Showing posts with label theologie. Show all posts
Showing posts with label theologie. Show all posts

Monday, April 20, 2009

Knevel en de opstanding

Heeft iemand onlangs nog de opstanding van Jezus verdedigd? Jazeker! Andries Knevel bij Pauw en Witteman en in de Volkskrant. Maar nu hoor je niemand. Nu blijft het stil. Geen waardering, geen loftrompet. Kort geleden nog werd hij verguist omdat hij onbijbels zou zijn (zonder afdoende gronden), nu is er niemand die hem rehabiliteert om zijn moedig optreden.

Criticasters (ik was er één van) waren er maar genoeg toen Knevel het creationistische standpunt ter discussie stelde. En inderdaad Knevel ging te kort door de bocht. We moeten de zaken die christenen intens verdelen niet via de publieke media uitvechten.

Maar nu de opstanding actueel wordt, is er bijna geen christen die z’n mond open doet. Daar bestaat in onze kringen namelijk consensus over; wij christenen vinden dat de opstanding waar is. En dus kruipen we in onze schulp en gaan in ons kleine subcultuurtje hard roepen dat ‘Hij waarlijk is opgestaan’. Maar daarbuiten blijven we stil.

Maar Knevel niet. Die durfde in een talkshow die bekend staat om z’n stevige vragen en lastige discussies, de opstanding van Christus keihard te verdedigen. Ze dachten Knevel nu ook wel mee te krijgen. Maar dat viel tegen. Knevel verdedigde met verve de opstanding van Christus. ‘Die is historisch’, zei hij.

Even goed nadenken: de man die wij met z’n allen de schuld hebben gegeven van een evolutiedebat dat voor christenen niet goed is verlopen, is tegelijk de enige die op de nationale tv de opstanding van Christus heeft verdedigd! Dat mag dan ook wel erkend worden.

Laat ik er gelijk bij zeggen dat zo’n debatstructuur, waar de makers kijkcijfers en vooral niet de waarheid moeten hebben, niet het juiste medium is. Er bestaat in onze cultuur zo’n grote consensus tegen de historische claims van het christendom dat je in een groep van vijf schreeuwende mannetjes (waaronder Rutte) natuurlijk niets goeds kunt uitrichten. Wereldbeschouwelijke vooroordelen (zoals: ‘geloof en wetenschap zijn aan elkaar tegengesteld’) moeten in alle rust aan de kaak worden gesteld.

Dat zou voor mij een belangrijke reden zijn om zulke bla-bla-debatten te mijden als de pest. Maar de opstanding moet verdedigd worden. Niet voor een christelijk gehoor, maar voor niet-christenen. En Knevel heeft ons daarin het goede voorbeeld gegeven.

Deze column is eerder gepubliceerd op opiniesite Habakuk.nu

Friday, April 10, 2009

De opstanding van Jezus, feit of fictie?

Het christelijk geloof kent eigenlijk maar één echt probleem; het heeft een historische gebeurtenis als grondslag van haar boodschap. Het evangelie staat of valt met de opstanding van Jezus Christus. Indien het niet is gebeurd, valt het Christelijk geloof als een kaartenhuis in elkaar. Er is dan geen basis voor verlossing, geen hoop op een leven na de dood en geen verzoening met de Schepper. Het christendom is dan gebaseerd op een leugen. Als de opstanding echter wél is gebeurd, hebben we te maken met een van de meest wonderlijke gebeurtenissen ooit. Dit wonder biedt dan hoop voorbij de dood, een ontsnappingsroute uit de wanhoop van het tijdelijke.

De opstanding is sinds de Verlichting fel aangevallen door filosofen, wetenschappers en theologen. De opstanding zou gebaseerd zijn op een voorwetenschappelijk wereldbeeld. Het zou gaan om een legende of een mythe. Vandaag de dag wordt de opstanding door weinigen meer als een serieuze historische gebeurtenis gezien.

Nu zijn er drie mogelijke reacties en alle drie kunnen we ze in de kerk waarnemen: (A) Men geeft het geloof in de opstanding op. (B) Men ontkent de kritiek en steekt de kop in het zand. (C) Men kijkt kritisch naar de kritiek op de opstanding. Die laatste benadering is de mijne. Ik wil kort met enkele stappen uitleggen waarom het feit van de opstanding een goede historische basis heeft, waarom de aanname van de opstanding niet irrationeel is, waarom de opstanding waarschijnlijk is, én wat dat betekent voor ons vandaag.

Stap 1 De mogelijkheid van wonderen (en dus de opstanding)
De 18de eeuwse filosoof, David Hume, beschouwde wonderen als totaal onwaarschijnlijk. Getuigenverklaringen over wonderen zijn niet te vertrouwen en daarom is historiciteit van wonderen totaal onwaarschijnlijk. Hume zou pas het bewijs voor een wonder aannemen als het tegendeel van dat bewijs nog wonderlijker zou zijn dan het wonder zelf.

Maar is dat terecht? Er zijn na Hume wetenschappelijke methoden ontwikkeld om vast te stellen wat historisch is. Met het waarschijnlijkheidsmodel van Bayes kan woren vastgesteld hoe waarschijnlijk iets is in relatie tot andere zaken. De echte grond van afwijzing van de opstanding is voor Hume en degenen die na hem kwamen een naturalistisch wereldbeeld dat stelt dat de natuurlijke werkelijkheid zichzelf verklaart én dat er geen God is. Met dit voroordeel wordt God en daar mee de mogelijkheid van wonderen buiten de deur gehouden. Wanneer God bestaat zijn wonderen wel mogelijk én dus de opstanding.

Het naturalistische wereldbeeld houdt dan niet langer stand wanneer het bestaan van God kan worden aangetoond. In de afgelopen decennia is er een enorme opleving gekomen van christelijke filosofie én daarmee interesse in de argumenten voor het bestaan van God. Deze argumenten zijn zo sterk dat atheïsten er geen antwoord op hebben. Enkele van deze argumenten zijn het morele argument (onze moreel besef verwijst naar een Auteur van de moraal), het argument van de eerste oorzaak (er moet een eerste oorzaak zijn van alles en die oorzaak is God) en het argument van doelmatigheid (wij zien overal tekenen van de Ontwerper).

Aangezien God bestaat, moet de opstanding van Jezus in dat kader worden bezien. Het is niet zomaar een rare onverwachte gebeurtenis; het is een daad van God ter bevstiging van Jezus' missie.

Stap 2 De oude datering van de NT documenten
Wonderen mogen dan mogelijk zijn, maar nog steeds zal het bezwaar zijn dat Jezus misschien wel bestaan heeft, maar dat men pas enkele generaties later mooie dingen over Hem ging schrijven. Het NT is dan niet meer dan de weerslag van één grote legende. Het huidige christendom staat ver van de 'echte' Jezus die niet meer dan een gewoon mens was. Jezus is niet opgestaan; we weten eigenlijk helemaal niets over Hem.

Dit bezwaar houdt geen stand wanneer we beseffen hoe oud de boeken zijn die samen het NT vormen en hoe veel manuscripten we hebben. We hebben zo'n 20.000 fragmenten en manuscripten van de 2de tot de 4de eeuw. Het oudste fragment gaat terug tot 120 na Christus.

Bovendien is het NT zeer vaak geciteerd door de kerkvaders van die tijd. Met die citaten alleen al zouden we in staat zijn vrijwel het hele NT te reconstrueren. Ook zijn er duizenden vertalingen naar het Syrisch uit die tijd. Als het NT langzaamaan ontstaan was en uit de duim gezogen, zouden we verschillende versies moeten hebben. Maar er is maar één NT.

Van de belangrijkste gedeelten van het NT kunnen we ook vaststellen dat ze vlak na de dood van Jezus zijn onstaan. Handelingen maakt bijvoorbeeld geen melding van de vervolgingen onder Nero in 64 en moet dus voor die tijd geschreven zijn (ongeveer 55). Het Evangelie naar Lukas is vóór Handelingen geschreven en dateert dus van ongeveer 50 na Christus. Mattheüs en Lukas maken gebruik van Markus én een onbekende bron (Q). Die moeten dus ergens in de jaren 40 zijn ontstaan (zeg maar 10 tot 15 jaar na de kruisiging). In het NT vinden we bovendien een aantal liturgische of rabbinische passages die bedoeld waren voor memorisatie of gebruik in de erediensten van de vroege kerk. Eén zo'n passage is 1 Korinthiërs 15:1-3 die handelt over de opstanding. De tekst moet ergens uit de jaren 30 stammen, vlak na de dood van Jezus.

Zoals Paulus in 1 Kor.15:1-3 al aangeeft, zijn de verslagen van de opstanding gebaseerd op ooggetuigeverklaringen. Het is wetenschappelijk aangetoond dat voor legendevorming minimaal 40 jar nodig is. Daar is in het geval van de opstanding niet genoeg tijd voor geweest. We concluderen dat reeds de eerste christenen geloofden dat Jezus uit de dood was opgestaan. Dat geloof was gebaseerd op hun eigen empirische waarneming.

Stap 3 De historische feiten pleiten voor de opstanding
Als we nu onze aandacht specifiek richten op de opstanding zien we drie vaststaande historische feiten die de basis vormen voor de opstanding van Jezus (a) het lege graf, (b) de verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen, (c) het geloof in de opstanding van de vroegste kerk. Er zijn maar weinig wetenschappers (christen of niet) die dit ontkennen.

Denk niet dat diezelfde wetenschappers nu staan te springen om de opstanding te aanvaarden. Daarvoor zit hun naturalistisch vooroordeel te diep ingebakken. Verschillende oplossingen zijn bedacht om de verschijnselen te verklaren. Uiteindelijk zal echter de oplossing die de beste verklaring biedt van de feiten verkozen moeten worden. Verschillende hypothesen die men bedacht heeft om de opstanding weg te redeneren zijn:

(a) De discipelen hebben Jezus' lichaam verstopt en de leugen verspreid dat Jezus was opgestaan. Echter wanneer we de evangeliën lezen, kunnen we ons maar moeilijk voorstellen dat zulke eerlijke en transparante mensen zo oneerlijk zouden zijn. Bovendien is het onbegrijpelijk waarom ze dan bereid waren hun leven te verliezen en een marteldood te sterven omwille van een leugen.

(b) De discipelen hadden hallucinaties waardoor ze dachten dat Jezus was opgestaan. Als dat zo was hadden de Joodse leiders makkelijk het lijk van Jezus door de straten van Jeruzalem kunnen slepen. Maar dat deden ze niet.

(c) De schijndood van Jezus. Kan iemand die gegeseld, gekruisigd en met een speer doorstoken is, overleven? Deze hypothese is ronduit belachelijk. Een kruisiging overleeft men niet.

(d) De vrouwen keken bij de verkeerde graftombe of het lichaam was per ongeluk verplaatst door Josef van Arimathea. Opnieuw zou het voor een farizeeën een peuleschil zijn geweest om het lijk tevoorschijn te toveren. Bovendien: is het waarschijnlijk dat een hele religie ontstaat op grond van de vergissing van een paar vrouwen op zondagochtend? Zou Josef van Arimathea de discipelen niet bij hebben gepraat?

De opstanding van Jezus is de enige mogelijkheid die volledig recht doet aan alle ons bekende historische feiten. Alleen, wij westerlingen vinden dat zo'n opstanding niet kan en niet mag. Maar waarom? Laten we verder kijken.


Stap 4 Jezus voorspelde zijn dood en opstanding
Al deze feiten die verwijzen naar de opstanding van Jezus staan niet in een vacuüm. Het is niet alsof ineens Napoleon voor ons staat. We moeten kijken naar Jezus' woorden. Wat Hij over zijn identiteit zei én wat Hij zei dat er met Hem ging gebeuren.

Jezus zag Zichzelf als de Messias van Israël en de Verlosser van de wereld. Hij noemde Zich de Zoon des Mensen (een verwijzing naar de Messias) én Zoon van God (godslasterlijk als het niet waar zou zijn). Bovendien voorspelde Jezus meerdere keren zijn eigen dood én zijn eigen opstanding uit de dood. Ook nietgelovige wetenschappers erkennen de authenticiteit van deze woorden.

Het feit dat een analyse van de gebeurtenissen ons eigenlijk dwingt te concluderen dat Jezus uit de dood opstond, komt dus overeen met wat Jezus had gezegd, nl. dat Hij uit de dood zou opstaan. We moeten dus de opstanding in de context zien van de God (die bestaat en) van wie Jezus zei dat Hij zijn Vader was en van wie Jezus zei dat Hij Hem uit de dood zou opwekken omdat Jezus de Messias was.

Conclusie
We concluderen daarom dat Jezus uit de dood is opgestaan. (a) Het is mogelijk, omdat God bestaat en dus zijn wonderen mogelijk. (b) Het biedt de beste verklaring voor de ons bekende en vaststaande historische feiten. (c) Het komt overeen met de woorden van Jezus over Zichzelf. (d) Jezus voorspelde zijn dood en opstanding Zelf!

Maar, mag ik jullie vragen, wat betekent dit dan dat Jezus uit de dood is opgestaan? Het is een historisch feit van ongekende proporties: door Hemzelf voorspeld, door God gedaan. Met zijn opstanding wordt het bewijs geleverd dat wat Jezus leerde waar is: Hij is de Messias, Verlosser van de mensheid, Brug naar God. Er is geen grotere hoop dan deze. U kunt met uw Schepper verzoend worden door Hem!

Hebt u de levende Christus al ontmoet? Hij is gestorven voor uw zonden; zijn opstanding is het begin van het nieuwe leven dat reeds velen hebben ontvangen. Wilt u het ook? Stel uw vertrouwen op Jezus en zijn offer en vraag Hem in uw hart te komen wonen.

Wednesday, February 25, 2009

Nederland is zijn C-factor kwijt

In een artikel op de website van Reuters verscheen maandag een artikel waarin beweerd wordt dat Nederlanders in deze tijd van crisis terugvallen op de oude waarheden van het Calvinisme. In het artikel wordt het 500ste geboortejaar van Calvijn op één hoop gegooid met de huidige krediet crisis en Balkenendes oproep tot een normen en waardendebat waarbij de indruk ontstaat als zou er niet alleen een ruk naar rechts zijn, maar ook een religieuze herbezinning op het erfgoed van Calvijn.

Volgens is mij niets minder waar. Er wordt wel over Calvijn gesproken en geschreven. Trouw heeft zelfs een online Calvijntest om je calvinistische gehalte (c-factor) in beeld te brengen. Het is per slot van rekening niet niks dat hij 500 jaar geleden geboren werd. Het gesprek gaat echter in grote lijnen niet verder dan het bespreken van het sociologische en psychologische effect van de calvinistische leer op de Nederlandse samenleving.

Dan hebben we nog een normen en waardendebat . De commotie is al enige tijd achter de rug, maar wat mij bijstaat is dat het moedige morele appèl van Balkenende met gehoon en afkeur ontvangen werd. Voor moralisme hebben we toch geen calvinist nodig, zeker? Voor moralisme niet en zeker niet voor een religieus réveil.

Of de huidige curiositeit van een gereformeerde premier met een reformatorische partij in de coalitie een tijdelijke anomalie is, zal moeten blijken. We horen bij veel politici gepraat over luisteren naar de stem van het volk en het voeren van een zero-tolerance beleid. Dit staat echter ver van het 'Calvijnse' calvinisme. Het is ook geen ethisch réveil. Het is eerder goedkoop moralisme gevoed door xenofobie en de verharding van de samenleving. Men houdt zich bezig met het van bovenaf opleggen van regels om het gebrek aan innerlijk normbesef bij de Nederlander te compenseren.

Ik zie een Nederland dat los is geslagen van zijn morele basis, zijn c-factor kwijt is en niet wil luisteren naar de aloude stem van het evangelie. O Nederland, keer terug tot uw God.

Deze column is eerder gepubliceerd op opiniesite Habakuk.nu

Friday, September 12, 2008

Paul Verhoeven en de Jesus Seminar

Paul Verhoeven heeft zijn boek ‘Jezus van Nazareth’, gepresenteerd. Natuurlijk krijgt hij een hoop media-aandacht. ‘s Lands bekendste regisseur heeft een boek geschreven. Nota bene over Jezus. Het boek bevestigt wat we konden verwachten: Jezus was niet goddelijk, deed geen wonderen, stond niet op uit de dood en was heel wat minder radicaal dan we dachten. En toch treft het ons, volgelingen van Jezus, onaangenaam in het hart. Moeten we dan toch gaan twijfelen?

Daarom kort wat informatie over de achtergrond van dit boek. Verhoeven maakt deel uit van de Jesus Seminar (hierna JS), een groep van nieuwtestamentische geleerden samen met bekende geïnteresseerden uit de media. Deze groep probeert te achterhalen wat de oorspronkelijke woorden van Jezus waren om ze vervolgens populair te maken middels publicaties.
Of een uitspraak werkelijk van Jezus komt, wordt door de JS bepaalt door een stemming waarbij de geleerden gekleurde kraaltjes gebruiken. Een uitgangspunt is dat er minstens 40 jaar verstreek na Jezus voordat er iets over Hem op schrift werd gesteld. Andere wetenschappers hebben echter overtuigend aangetoond dat verschillende delen van het Nieuwe Testament geschreven zijn binnen enkele jaren na Jezus’ opstanding. Verder verwerpt de JS elke uitspraak die judaïstisch of christelijk van aard is, omdat zo’n uitspraak door een latere traditie aan Jezus toegeschreven zou moeten zijn. Men vergeet dan even voor het gemak dat de JS zelf een (wel heel erg late) ‘traditie’ vertegenwoordigt die arbitrair in de tekst snijdt.

De JS bestaat niet uit een gebalanceerde selectie van wetenschappers en werkt vanuit vooringenomen standpunten waar ‘hun’ Jezus aan moet voldoen voordat hij het daglicht mag zien. Uiteindelijk is Verhoevens boek niet zoveel aandacht waard, maar zo gaat dat nu eenmaal. De JS is ‘old school’ (het wetenschappelijk onderzoek naar de historische Jezus is een heel andere kant op gegaan) en Paul Verhoeven is niet meer dan media-icoon van een beweging die zijn beste tijd heeft gehad.

Reeds eerder verschenen op de opiniesite habakuk.nu