Friday, May 22, 2009

Over de 'God van een afkomst'

Dichter Ramsey Nasr reageert in Trouw op de kritiek die van de kant van m.n. de SGP kwam op zijn gedicht, Psalm voor een afkomst. Natuurlijk is geen dichter blij met kritiek. Als het waar is dat zijn criticasters hem onder de verdoemden verwensen, gaat dat te ver. Maar dat hij zich zal moeten verantwoorden tegenover God voor dit gedicht is duidelijk. Iedereen moet zijn daden verantwoorden...

... voor God. En daar ligt het probleem. Nasr verwijt de orthodoxen de 'vaderen slechts na te bouwen', terwijl hij het geen probleem vindt om zelf al te vrij om te gaan met een God wiens karakter ontleend is aan een tekst die pretendeert goddelijk geïnspireerd te zijn.

Is zijn reactie terecht? Ik denk het niet. Hij verdedigt zich met beroep op zijn recht vrij met oude teksten om te gaan. Maar de titel van zijn gedicht - en de eerste zin ervan - geven toch aan over Wie Ramsey het heeft: De God van Oranje, de God die onze vaderen aanbaden. Dat is niet een God die telkens opnieuw uitgevonden en geherformuleerd kan worden; een postmoderne 'dit is mijn waarheid op dit moment'-god.

De huidige SGP en andere orthodoxe reformatorischen, die toch zonder al teveel moeite beschouwd kunnen worden als de meeste getrouwe representanten van het gedachtegoed van onze Godvrezende voorvaderen, reageren zoals ook zij gereageerd zouden hebben. Godslasterlijke uitspraken werden toen niet getolereerd. Daar veranderen complimentjes van onze koningin niets aan.

Ik krijg niet de indruk dat Ramsey de God van Oranje enige ontologische realiteit toeschrijft of Hem zelfs maar bestaansrecht toekent. Het is een God waar Ramsey zelf mee aan de haal gaat. Weliswaar met dichterlijke verwijzingen naar de godsopenbaring van die 'God van een afkomst', maar verder toch vooral een God die voldoet aan het godsbeeld van Ramsey zelf. Doorspekt met vleselijke verwijzingen speelt Ramsey kunstig met woorden. Hij vervaardigd een gedicht dat vooral over hemzelf gaat én zijn dichtkunst. Het gaat helemaal niet over de God van zijn afkomst. Het is een afstandelijke God die tegelijk aardse trekjes heeft: een beetje mystiek met een beetje wellust, een beetje vlees met een beetje spiritualiteit, een beetje van Ramsey en een beetje van de magisteriële reformatie.

Het is terecht dat reformatorischen hem daarop aanspreken, want de God die Ramsey toespreekt is niet zomaar iemand. En het gedicht van Ramsey wekt de indruk dat hij zich daar nauwelijks van bewust is. Ramsey spreekt de God van onze afkomst aan. Hij draagt een psalm aan Hem op. Maar is dat echt zo? Het is niet de God van Oranje, maar een god met dichterlijke franje, niet een psalm voor een afkomst, maar de walm van een vlaspit, niet God maar god. De god van de relatieve waarheid, van de zelfbedachte al te menselijke attributen. De god die niet was, maar is en niet zijn zal.

Daarom - nogmaals - hebben de refo's groot gelijk als ze verontwaardigd zijn. Best als je zo spreekt over jouw god, maar blijf af van de God van Oranje, de God van Calvijn, de God van onze afkomst. Dat vind ik ook. Ik vind ook dat Nasr de God van mijn afkomst niet recht doet. Als dat nu zou gebeuren op een of andere dichtersbijeenkomst is dat één ding, maar op de officiële opening van de Calvijntentoonstelling te Dordrecht mét de koningin erbij - dat gaat te ver. Of het zou iets moeten zeggen over hoe ver onze Nederlandse maatschappij is afgedwaald van het geestelijk erfgoed waaruit dit land is voortgekomen. Daarom heb ik als tegenwicht ook een 'psalm' geschreven:


God van mijn ontkoming

God van mijn vaderen
nu het geboomte wil ontbladeren
dat ons genezing bracht
en er geen kracht meer is tot baren
de feestvreugde niet te bedaren

richt ik mij tot U: ontvang mij
ontzondig mij, onthecht mij
U die mij ontstijgt, doe mij naderen
voordat U mij tot het voorgeslacht
voor eeuwig zal vergaderen


Ik kan me natuurlijk vergissen. Misschien is Ramsey echt op zoek en probeert hij op dichterlijke wijze God uit de tent te lokken. Maar waarschijnlijker is het dat hij daar vooral voor zichzelf stond en voor zichzelf sprak. Dat doen kunstenaars meestal. Wie God zoekt, doet dat in stilte of schreeuwt het met een oerkreet van een heuveltop. Wie God ontmoet, kan over zichzelf alleen maar spreken, nee, huilen, in het licht van de objectieve, almachtige, heilige, maar tevens liefhebbende God. Ramsey, mag je Hem ontmoeten.

No comments: