Creationistisch onderwijs op scholen
Arie Slob heeft in een interview met nu.nl gezegd dat hij vindt dat het scheppingsverhaal ook op openbare scholen onderwezen moet worden. Alsof dat gaat gebeuren. Leuk is het wel. Een goeie tegenzet na de brief die Taede Smedes, onderzoeker aan de faculteit religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, schreef aan minister Plasterk over de ontwikkeling van lesmateriaal ten behoeve van het onderwijzen van het scheppingsverhaal. Ik schreef hierover in een eerdere column omdat ik vind dat zelfs maar de suggestie van een verbod op het onderwijzen van het scheppingsverhaal getuigt van engdenkendheid en bekrompenheid.
Ook nu is Smedes op zijn blog in de pen geklommen en heeft hij het over de ‘dictatuur van de gelovige’, omdat blijkbaar de CU uit is op een ‘theocratie in Nederland’. Hij waarschuwt voor ‘Amerikaanse’ toestanden (‘rare jongens die Amerikanen’) en de terugkeer naar ‘middeleeuwse’ toestanden. Slob bepleit niet anders dan de ‘verdomming’ van Nederland, vindt Smedes. Smedes vertegenwoordigt aardig het algemene gevoel t.a.v. scheppingsleer en evolutietheorie in Nederland.
Over ‘verdomming gesproken’ wie pleit daar nu eigenlijk voor? Slob die allebei de theorieën de ruimte wil geven, of Smedes die slechts het evolutionisme wil? Wie pleegt er nu dictatuur? Slob die een genuanceerd onderwijs wil op dit punt of Smedes die slechts één theorie als waarheid wil opleggen? Wie gaat er nu terug naar de Middeleeuwen? Slob die meerdere meningen de ruimte wil geven of Smedes die ons wil vertellen, wat we moeten geloven.
Geloven, ja. Want het gaat om geloven. Smedes plaatst wel schamper de Staten Vertaling tegenover Darwin, maar dat is een onterechte vergelijking alsof hier wetenschappelijk denken tegenover mythisch denken staat. In beide gevallen gaat het om een visie op hoe de wereld in elkaar zit. In beide gevallen probeert men die visie wetenschappelijk te onderbouwen. In beide gevallen hebben we te maken met een wetenschappelijke theorie die nog niet bewezen is.
Zowel creationisme als evolutietheorie hebben een probleem. Voor het creationisme is het een imagoprobleem voor de evolutiotheorie gaat het om een identiteitscrisis. Eerst maar het creationisme.
Imagoprobleem
Het creationisme wordt gezien als een bijbelse mythe waarbij het wetenschappelijk jargon nauwelijks verhult dat het om een religieus standpunt gaat. Zonder te luisteren naar argumenten wordt het creationisme met buldergelach begroet en vervolgens weggehoond: ‘Genesis 1 als basis voor de natuurkundeles? Ha ha ha! Zo, nu weer serieus met dé wetenschap aan de slag’. Natuurlijk wordt er in het creationisme serieus naar Genesis gekeken. De discipline van de theologie wordt geraadpleegd voor exegese en hermeneutiek. Maar verder houdt creationisme zich bezig met het interpreteren van dezelfde wetenschappelijke data waar ook voorstanders van de evolutietheorie zich mee bezighouden. Daarnaast is het de nieuwere beweging Intelligent Design die m.b.v. harde data conclusies trekt die tenminste een deel van het creationistische standpunt lijken te ondersteunen. Het is een imagoprobleem: het creationisme wordt a priori niet als plausibel beschouwd nog voordat de argumenten gehoord worden.
Identiteitscrisis
De evolutietheorie heeft een zo mogelijk nog groter probleem. Het is een theorie maar wordt beschouwd als een voldongen feit, het is een hypothese, maar pretendeert de waarheid te zijn. Darwin heeft een conclusie getrokken en sinds die tijd heeft men onderzoek gepleegd om de conclusie te ondersteunen. Best, maar geef dat dan toe. De evolutietheorie kent enkele grote problemen die al gelijk aantonen dat deze theorie op een wankel fundament rust. (A) Homologie (overeenkomst in de lichaamsbouw der soorten) is geen bewijs voor de evolutie van de soorten, maar een gegeven waar verschillende verklaringen kunnen worden gegeven. (B) Dé essentiële fossiele data, nl. de tussenvormen, ontbreken. (C) Evolutie (op basis van de genetische diversiteit) binnen de soort is aangetoond, evolutie tussen soorten niet. (D) Biogenesis (het spontaan ontstaan van leven) is een megaprobleem voor de evolutietheorie. (E) Vele organen kunnen nooit ontstaan zijn middels evolutie, omdat elk voorstadium van het orgaan het organisme geen enkel voordeel opleverde. Ga zo maar door. Wat een arrogantie. Wat een eigendunk. Zelfoverschatting maakt blind voor de waarheid. De evolutietheorie is een ... theorie!
Geloven doen ze allemaal
Dus waarom dan die hartstochtelijke verdediging voor een theorie die alom als ‘waar’ wordt verkondigd? Toch niet om de waarheid veilig te stellen, want het is helemaal niet zeker dat de evolutietheorie waar is. Waarom dan? En wel precies hierom dat de evolutietheorie net als het creationisme diep geworteld is in een levensbeschouwing. En de levensbeschouwing van de aanhangers van de evolutietheorie staat of valt met die evolutietheorie. De consequenties zijn enorm als de evolutietheorie niet waar blijkt te zijn; het enige alternatief is dan een intelligente oorsprong voor het leven.
Zowel evolutieleer als scheppingsleer komen voort uit een levensbeschouwelijk standpunt en proberen dat standpunt wetenschappelijk te onderbouwen met een verklaring van de oorsprong van het leven. Beide hebben vanuit het standpunt van een neutrale (ik weet niet precies wat dat is; volgens mij bestaat het niet) overheid evenveel bestaansrecht en verdienen evenveel spreektijd.
De vraag is, waar ga je deze levensbeschouwingen en de aanverwante theorieën doceren? In de godsdienst- en maatschappijlessen of de natuurkunde- en biologielessen? Mij maakt het niet veel uit. De levensvisie mag met verve gedoceerd en verdedigd worden in de cluster godsdienst/maatschappijleer terwijl de verklaring van oorsprong en de ontwikkeling van het leven met de nodige reserve en bescheidenheid gedoceerd dient te worden in de cluster natuurkunde/biologie.
Belangen
Maar er moet een einde komen aan de arrogante houding van vele evolutieaanhangers. Hun theorie is niet bewezen. Tegelijk doen aanhangers van de scheppingsleer er goed aan om goed onderscheid te maken tussen hun aanname van Genesis 1 als geopenbaarde waarheid van God en het creationisme dat een wetenschappelijk model is dat de data probeert te interpreteren op een manier die in overeenstemming is met het geloof dat God het leven geschapen heeft.
Dat de data op verschillende manieren worden geïnterpreteerd is onvermijdelijk. Maar dscrimineer niet één van beide theorieën. Geef ruimte aan verschillende ideeën. Uiteindelijk zullen nieuwe data tevoorschijn komen die ervoor zal zorgen dat één van beide modellen (of misschien allebei) steeds meer als implausibel zal worden beschouwd en uiteindelijk in de prullebak zal verdwijnen. Wees niet bang voor de waarheid.
Voor de atheïst staat eigenlijk het meeste op het spel. Wanneer zijn evolutiemodel niet waar blijkt te zijn, valt tevens zijn wereldbeeld in duigen. Wanneer echter de creationist zijn creationisme moet opgeven, hoeft hij alleen maar te concluderen dat God het blijkbaar toch anders heeft gedaan dan hij dacht. De levensbeschouwelijke consequenties voor de atheïst zijn dus groter dan die voor de creationist. En daarom zie je, denk ik, die absurde vooringenomenheid in de discussie, die welhaast religieuze dogmatische verslaving aan het evolutionisme dat uit alle macht het creationisme weg probeert te drukken.
Daardoor zijn het m.i. uiteindelijk vooral de evolutionisten die voor ‘verdomming’ zijn, ze hebben belang bij het onderdrukken van kennis. En hoe doe je dat het beste dan door te pretenderen, nee te geloven, dat je wetenschappelijk bezig bent. Het is dan makkelijk om creationisten uit te maken voor aanhangers van een mythologisch wereldbeeld die net als middeleeuwers die nog in een platte aarde geloven. Het is nl. makkelijk om een karikatuur van je tegenstander te maken om die vervolgens neer te sabelen dan dat het is om die tegenstander zelf te lijf te gaan.
Het is hoog tijd dat we verlost worden van de dicatuur van de ‘gelovige evolutionist’ om vrij na te denken over waar en hoe het allemaal begon. Daar is het Arie Slob (en mij) om begonnen.
