankelijk is. De onveroorzaakte veroorzaker.

De eerste versie van dit argument is afkomstig van Aristoteles die sprak van een onbewogen beweger. Thomas van Aquino en Leibniz verfijnden dit argument. Recentelijk is een andere variant van het kosmologische argument die oorspronkelijk ontwikkeld werd door de middeleeuwse islamitische geleerde Al Ghazali, in de belangstelling gekomen. Het zgn. kalam kosmologische argument is door de hedendaagse filosoof William Lane Craig opnieuw geformuleerd en verder uitgewerkt.

Het kalam kosmologisch argument gaat als volgt:

(1) Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak.
(2) Het universum begon te bestaan.
(3) Daarom heeft het universum een oorzaak.

Dit lijkt een argument dat weinig tot niets met Gods bestaan te maken heeft, maar vergis je niet. Dit argument heeft grote implicaties voor conclusies over het wel of niet bestaan van God.

Stelling (1) lijkt voor de hand te liggen. Filosofen maken onderscheid tussen noodzakelijkheid en afhankelijkheid. Zaken bestaan of noodzakelijk of ze bestaan niet noodzakelijk en zijn dan voor hun bestaan afhankelijk van iets anders. Volgens stelling (1) hebben alle niet noodzakelijk bestaande dingen ooit niet bestaan. Zij staan als gevolg in een relatie tot iets dat hen veroorzaakt heeft. Alle dingen die wij waarnemen (inclusief wijzelf) zijn gevolgen van oorzaken. Dus we zijn het eens met stelling (1) dat alles wat begint te bestaan een oorzaak heeft.

Stelling (2) was tot voor kort niet algemeen aanvaard. De nieuwe kosmologische inzichten die begonnen met Einstein en middels Hubble leidden tot de inmiddels algemeen aanvaarde Big Bang kosmologie bracht daar verandering in. Deze oerknal theorie stelt dat een nu uitdijend heelal vanzelfsprekend met zich meebrengt dat datzelfde heelal vroeger heel klein was. Hoe verder men teruggaat in de tijd, hoe kleiner het heelal wordt totdat men een punt bereikt waarop ruimte, tijd en materie gewoonweg niet bestonden. Gedurende de afgelopen decennia zijn er steeds meer aanwijzingen gekomen uit de wetenschap die deze theorie bevestigen.

De conclusie van de Big Bang theorie van een niet-oneindig universum wordt bevestigd door wiskundige inzichten op het gebied van vergelijkingen waarin het begrip oneindig voorkomt. Het voert te ver hier nu op in te gaan. Maar je kunt je voorstellen dat wanneer het universum oneindig oud zou zijn (dus letterlijk: zonder einde naar het verleden toe) het universum nooit zijn huidige moment zou kunnen bereiken.

Dan hebben we nog de wet van de entropie die leert dat alles tot chaos verwordt en alle energie opgebruikt wordt. Nu, als het universum oneindig oud zou zijn dan zou alle energie op dit moment allang (nl. oneindig lang geleden) opgebruikt moeten zijn. Maar er zijn nog steeds sterren en sterrestelsels, er ontstaan nog steeds nieuwe sterren. Dus het universum kan niet oneindig oud zijn.

Stelling (2) moet dus eveneens waar zijn. Het universum begon te bestaan. Dit houdt tevens in dat ook tijd, ruimte en materie begonnen te bestaan toen het universum begon te bestaan.

En nu komt het. Omdat het universum dus ooit begonnen is, concluderen we terecht dat het universum door iets of iemand veroorzaakt moet zijn.

We hebben met dit argument God nog niet aangetoond, maar zijn al wel door de naturalistische barrière gebroken van het atheïsme: er is een oorzaak buiten de materie, tijd en ruimte die het heelal veroorzaakt heeft. Het atheïstische sprookje spat hierbij dus al (als een kleine big bang) uiteen.

We zouden door kunnen gaan met het onderzoeken van de metafysische (bovennatuurlijke) gevolgtrekkingen van deze conclusie, maar dat voert nu te ver. In combinatie met het eerder genoemde morele argument moet het duidelijk zijn dat het bestaan van God eerder waarschijnlijk is dan onwaarschijnlijk.

Het teleologische argument
Dan is er nog het teleologisch argument. Teleologisch heeft niet te maken met theologie. Het is afgeleid van het Griekse woord 'telos' dat 'doel' betekent. Overal nemen wij doelmatigheid waar. Die moet ergens vandaan komen. Toeval is geen oplossing, omdat er bij de doelmatigheid die we waarnemen op zowel micro niveau (moleculaire biologie) als macroniveau (astrofysica) getuigt van intelligentie.

Ik leg dit argument niet verder uit, maar noem het omdat een van de meest invloedrijke atheïstische filosofen van de afgelopen eeuw, Anthony Flew, mede op grond van dit argument tot de conclusie is gekomen dat er een God moet bestaan.

Flew zegt: '... naturalistische pogingen hebben gefaald in het verschaffen van een plausibele verklaring hoe deze complexe moleculen voort zouden kunnen komen uit uit eenvoudige wezens'... 'Het is het vrijwel onbegonnen werk om zelfs te denken aan het ontwerpen van een naturalistische theorie over de ontwikkeling van het eerste reproductieve organisme.' 'De enorme complexiteit waarmee de resultaten tot stand zijn gekomen komt op mij over als het werk van intelligentie'.

Conclusie
Uiteindelijk is het niet nodig om te bewijzen dat God wel of niet bestaat. Het is alleen maar nodig om aan te tonen dat het waarschijnlijker is dat God wel bestaat dan dat Hij niet bestaat. Ieder weldenkend mens kiest eieren voor zijn geld en hangt zijn bestaan op aan de meest logische en voor de hand liggende conclusie.

Ook heb ik niet direct gesproken over de God van de Bijbel. Ik denk wel dat de argumenten uiteindelijk zullen leiden tot de God van de Bijbel, maar het is mij er hier alleen maar om te doen duidelijk te maken dat het atheïsme bankroet is, (a) vanwege de onhoudbare uitgangspunten, (b) vanwege de gevolgen voor zingeving en moraal van het atheïstische wereldbeeld.

Het mooie is dat we zo ontsnappen aan de vreselijke implicaties van het atheïstische wereldbeeld waarin we ons moreel besef niet kunnen funderen en geen zin kunnen ontdekken in het menselijk bestaan. God bestaat. Ons moreel besef vindt zijn bron in Hem, die de grond is van ons bestaan, Hij geeft zin, want Hij is het doel.

Wie gelooft er nou in sprookjes? Als God bestaat - en dat is een filosofisch noodzakelijke conclusie - heeft dat enorme gevolgen t.a.v. de mogelijkheid en plausibiliteit van wonderen, de mogelijkheid van inspiratie van de Bijbel en de opstanding van Jezus Christus.

Meer informatie
Enkele belangrijke theïstische (het tegenovergestelde van atheïstisch dus) filosofen zijn: Alvin Plantinga, Nicholas Wolterstorff, Norman Geisler, William Lane Craig, J.P. Moreland en Richard Swinburne.

Enkele toegankelijke boeken in het Nederlands over dit onderwerp:
• Ouweneel, W.J.O., 'De God die is'.
• Keller, T. 'In alle redelijkheid'.
• Geisler, N. en Turek, F., 'Ik heb te weiniggeloof om atheïst te zijn'.

Wednesday, March 11, 2009

Atheïsme (II)

'Durf zelf te denken.' Over atheïsme en zingeving.

Dit is het tweede artikel over atheïsme vanuit een christelijk standpunt. De serie is ontstaan in reactie op het atheïstische billboard dat in maart 2009 langs de A4 te bewonderen is. In deze bijdrage zullen we dieper ingaan op de tweede statement op het billboard: 'Durf zelf te denken'. Volgens de atheïsten achter het billboard is het vanzelfsprekend dat het niet-bestaan van God leidt tot de oproep om zelf te durven leven.

Valt er - wanneer God weggevallen is - wat te durven? Valt er wat te leven op eigen kracht? We zagen dat het atheïstische wereldbeeld ons geen enkele moraal over laat om sturing te geven aan het leven. Dat kwam omdat, zoals we zagen, de materiële werkelijkheid geen fundament voor een ethiek biedt. Hoe zit dat met zingeving? Om zelf te durven denken, moet er toch een aanleiding zijn om dat te doen? Er moet betekenis zijn; het moet zinnig zijn om dat te doen.

Alles is eindig en zonder betekenis
Opnieuw kijken we naar een van de pijlers van het atheïsme, naturalisme. Het naturalisme biedt ons een gesloten systeem van natuurlijke oorzaken. De empirisch (zintuigelijk) waarneembare materie is het enige dat er is. Simpel gezegd: alles is stof; verder is er niets. De dingen die gebeuren hebben alle een natuurlijke oorzaak. Van een bovennatuurlijke oorzaak is geen sprake.

Het naturalisme is dus een gesloten doos; er gaat niets uit en er komt niets in. Met wat er is, zullen we het moeten doen. What you see, is what you get. Punt uit. Niets meer, niets minder. We hebben materie. Die materie heeft een ontwikkeling doorgemaakt tot wat nu ons huidige universum is en tot alle levensvormen. Het is allemaal stof, materie, moleculen, atomen, etc.

We kunnen nog meer over materie zeggen. We kunnen stellen dat materie geen betekenis of doel heeft. Het is er gewoon; meer niet. Inmiddels weten we ook, op grond van kosmologische inzichten, dat die materie eindig is. We weten nu dat het universum langzaam uitdijt en langzaam aan het uitdoven is. Alle materie zal uiteindelijk vergaan tot los zwevende atomen in een ruimte die oneindig maal groter is dan ons huidige heelal.

Daarmee is meteen duidelijk dat ook het leven eindig is. Niet alleen eindig in de zin dat elk levend individu niet kan ontsnappen aan de dood, maar eindig in de zin dat de condities in het heelal uiteindelijk elk leven onmogelijk zullen maken. Het leven, beschouwd vanuit dat perspectief - inclusief het menselijk leven - is zonder enige betekenis. We komen hier straks op terug.

De mens als anomalie
Eerst iets over de mens. Wie of wat is hij? Het is hier niet de plaats om een volledige anthropologie (mensvisie) te ontwikkelen, maar enkele punten willen we aanstippen die belang zijn voor zijn plaats in het geheel van deze werkelijkheid.

De mens onderscheidt zich - voor zover wij waar kunnen nemen - van de dierewereld doordat zijn gedrag niet primair door instinct wordt bepaald, maar door de rede. Dat wil niet zeggen dat de mens zuiver redelijk handelt; zijn rationele vermogen is echter wel het primaire instrument waarmee hij zich oriënteert.

Een andere manier om dit onderscheid van de dieren aan te geven is, te zeggen dat de mens anders dan dieren zelfreflectie kent. Hij is in staat afstand te nemen van zichzelf, maar ook van zijn omgeving en het 'nu'. Hij kan zichzelf als van een afstand beschouwen en zich een voorstelling maken van over hoe het hem in de toekomst zal vergaan. Hij kan met betrekking tot zichzelf de 'waaromvraag' en de 'waartoevraag' stellen: 'Waarom ben ik hier? Waartoe ben ik hier?'

De mens verlangt, aspireert, ambieert en streeft naar doelen waarvan hij vermoedt dat die onderdeel zijn van zijn potentieel. Hij hoopt en jaagt een bestemming na die ergens in de toekomst ligt. Hij vreest in het verlengde van die hoop de dood, de vreselijke gedachte niet langer te bestaan.

Bezat hij zijn zelfreflectie maar niet; wat zou het leven dan eenvoudig zijn. De mens is zich - zij het vaak onberedeneerd - pijnlijk bewust van de discrepantie tussen de betekenisloosheid en eindigheid van het leven enerzijds en zijn eigen aspiraties anderzijds die teniet gedaan worden. Wanneer hij de feiten onder ogen ziet, ervaart hij zichzelf als een anomalie van verlangen naar betekenis in een zee van betekenisloosheid. Het zelf durven denken van de atheïst leidt dus tot nihilisme. Hij probeert probeert zich echter ter compensatie op verschillende manieren betekenis toe te kennen.

Hij wijdt zich bijvoorbeeld aan kunst. Maar kunst geeft slechts een schijn van zingeving. Het mag waar zijn dat het beste wat kunst heeft voortgebracht ons verbaast, meesleept, in vervoering brengt. We kennen allemaal wel de ervaring wanneer we kunst op ons in laten werken. Het lijkt wel alsof we in aanraking komen met iets hogers in onszelf. Uiteindelijk zal ons naturalistische wereldbeeld ons toch met beide benen op de grond doen landen. Van Gogh's schilderijen bieden ons niet meer dan afgeketste fotonen in onze ogen en Beethoven's symfonieën brengen slechts luchtmoleculen in beweging die onze oren bereiken. Van Gogh zal verpulveren terwijl Beethoven langzaam wegsterft. Wat overblijft is leegte en stilte.

Het helpt niet om de vergankelijke mens af te schilderen als onderdeel van een kosmisch drama alsof er een toeschouwer is en alsof vergankelijkheid verheven kan worden tot dramatische tragiek. Onze betekenis ligt ook niet in wat we voor het nageslacht kunnen betekenen, want ook het nageslacht zal vergaan, ja, de hele mensheid zal ophouden te bestaan.

De atheïstische mens die de stand van zaken erkent, moet opschuiven van hoop naar wanhoop en heeft maar weinig opties tot zijn beschikking waarvan die van het hedonisme (genotzucht) de meest logische lijkt te zijn. Er zijn er echter maar weinigen die dit onder ogen durven zien; en maar weinig mensen die staande kunnen blijven onder het torende gewicht van de realiteit van het naturalisme.

Daar is durf voor nodig
Bertrand Russel's, de beroemde 20ste eeuwse filosoof deed dat wel. Hij schreef:

"...dat de mens het resultaat is van oorzaken die geen zicht hadden op het doel dat ze bewerkten; dat zijn oorsprong, zijn groei zijn hoop en angst, zijn liefde en geloof slechts het resultaat zijn van toevallige samenraapsels van atomen; dat geen enkel vuur, geen heldendom, geen intensiteit van gedachten of gevoelens het leven van de individu kan bewaren voorbij het graf ... Slechts binnen de steigers van deze waarheden, slechts op de het solide fundament van ontoegeeflijke wanhoop, kan de wooplaats van de ziel voortaan veilig gebouwd worden".

Hoewel Russel niet wanhoop in emotionele maar in existentiële zin bedoelt, komt die wanhoop als een allesverpletterende wals aanrijden voor wie hem onder ogen durft te zien. Het is moeilijk te zien hoe de 'woonplaats van de ziel' daar veilig gebouwd kan worden. Onze einige hoop kan zijn dat de steigers waar Russel over spreekt geen waarheden maar leugens blijken te zijn.

De enorme implicaties van het atheïsme stonden de 'God-is-dood' filosoof Friedrich Nietzsche heel duidelijk voor ogen toen hij in zijn Vrolijke Wetenschap schreef:

"Heb je niet gehoord van de dwaze die op klaarlichte dag in de morgen zijn lantaarn aanstak, naar de marktplaats rende en onophoudelijk riep: 'Ik zoek God! Ik ben op zoek naar God!'.

Veel van de mensen die erbij stonden geloofden niet in God en moesten flink lachen. Ben je hem kwijt of zo? vroeg er een. Is hij net als een kind z'n weg kwijt geraakt? zei een ander. Of heeft hij zich verstopt? Misschien is hij bang voor ons? Misschien is hij op reis of is hij geëmigreerd? Zo riepen en lachten ze. De dwaze sprong in hun midden en doorboorde hen met zijn blik.

'Waar is God naar toe gegaan? riep hij, 'Dat zal ik je vertelen. We hebben hem gedood - jij en ik. We zijn zijn moordenaars. Maar hoe hebben we dit gedaan? Hoe waren we in staat om de zee op te drinken? Wie gaf ons een spons om de gehele horizon uit te wissen? Wat hebben we aangericht toen we de aarde loskoppelden van haar zon? Waar beweegt ze nu naar toe? Waar zijn wij naar op weg? Weg van alle zonnen? Zijn we niet voortdurend aan het vallen? Achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, in alle richtingen? Is er nog een 'op' en een 'neer' overgebleven? Dwalen we niet door een oneindig niets? Voelen wij niet de adem van lege ruimte? Is het niet kouder geworden? Wordt het niet al meer en meer nacht? Moeten we 's ochtends niet lantarens aansteken? Horen we niet reeds het geluid van de doodgravers die bezig zijn God te begraven? Ruiken we al iets van Gods verrotting? Goden verrotten namelijk ook. God is dood. God blijft dood. En wij hebben hem gedood. Hoe moeten wij, moordenaars der moordenaars, onszelf vertroosten?"


De atheïsten die met zo'n groot zelfvertrouwen en blijmoedigheid hun wereldbeeld verkondigen hebben niet door wat Nietzsche wél wist: het wegverklaren van God trekt een immense wissel op de betekenis van de mens. Wat voor een genieten hebben wij dan nog te doen bij het ervaren van zo'n grote kloof tussen onze hunkering naar betekenis en blijvendheid en de atheïstische realiteit van onze eindigheid en betekenisloosheid?

Zelf durven denken. Maar waarom? Wordt deze durf beloond, wordt ze bewonderd? Zo ja, met welk doel, welk resultaat? Het heeft alles geen betekenis. Zelfmoord is een net zo legitiem antwoord op de zinloosheid van het atheïstische wereldbeeld als de moed om op zo'n fundament van wanhoop ons lot in de ogen te kijken. Want moed zelf is een betekenisloos en zinloos gegeven geworden.

Maar waarom zou men dit moeten doen als er geen enkele reden is om aan te nemen dat God niet bestaat? Daar gaat het volgende deel over 'Er is waarschijnlijk geen God.' Atheïsme en bewijs.

Monday, March 9, 2009

Atheïsme (I)

'Geniet van dit leven.' Over atheïsme en moraal.

Stel, God bestaat niet. Kunnen we dan van het leven genieten? Volgens het billboard staat het genieten in contrast met wat we zouden moeten doen als God wél bestond. De conclusie van het billboard kan tweeërlei opgevat worden: (1) God bestaat niet, dus hou nou eens op met moralistisch gedoe; gooi die beperkende moraal van je af en geniet. (2) God bestaat niet, dus je hoeft je tegenover niemand verantwoordelijk of schuldig te voelen, dus ga maar eens lekker los. In beide gevallen is er een duidelijke link met moreel besef. Hoe zit het met ethiek en moraal in het atheïsme?

Vreemd genoeg kom ik met een dubbel antwoord. Enerzijds sluit de atheïstische zienswijze het bestaan van een absolute moraal uit, anderzijds bevestigt de gemiddelde atheïst met zijn gedrag het bestaan van een absolute moraal.

Consequenties van een materialistisch wereldbeeld
Eén van de fundamenten van het atheïsme is het naturalisme. Het naturalisme houdt ondermeer het geloof in dat er geen God is, dat er geen werkelijkheid is buiten de zintuigelijk waarneembare en dus, dat materie alles is wat er is.

Een materiële opvatting van de werkelijkheid heeft verstrekkende consequenties voor ethiek. Aangezien alleen het materiële een gegeven is, kan er geen criterium gevonden worden om goed en kwaad te benoemen. Materie is een bruut feit. Zo'n 1080 atomen die in het universum rondzweven, of beter, samen het universum zíjn. Wij mensen maken deel uit van die atomenbrei; ingewikkelde klompen moluculen weliswaar, maar nog steeds niet meer dan 'atomaire assemblages'.

Als nu de totale werkelijkheid niet meer is dan atomen hoe moeten wij dan tot een ethiek komen? Ethiek is onstoffelijk. Het oordeel dat iets goed is en iets anders verkeerd ontlenen wij niet aan materie. Omdat materie het enige is dat er is (volgens het naturalisme), is ethiek principiëel onmogelijk. Hetzelfde kan gezegd worden van het geweten. Het is óf onstoffelijk en dan wijst het op en bovennatuurlijke oorzaak óf het is stoffelijk en dan wijst het bijvoorbeeld op een chemische basis die niets van doen heeft met een innerlijk 'weten in ons hart'.

Het atheïsme kan geen model bieden voor een buiten de mens staande moraal die als absoluut waar wordt beschouwd en dus genoeg gezag inboezemt om ervoor te zorgendat iemand bereid is die te gehoorzamen.

Het met het naturalisme gepaard gaande materialistische wereldbeeld biedt eigenlijk maar twee mogelijkheden ten aanzien van moraal: determinisme en libertinisme. Determinisme leert dat elke handeling van de mens vooraf vaststaat, omdat het een noodzakelijk gevolg is van oorzaken die op hun beurt noodzakelijke gevolgen van andere oorzaken zijn, enz. Libertinisme leert precies het tegenovergestelde: de mens is volledig vrij. Niets maar dan ook niets kan en mag hem beperking in zijn drang naar vrije ontplooiing. Laten we die twee eens onder de loep nemen.

(1) Determinisme. Aangezien het materialisme een gesloten systeem biedt van oorzaak en gevolg is het nog maar de vraag of de mens een vrije wil heeft. Volgens het determinisme is ook het menselijk gedrag 'gedetermineerd'. Daarmee wordt niet bedoeld dat het van te voren bepaald is, maar dat in een strikte keten van oorzaak en gevolg ook het menselijk gedrag vaststaat. Vrije wil is daarbij een illusie. Van morele keuze en dus moreel besef kan geen sprake zijn. Alles wat de mens doet of kiest is puur het gevolg van een lange rij oorzakelijke gevolgen - eerst fysisch vervolgens chemisch - waarbij de menselijk ervaring van vrije keuze fictief is.

(2) Libertinisme. De enige andere optie is libertinisme (en/of hedonisme, de leer dat de mens leeft om zoveel mogelijk plezier te maken). Het is het geloof in een vrije wil om volledig te doen wat het individu wil zonder ook maar rekening te houden met de gevolgen voor anderen. In zijn radicale vorm bestaan er slechts twee soorten mensen, zoals Markies de Sade beweerde: daders en slachtoffers. Nietzsche gebruikte iets andere woorden. Nadat de christelijke slavenmoraal is afgedankt en er geen God overblijft om ons waarden te verschaffen moet er een nieuwe mens ontstaan. Nietzsche noemde dat de Übermensch (vrij vertaald: de machtsmens), die zijn kracht laat gelden.

In beide gevallen is er geen sprake van verantwoordelijk of aansprakelijk zijn. In het eerste geval is elke daad een noodzakelijk gevolg van een oorzaak. In het tweede geval is elke daad gepermiteerd ongeacht de consequenties.

Oplossingen en bezwaren
Ik schets nu de consequenties van het standpunt van het atheïsme. Ik zeg niet dat alle atheïsten zo zijn. Integendeel, moderne atheïsten schuwen deze consequenties en zoeken een verklaring voor het bestaan van een moraal juist om deze in stand te houden en een plaats te geven. Ze willen er geenszins afstand van doen.

Volgens veel atheïsten is moraal een bijproduct van evolutie. De mens is eenvoudigweg het meest ontwikkelde zoogdier. Als intelligent wezen met een ingewikkeld sociaal leven heeft hij een bepaald gedrag ontwikkeld. Moreel gedrag is als een verfijnd evolutionair product daar onderdeel van als een middel om het voortbestaan van de soort te garanderen.

Naast deze verklaring van het ontstaan van moraal zijn er ook diverse ethische modellen ontwikkeld die in een atheïstische levensbeschouwing passen. Een daarvan is het utilitarisme. Het utilitarisme leert dat het goede bepaald wordt door of iets strekt tot het algemeen welzijn van alle mensen. Het individu dient dus het welzijn van de grote groep centraal te stellen.

Er kleven echter grote bezwaren aan zowel een evolutionistische verklaring van ethiek als een ethisch systeem als het utilitarisme.

Als het waar is dat evolutionaire principes de moraal bepalen wat moeten wij dan met zoiets als verkrachting? Wij vinden allemaal dat het moreel juist om niet te verkrachten, maar evolutionair gezien is verkrachting juist een verstandige zaak. Het is niet moeilijk te zien welk effect een evolutionaire opvatting van moraal heeft op seksueel gedrag. Seksuele moraal is niet verbonden aan een absolute standaard, maar is slechts een evolutionair bij-effect. Dit betekent dat er moeilijk bezwaar aan te tekenen is tegen ongeremde promiscuïteit (seks met wisselende partners). Evolutionair gezien is het zelfs wenselijk zo veel mogelijk vrouwen te insemineren om op deze manier zoveel mogelijk nageslacht te produceren.

Niet iedereen zal het met die laatste conclusie eens zijn, maar er zijn genoeg voorbeelden te vinden waarin wij mensen die hun leven in de waagschaal stellen om anderen te redden prijzen om hun heldenmoed en hoge moraal terwijl in het evolutionistische model zulk gedrag eerder af is te keuren.

Hoe het ook zij, een evolutionaire ontwikkeling van moraal leidt niet tot het besef dat ik een bepaald gedrag ook werkelijk zou moeten vertonen. Het dwingt mij niet, want (1) het gaat om een moraal die nog in ontwikkeling is weer verder kan ontwikkelen, (2) het heeft geen gezag of autoriteit achter zich die mij voldoende ontzag inboezemt om ook werkelijk te willen gehoorzamen.

Het utilitarisme (het gemene goed is het beginsel van de moraal) strandt uiteindelijk omdat voor kennis van het gemene goed alwetendheid nodig is. Van elke daad moet in den treure afgewogen worden wat er de consequenties van zullen zijn. Bovendien is nog steeds geen criterium gegeven voor wat goed is. Misschien is collectieve zelfmoord wel het hoogste goed, want toekomstige generaties blijft zo het lijden bespaard van het menselijk bestaan én diersoorten zullen minder snel uitsterven.

Waar komt trouwens die imperatief vandaan? Is het niet veeleer een innerlijk weten waarvoor de atheïst dan een systeem, een rechtvaardiging bedenkt? En als laatste: waarom is het gemene goed te prefereren boven het eigen goed? Het voortbestaan vd menselijke soort boven het doen waar jij zelf zin in hebt?

De problemen blijven
Als het gaat om de vraag naar goed en kwaad heeft het atheïsme dus een blijvend probleem. Dit probleem dient opgelost te worden, voordat men verder gaat met het atheïsistische experiment. Toch blijven atheïsten handelen volgens absolute maatstaven. Dat zie je m.n. in de politiek waar allerlei morele uitspraken en morele veroordelingen gemeengoed zijn zonder dat er nog een (gemeenschappelijke) basis is voor moreel handelen.

Het blijft een curieus gegeven. Er is geen moraal te ontdekken, toch handelen we allen volgens een moraal. Zelfs daar waar het wereldbeeld van de atheïst geen basis kan ontdekken noch een model kan ontwikkelen voor een werkbare moraal, probeert hij die toch hartstochtelijk te vinden én leeft hij ernaar. Dat is op zich al één argument voor het bestaan van een transcedente absolute moraal. En een absolute moraal kan alleen verklaard worden met de propositie van een persoonlijke God die Schepper is van de mens.

Ik wil met dit alles niet zeggen dat atheïsten niet mensen met een hoogstaande moraal kunnen zijn. Integendeel, veel atheïsten leven een waardig ethisch leven en bewijzen juist met die ethische leefwijze dat er een absolute moraal is. Daarmee verwijst hun levensstijl naar een transcedent iets dat door hun wereldbeschouwing pertinent ontkend wordt.

Dus in het atheïsme vinden we geen basis voor een houdbare moraal. De atheïst twijfelt tussen het uitnodigende 'Geniet van het leven' en 'Durf niet te zeggen dat ik geen moraal heb'. Hij heeft een moraal al ontneemt zijn wereldbeeld die hem. En hij huivert bij de consequenties van de uitnodiging die zijn wereldbeeld hem geeft: een alles verslindend en remmeloos genieten. Maar wat valt er dan nog te genieten, zoals het billboard zegt? Dat zien we in het volgende artikel: 'Durf zelf te denken.' Over atheïsme en zingeving.

Friday, February 20, 2009

Rationalistisch of rationeel?

In zijn column op trouw.nl beweert Lodewijk Dros dat de oude opvatting van Knevel, nl. de letterlijke 6x24 uur interpretatie van Genesis, eigenlijk al het gelijk van Darwin bewees. Zijn argument hiervoor is, dat zowel de letterlijke interpretatie van de Bijbel (die leidt tot het creationistische model) als de evolutietheorie een gemeenschappelijke voorouder hebben in - nou komt het - het rationalisme van de Verlichting.

En weet je waarom? Een letterlijke interpretatie van de Bijbel is nl. een rationalistische interpretatie. Dus met andere woorden vóórdat het rationalisme ons verlichtte was er geen letterlijke interpretatie van de Heilige Schrift! Kom nou zeg. Dit toont toch wel een ernstig gebrek aan historische kennis, Lodewijk. Onze geliefde kerkvaders, de scholastici en de mannen van de Reformatie stonden over het algemeen voor een letterlijke interpretatie van Gods Woord. Zelfs een neoplatonist als Origenes leerde naast een allegorische interpretatie ook een letterlijke.

Het ergste is nog wel dat Dros termen door elkaar haalt: rationalisme en ratio. Iemand die rationalistisch denkt, gebruikt zijn ratio, maar dat wil niet zeggen dat wie het rationalisme niet aanhangt dus ook niet rationeel denkt. Of moeten wij geloven dat Plato en Aristoteles niet rationeel waren?

Waar Dros constateert dat wie 'de pro-creationismesites erop naleest, gefascineerd raakt door hun ongekend rationele inslag' wordt ik gefascineerd door zijn verbazing. Het christelijk geloof is door en door rationeel, d.w.z. dat het bestaat uit logisch samenhangende geloofspunten. Zaken die te maken hebben met godsopenbaring en bovennatuurlijke zaken hoeven niet irrationeel te zijn.

Eén ding is zeker bijbelgetrouwe gelovigen zullen nooit rationalistisch worden. Rationalisme beschouwt de menselijke rede als het objectieve en autonome ijkpunt van de werkelijkheid. Inmiddels zijn we samen met de atheïsten er wel achter gekomen dat dat niet werkt. Misschien is wat dat betreft de evolutietheorie wel veel te rationalistisch (én te weinig rationeel).

Monday, December 15, 2008

Euthanasie, de grote gok

Euthanasie is de afgelopen weken in het nieuws geweest n.a.v. twee internationale gebeurtenissen die volledig losstaan van elkaar, maar wel de moeite waard zijn om onder de loep te nemen. Vorige week werd op de Britse zender Sky een video vertoond waarin een man met een ernstige spierziekte in een kliniek in Zwitserland een drankje nam en vervolgens doodging. Wij zijn in Nederland inmiddels 'gewend' aan euthanasie. Het is een verworven recht. Commerciële belangen zijn zoals altijd natuurlijk zwaarwegend genoeg om een nieuw taboe te doorbreken: het live vertonen van iemands zelfmoord. Daar hebben we allang geen avant garde meer voor nodig.

Het tweede incident vond plaats in Luxemburg, waar de groothertog zijn wetbekrachtigende macht is ontnomen omdat hij voorafgaand aan de behandeling van een wet, die euthanasie zou moeten vergemakkelijken, had aangegeven deze wet niet te willen ondertekenen. Het NOS Journaal merkte op dat de groothertog blijkbaar niet in staat was geweest om zijn geloof van politiek te scheiden. Natuurlijk zijn het alleen christenen die geloof en politiek moeten loskoppelen. Humanistische wetgevers die hun euthanasie stimulerende agenda door willen voeren hoeven uiteraard geen duimbreed te wijken. Zij geloven immers niet, hun uitgangspunten t.a.v. euthanasie zijn objectief, wetenschappelijk en ontdaan van confessionele vertroebeling. Gelukkig was het NOS Journaal scherpzinnig genoeg geweest om snel nog een stukje opinie door de mazen van het net van de objectieve berichtgeving te laten glippen.

Hoezo gelukkige dood?
Terug naar de euthanasie. Het woord betekent 'zachte' dood. Maar wat wordt daar mee bedoeld? Wat weten wij van de dood af? We kunnen spreken over het uitvallen van lichaamsfuncties, het klinisch dood zijn van een mens, constateren dat iemand hersendood is. Maar niemand weet wat doodgaan is, laat staan wat de definitie is van een 'zachte' dood. We kunnen er misschien voor zorgen dat de stervende zodanig gedrogeerd is dat het uitvallen van lichaamsfuncties geen constateerbare hersengolven tot gevolg heeft die zouden kunnen duiden op pijn. Maar is dat 'zacht' doodgaan?

We kunnen verder gaan. Euthanasie is niet veel meer dan een eufemisme voor een voortijdige en onnatuurlijke dood waar een mens zelf voor gekozen heeft. Misschien is het een dood zonder aantoonbare lichamelijke pijn, maar of die dood daarmee dan 'eu' (d.w.z. 'gelukkig') wordt, is maar de vraag. Deze dood zou alleen maar gelukkig zijn wanneer een aantal aannames waar zouden zijn: (a) de mens is niet meer dan de som van zijn lichamelijke delen, (b) er is geen leven na de dood, (c) er is geen verantwoording na de dood over het leven dat men geleefd heeft. Zodra maar één van deze aannames niet plausibel is, kunnen wij al niet meer met een gerust hart spreken van een zachte dood. En omdat het niet meer dan aannames zijn (dus niet bewezen vooronderstellingen), kunnen wij so wie so niet spreken over euthanasie. Het enge is dat zo'n beetje iedereen in het Westen heel hart schreeuwt dat euthanasie goed is en dat het een fundamenteel recht is van ieder mens.

Durft niemand dan eens goed naar die aannames te kijken? Hoe komt het dat zovelen bereid zijn hun leven te wagen voor zo'n onwaarschijnlijke gok? Want dat is het een grote gok waarbij men zijn leven inzet met een reële kans de eeuwigheid te verspelen.
De basisgedachte bij euthanasie is deze: Iemand die ondraaglijk fysiek of mentaal 
lijdt, verdient het van dit lijden verlost te worden. Dit doen we door deze persoon op basis van vrije wil een onnatuurlijke dood te laten ondergaan waarbij er geen sprake is van lichamelijke pijn. Zo verlossen wij deze persoon uit zijn/haar lijden.

Logisch redeneren
Mijn stelling is dat het filosofisch of logisch gezien zeer onverstandig is om euthanasie te plegen of iemand bij een euthanasiepoging te assisteren. Mijn redenering is als volgt.


1. Wij weten niet wat er na de dood komt.
2. De argumenten tegen het bestaan een Schepper van de mens zijn niet overtuigend.
3. Als een Schepper bestaat moeten we rekening houden met een niet-materiële werkelijkheid.
4. De mogelijkheid van een niet-materiële werkelijkheid, brengt met zich de mogelijkheid mee van een leven na de dood. (Op basis van 2 en 3)
5. Het aardse/fysieke bestaan is tijdelijk, het potentiële leven na de dood mogelijk niet. (Op basis van 1 en 4)
6. Pijn in het aardse bestaan is tijdelijk, pijn in een potentieel leven na de dood mogelijk niet. (Op basis van 1 en 5)
7. Het is goed mogelijk dat er een bedoeling met het aardse leven bestaat dat een voltooiing vindt in het leven na de dood. (Op basis van 3 en 4)
8. Door het aardse leven kunstmatig te bekorten, komt het aardse leven mogelijk niet tot zijn doel. (Op basis van 1 en 7)
9. Door het aardse leven kunstmatig te bekorten, overtreden wij mogelijk het eigendomsrecht van de Schepper. (Op basis van 1 en 2)
9. Door het aardse leven kunstmatig te bekorten, lopen wij kans een potentiële straf te moeten ondergaan waarvan wij niet weten of die eindig is. (Op basis van 1 en 9)
10. Het is denkbaar dat de pijn die we met euthanasie proberen te bekorten juist door de euthanasie vervangen wordt door een pijn oneindig zwaarder in gewicht en duur. (Op basis van 8 en 9)


Zoals ik hierboven beargumenteerde, weten wij niet wat er na de dood komt. Niet alleen weten wij niet wat de non-fysieke aspecten van de dood inhouden (wij kunnen immers alleen maar vaststellen wat er met lichaamsfuncties gebeurt), maar tevens is het ons onbekend wat er na de dood gebeurt. De dood zelf is een moment (of een proces dat eindig is).

Als God bestaat...
Deze dood zou 'eu' (gelukkig) genoemd kunnen worden wanneer de dood inderdaad het einde is van het menselijk bestaan, wanneer - zoals hierboven beargumenteerd - de werkelijkheid uitsluitend uit materie bestaat. Maar dat is niet te bewijzen. Sterker nog, recente ontwikkelingen in de godsdienstfilosofie tonen aan dat het bestaan van God allerminst een dode discussie is. Filosofen als Alvin Plantinga, Richard Swinburn, William Lane Craig, J.P. Moreland en anderen hebben veel werk gemaakt van theïstische argumenten. Mede door hun werk is de vraag of God bestaat weer uiterst actueel. Zoals de zaken er nu voorstaan is het bestaan van God is uiterst plausibel te noemen.

Als God bestaat - een levensvatbare optie die allerminst weerlegd is - moeten we er als mensen rekening mee houden dat er een niet-materiële werkelijkheid bestaat. Het kosmologisch argument voor God toont aan dat God de werkelijkheid ex nihilo (uit het niets) geschapen heeft. Het begin van tijd, ruimte en materie. Zodra we dit inzien, is het niet langer houdbaar om te handelen alsof materie de enige werkelijkheid is. Integendeel; het is eerder zo dat de materie afhankelijk is van iets niet-materieels. Het bestaan van deze niet-materiële werkelijkheid laat de mogelijkheid open van een bestaan na de dood.

De blik op oneindig
We gaan nog verder. We weten wel niet wat en of er iets na de dood is, maar we weten wel dat dit leven op aarde tijdelijk is. Aangezien de mogelijkheid bestaat dat er leven na de dood is, dienen wij er rekening mee te houden dat dit leven geen einde kent. Immers het is duidelijk voor ons dat dit leven eindigt bij de dood. Deze dood kent een fysiek aspect. Het leven na de dood is mogelijk op grond van een niet-fysiek aspect in onszelf. Het is daarom allerminst vanzelfsprekend dat ons potentiële bestaan na de dood een einde kent. Dit heeft nogal wat consequenties voor de betekenis van het lijden in dit leven. Het lijden waarvoor wij een voortijdig einde maken in deze wereld is immers eindig. Maar wie zegt dat pijn die we in een leven na de dood ervaren eindig is? Het zou goed kunnen dat we m.b.v. euthanasie tijdelijke pijn inruilen voor eeuwige pijn.

Aangezien het goed mogelijk is dat er een God is, is het goed denkbaar dat het aardse leven een voltooiing vindt in het leven na de dood. Deze aardse werkelijkheid is dan misschien wel het decor zijn van een voorbereidingsfase. Als dat niet zo is, zitten we met de vraag waarom de Schepper een mens maakt die lijdt - soms ondraaglijk tot zijn dood, soms zonder uitzicht op geluk - terwijl diezelfde mens zo gemaakt is dat hij zich afvraagt waarom hij leeft en wat het doel van zijn bestaan is.

Nu, als die mogelijkheid van een doelmatigheid die zich uitstrekt tot voorbij de dood reëel is, dan zou het wel eens kunnen zijn dat we, door ons leven m.b.v. euthanasie te bekorten, niet tot het doel komen wat onze Schepper met ons leven heeft. Dat missen van het doel is dan wel definitief! Het wordt zwaarwegender wanneer wij beseffen dat wij als schepselen van een mogelijke Schepper het eigendom zijn van een Ander. Niet wij beschikken over ons leven, maar de Schepper die schepselen heeft gemaakt. Door dit aardse leven kunstmatig te bekorten lopen wij het beklemmende risico het eigendomsrecht van deze Schepper met voeten te treden.

Russische roulette
Wie garandeert ons dat we niet straks oog in oog staan met deze Maker om dan tot onze schrik te realiseren dat we iets gedaan hebben wat Hem niet welgevallig is? Niemand kan sluitende argumentatie leveren aan iemand die ondragelijk lijdt dat de dood zacht en gelukkig zal zijn; dat alles voorbij zal zijn; dat het lijden verleden tijd zal zijn.

De argumenten voor het bestaan van de Schepper en de daaruit voort­vloeiende gevolgen van een eeuwig voortbestaan na de dood en de mogelijkheid van een nooit eindigend lijden als straf op de euthanasie zouden ons af moeten schrikken. Wie zegt dat euthanasie niet simpel stuivertje wisselen is: tijdelijke pijn inruilen voor eeuwige pijn, keuzemogelijkheid tot moed inruilen voor een definitieve lotsbeschikking? Euthanasie is niets anders dan een vreselijke vorm van russische roulette waarbij elke kamer geladen is en we slechts na de dood weten wat het resultaat zal zijn van de grote gok waarmee we ons leven beëindigd hebben.

Monday, December 1, 2008

Staat en kerk opnieuw getrouwd?

Sinds jaar en dag is er in ons land scheiding van kerk en staat. Beide hebben hun eigen invloedssfeer. De een mag de ander niet overheersen en beide mogen niet samenvallen. Alles lijkt in orde. Af en toe hoor je een verontwaardigd gemompel wanneer een christelijke partij ook maar een beetje een beroep lijkt te doen op de christelijke bronnen van haar christelijke normen en waarden. Maar over het algemeen lijken die christelijke partijen zich koest te houden.

Ze blijven braaf in hun hok en doen zoveel mogelijk wat de geseculariseerde staat van hen verwacht: een stukje rechts zitten van de morele status quo, eerder het humanistische waardensysteem bevestigend dan een kritisch alternatief biedend. Ze kunnen ook niet anders, want de scheiding van kerk en staat is heilig. Daar mag niet getornd worden. Scheiding van kerk en staat betekent: politiek zonder religie. En daar zit ‘m het probleem.

Waar de scheiding van kerk en staat oorspronkelijk godsdienstvrijheid moest waarborgen, heeft die scheiding nu geleid tot het verdringen van elke vorm van religie in de politieke arena. Waar scheiding van kerk en staat oorspronkelijk juist de vrije uiting van godsdienst op politiek vlak mogelijk maakte door een dominantie van de staat door één georganiseerde religie te verbieden, leidt diezelfde scheiding nu tot uitsluiting van godsdienst zo niet tot onderdrukking ervan.

Bij dit alles vindt er een discriminatie van wereldbeschouwingen plaats. Confessioneel bepaalde wereldbeschouwingen worden buitengesloten van inmenging in de politiek terwijl seculiere levensbeschouwingen vrije toegang hebben om hun ideeën door te drukken. Dat alles op grond van een vermeende non-religieuze objectiviteit.

Zo legt het humanisme met het argument van de scheiding van kerk en staat het zwijgen op aan confessionele groepen en drukt vrijwel zonder enige belemmering zijn eigen agenda door. De scheiding tussen kerk en staat lijkt weer ongedaan gemaakt. Alleen is het woord ‘kerk’ vervangen door ‘humanisme’. Een nieuwe intolerantie lijkt geboren. Meer hierover hier.

Reeds eerder gepubliceerd op opiniesite habakuk.nu

Friday, November 14, 2008

Wetenschap en geloof

Over de verhouding tussen wetenschap en geloof is er tegenwoordig veel onduidelijkheid. Velen menen dat wetenschap religie overbodig heeft gemaakt. De gedachte is dat religie een voorstadium was van een voorwetenschappelijke manier om met de wereld om te gaan. Nu de wetenschap er is, blijkt dat onverklaarbare fenomenen een eenvoudige wetenschappelijke verklaring hebben. Mensen als Richard Dawkins zijn de kampioenen van de visie dat religie als zodanig heeft afgedaan. Wetenschap is in deze optiek het middel waardoor wij als mensen tot de waarheid omtrent de werkelijkheid komen.

Ik probeer duidelijk te maken dat deze visie mank gaat. Wetenschap en religie tegen elkaar afzetten is hetzelfde als appels met peren vergelijken. Beide hebben raakvlakken maar hebben hun eigen functie. De gedachte dat wetenschap religie vervangt leidt tot een identiteitsloze mens in een betekenisloze wereld.


Wetenschap

Wat is wetenschap? Wetenschap is een manier om kennis te vergaren die gebaseerd is op de hypothetisch inductieve methode. Deze methode kan aannames bevestigen maar nooit bewijzen. De methode begint met een hypothese en probeert door middel van het uitvoeren van testen deze hypothese te bevestigen. Zo kan de hypothese zijn dat alle vogels kunnen vliegen. Vervolgens worden allerlei vogels op enige hoogte losgelaten om te kijken of ze inderdaad kunnen vliegen. Het kan best zijn dat alle vogels waarover de onderzoeker kan beschikken inderdaad kunnen vliegen. Het kan ook zijn dat er ergens op de wereld vogelsoorten bestaan die niet kunnen vliegen. Het beste wat onze onderzoeker kan doen is zoveel mogelijk testen uitvoeren. Deze testen bevestigen ofwel ontkrachten zijn hypothese. Dat is wetenschap in een notendop.

Wetenschap kan daarom per definitie nooit iets bewijzen; het kan ideeën bevestigen. Het kan deze ideeën zo vaak bevestigen dat er maar weinig twijfel over blijft, maar zekerheid is er niet te verkrijgen. Dan zouden immers alle instanties van een bepaald voorval volledig bekend moeten zijn bij de wetenschapper en dat kan niet, want geen enkele wetenschapper is alwetend.

Voor zeker bewijs is alleen de deductieve methode geschikt. De deductieve methode gaat uit van twee stellingen en komt dan tot een conclusie. Bijvoorbeeld. Als Peter slecht heeft geslapen is hij in een slecht humeur. Peter heeft slecht geslapen. Dus: Peter is in een slacht humeur. De conclusie is zeker wanneer de twee stellingen zeker zijn.

Wetenschap kan alleen over de materiële werkelijkheid uitspraken doen, omdat de wetenschappelijke methode per definitie tot materie beperkt is. Zaken als zingeving, moraal, esthetiek ontstijgen wetenschap omdat ze immateriële aspecten vertonen. Wetenschap kan aantonen dat bij gebrek aan schoon drinkwater meer mensen sterven; het is niet in staat om aan te geven of dat goed of slecht is en waarom.


Zingevingskaders

Aan de andere kant zijn er de zingevingskaders. Dat zijn 'dingen' die mensen hanteren om de betekenis van de werkelijkheid te duiden; waarom de werkelijkheid is zoals die is en wat het doel van die werkelijkheid is. We kunnen ze ook paradigma's noemen: invalshoeken vanwaaruit we de werkelijkheid bezien of interpretatiemodellen: filters waarlangs de werkelijkheid op een bepaalde manier gekleurd tot ons komt. De meest gebruikte term die we voor een zingevingskader hanteren is wereldbeeld.

Een wereldbeeld is de verzameling van al onze aannames over deze wereld, het uitgangspunt waarmee we deze wereld tegemoet treden. Ons wereldbeeld geeft betekenis aan de wereld waarin we leven, helpt ons om het doel van deze wereld en ons leven te formuleren. Het is vanuit een bepaald wereldbeeld dat een wetenschapper aan het werk gaat. Hij werkt in de context van zijn wereldbeeld en geeft zijn data een plaats die in overeenstemming is met zijn wereldbeeld.

Wereldbeelden krijgen een concrete formulering in bijvoorbeeld een religie of een filosofie. Iedereen heeft een wereldbeeld. Het is voor een mens niet mogelijk geen wereldbeeld te hebben. Hij heeft zich nu eenmaal een beeld gevormd over hoe de werkelijkheid in elkaar zit; zo zit de mens in elkaar.


Wetenschap en zingeving

Hoe verhouden wetenschap en zingevingskaders zich? In de eerste plaats moet het duidelijk zijn dat wetenschap niet kan leiden tot zingeving en wel om de volgende redenen:

(a) Wetenschap houdt zich bezig met materie; meer niet. Het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek is de ons omringende werkelijkheid inclusief wijzelf. Het doel van wetenschap is data te vergaren.

(b) Wetenschappelijke conclusies zijn niet meer dan precies dat: conclusies over de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het gaat om constateren van feiten die uit het onderzoek naar voren komen.

(c) Wetenschap leidt niet tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid, ze wordt juist beoefend vanuit een zingevingskader. De wetenschapper beoefent de wetenschap, omdat hij gelooft dat dit tot bruikbare resultaten leidt.

(d) Een ander belangrijk feit is dat wetenschappelijke data worden geïnterpreteerd binnen de context en in overeenstemming met het wereldbeeld dat de wetenschapper aanhangt.

(e) Als zodanig leidt wetenschappelijk onderzoek niet tot waarheid maar tot de bevestiging van een vooraf geformuleerde potentiële waarheid (de hypothese).

Wetenschap en technologische ontwikkeling zijn typisch westerse fenomenen. Dat is niet voor niets. Wetenschap werd mogelijk gemaakt door een zingevingskader dat een link legde tussen het menselijk brein en de werkelijkheid. Christendom zag de mens als een schepping van God die door God in deze wereld geplaatst was om die te bewerken. De basis voor de huidige wetenschap werd daarom gelegd in het middeleeuwse denken van o.a. de scholastici. Een niet-theïstisch wereldbeeld zal het altijd moeilijk hebben om een verklaring te geven voor het feit dat er een verband is tussen rationaliteit (m.n. wiskundig denken) en materie. Waarom sluiten die twee zo goed op elkaar aan?

Wel is het zo dat wetenschap gegevens aan kan dragen die leiden tot herinterpretatie van een wereldbeeld. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld het verzet van de westerse beschaving in de 16de en 17de eeuw (niet alleen de kerk!) tegen de inzichten van Copernicus die een heliocentrisch zonnestelsel voorstond. Vrijwel altijd domineert een zingevingskader de wijze waarop de data van het onderzoek geïntepreteerd worden en de conclusie die eruit volgen.

We moeten dus stellen dat wetenschap geen uitleg geeft over het leven. Het vertelt ons hoe dingen waarschijnlijk in elkaar zitten, maar niet waarom ze er zijn en hoe ze er gekomen zijn. Wetenschap geeft geen zin of betekenis aan het leven. Nog steeds zijn er veel modernisten die denken dat wetenschap religie vervangen heeft, maar in de data is geen betekenis te ontdekken. Data vervangen moraal, betekenis en doel niet en ze geven er ook geen aanleiding toe. Wetenschap kan alleen over materiële data uitspraken doen, maar kan niets zeggen over niet-materiële realiteiten zoals waardenleer (ethiek en esthetiek).


Conclusie

De gedachte dat wetenschap religie vervangen heeft is daarom een fabeltje. Het is logisch onmogelijk. Wetenschap komt voort uit een zingevingskader (wereldbeeld, religie, filosofie) en produceert data ten gunste van dat zingevingskader. Wetenschap genereert output op basis van input. Als je er bijvoorbeeld evolutietheorie instopt (d.w.z. met die bepaalde vooronderstelling het onderzoek ingaat) krijg je er ook evolutietheorie uit (d.w.z. de data lijken de vooraf gestelde theorie te bevestigen). Zelden gebeurt het dat wetenschappers zo eerlijk en moedig zijn om tegen de heersende status quo van wetenschappelijke consensus (die door een bepaalde wereldbeeld wordt gedomineerd) in te gaan en te erkennen dat de data eigenlijk het eigen wereldbeeld tegenspreken. Mensen die dat wel deden en doen zijn bijvoorbeeld Galileo Galilei en - om een hedendaags voorbeeld te noemen - Anthony Flew, een atheïstische filosoof die nu erkent dat er een God moet zijn.

Het huidige westerse denken dat vast blijven houden aan de idee dat wetenschap religie vervangt (en dat wetenschap tot waarheid en inzicht leidt en religie tot verdwazing) lijdt zelf aan een religieuze vooringenomenheid die blind maakt voor de werkelijkheid. Als onze beschaving doorgaat op deze weg zal de uitholling van betekenis en zin van het leven straks onomkeerbaar zijn. De mens verwordt tot een betekenisloos dier en gaat ten gronde.

Thursday, October 9, 2008

Waarheid versus beïnvloeding

Een kenmerk van de  westerse beschaving is dat ontwikkelingen op filosofisch gebied op de voet gevolgd worden door culturele trends. Onze cultuur leeft als het ware de levensvisie van haar filosofen. Sinds het christendom door de wijsgeren van de Verlichting overboord is gegood, heeft dit ingrijpende - en in toenemende mate desastreuze - gevolgen gehad voor het westen.

Heel herkenbaar is hoe filosofie zijn doorwerking heeft gehad in reclame en marketing. In de twintigste eeuw zijn er denkers geweest die de vraag naar goed en kwaad op een praktische manier probeerden op te lossen. Ze kwamen tot de conclusie dat iets waar en goed is, omdat het werkt. Deze beweging werd aangeduid met de term pragmatisme en heeft een enorme invloed gehad op reclame. Reclame werkt, dus het is goed. Men heeft zich meestal weinig bezig gehouden met de vraag of bepaalde reclame wel ethisch verantwoord is. Er is gelukkig een reclamecodecommissie. Het feit dat zo'n commissie nodig is, zegt eigenlijk al genoeg. Er moet gereguleerd worden anders loopt het de spuigaten uit.

Een andere denkrichting dacht juist heel anders over het begrip waarheid. Ze vroegen zich af of er wel zoiets als waarheid is. Mensen zijn immers altijd onderling verdeeld over zoveel dingen. Is waarheid niet veel meer gewoon een afspraak tussen mensen onderling? Waarheid bestaat niet volgens deze richting die aangeduid wordt met de term postmodernisme. Ook deze beweging deed haar invloed gelden. Het gaat er immers niet meer om de consument te overtuigen van de kwaliteit van een product. Niemand is meer geïnteresseerd in de waarheid over een product, want die waarheid bestaat toch niet. Het gaat bij marketingtechnieken niet om overtuigen maar beïnvloeden. Je moet de consument winnen voor 'jouw' waarheid. Het is zaak een merkbeleving te creëren die er voor zorgt dat de klant liefst onbewust het product gaat kopen.

Nu de kerk dan. We zien regelmatig een klakkeloos en onzorgvuldig toepassen van verworvenheden die gestoeld zijn op bedenkelijke filosofieën. Het werkt en daarom doen we het. Marktetingprincipes worden toegepast omdat ze het gewenste resultaat geven. In hoeverre maken wij ons schuldig aan het beïnvloeden van mensen door het scheppen van de juiste sfeer, door indruk te maken met massaliteit, etc.? In hoeverre tuigen wij onze buitenkant op, met verwaarlozing van de binnenkant?

We moeten heel voorzichtig zijn met moderne marketingtechnieken. De kerk heeft de plicht de verkeerde filosofie die daarachter schuilgaat te ontmaskeren. Het evangelie moet zuiver bewaard en gecommuniceeerd worden. Verkondiging is iets heel anders dan emotionele beïnvloeding. Een verwaterd evangelie levert watjes op. Pragmatisch resultaat mag niet als een synoniem beschouwd worden van vruchtdragen.

Jezus Christus is de Weg de Waarheid en het Leven. Van deze waarheid moeten wij in alle zuiverheid getuigenis afleggen. Ook als direct meetbaar resultaat uitblijft.

Reeds eerder gepubliceerd op opiniesite habakuk.nu