Sunday, May 31, 2009

Verhuizing

Het is tijd om te verhuizen. Met mijn aanstaande vertrek naar Noord Amerika om aldaar een Masters graad Christian Thought te gaan behalen, is ook het moment gekomen om voor dit blog om te verhuizen naar een plek waar het aangenamer toeven is. Het nieuwe blogadres is apologeet.wordpress.com. De nieuwe plaats biedt een betere blog- en leeservaring.


De apologeet blijft dus de apologeet. Hij zal zich blijven inzetten om, helder na te denken, scherpe analyses te geven, maar vooral door te gaan met het verdedigen van het historisch christelijk geloof en het toepassen van haar waarheid op alle terreinen van het leven.

Saturday, May 30, 2009

Over een apologeet

Aangezien dit de 99ste post is op dit blog is het misschien goed om even na te denken over waar De Apologeet voor staat. Het is niet zomaar een hobby, maar een serieuze poging een bijdrage te leveren aan de opbouw van de Kerk van Christus aan het begin van de 21ste eeuw.

De naam van deze blog is ontleend een groep vroege kerkvaders die leefden in de 2de eeuw na Christus. Een van de vroegste van hen was Justinus de Martelaar. De Rooms Katholieke Kerk vereert op 1 juni Justinus de Martelaar als heilige. Het kan geen kwaad om met deze dag in het vooruitzicht aandacht aan deze bijzondere man te schenken. Justinus was een filosoof die zich tot het christendom bekeerd had. In twee van zijn werken, Apologia en Apologia Secunda, richt hij zich tot de intelligentsia en de overheden van het Romeinse rijk. Daarin probeert hij hen met argumenten te overtuigen dat de beschuldigingen van atheïsme en allerlei wanpraktijken niet terecht zijn. In plaats van dat hij de filosofie achter zich liet, bleef Justinus de filosofenmantel dragen (letterlijk). In de leer van Christus zag hij de ware filosofie. Christus was de personificatie van het rationele logosprincipe dat reeds daarvoor in de wereld, m.n. in de Griekse filosofie, werkzaam was.

We kunnen de ideeën van Justinus niet geheel orthodox noemen, maar hij is desondanks een voorbeeld om na te volgen. Met Justinus moeten we de waarheid van het christelijk geloof verdedigen en ondersteunen met behulp van de filosofie. Daarmee bedoelen we niet dat filosofische leringen uitgangspunt worden voor ons verstaan van de bijbel, maar dat een scherp inzicht in logica en kennis van de geschiedenis van het denken ons kunnen helpen het heden te verstaan en goed van fout te onderscheiden. Ook helpt filosofie ons bij het doordenken van de voorvragen van ons eigen christelijk wereldbeeld én de voorvragen van andere wereldbeelden.

Justinus hield een pleidooi voor het christelijk geloof. Hij deed dat tegenover de niet-christelijke wereld die hem omringde. Ook nu is daar grote behoefte aan. De meeste theologen zijn naar binnen gericht. Dit moet veranderen. Theologische training moet gericht zijn op dialoog en respectvolle confrontatie met andersdenkenden. Dit moet gepaard gaan met bewogenheid en juiste argumentatie, zoals ook Justinus deed. Het is een taak waar we onze volledige inzet voor moeten geven tot het uiterste aan toe. Justinus wordt niet voor niets Justinus de Martelaar genoemd. Hij werd in 165 na Christus onthoofd om zijn geloof.

We mogen hopen dat we zijn lot niet hoeven te ondergaan, maar we zijn evenals hem geroepen de waarheid van Christus te verdedigen en uit te dragen, ongeacht wat de kosten zijn. Die kosten kunnen hoger zijn dan we denken. We leven in een tijd van intense godsverduistering, van minachting voor de Bijbel en haat jegens christenen.

Juist in deze tijd hebben we apologeten nodig die opstaan voor de waarheid, haar doordenken, haar uitdragen en haar toepassen op alle terreinen van maatschappij, cultuur, wetenschap en politiek. Daar is moed én ootmoed voor nodig, wetenschap én wijsheid, inzicht én visie. De Apologeet wil aan deze grootse taak een kleine bijdrage leveren.


---

Klik hier voor een artikel over dit onderwerp in het Reformatorisch Dagblad, waarin dr. P.F. Bouter de actualiteit aantoont van de tijd van de vroege apologeten.

Friday, May 29, 2009

Entertainment, obesitas van de geest

Entertainment is net als obesitas een nieuwe ziekte van het Westen geworden. In tegenstelling tot obesitas wordt entertainment echter niet als ziekte of gevaar gezien. Entertainment staat overal en altijd tot onze beschikking en we maken er steeds meer gebruik van. We spenderen een aanzienlijk aandeel van ons inkomen aan entertainment en wijden een substantieel deel van onze tijd eraan toe.

Entertainment is alomtegenwoordig. Van games die ons opsluiten in een virtuele wereld waar we niet uit wakker willen worden tot gadgets die ons als extensies van ons eigen lichaam begeleiden waar we ook komen. We worden gediverteerd, geïnformeerd, geanimeerd, en 'on hold' gezet. Gesprekken moeten wijken voor de ringtoon, momenten van samenzijn verworden tot sitcoms. Uitwisseling van gedachten met andere mensen wordt minder naarmate we meer interactief en online bezig zijn in contact met iedereen en niemand. De televisie is het grote oog dat onze wereld binnenkijkt en ons een venster biedt op een nimmer eindigend en immer variërend landschap. Entertainment is voor velen een levensdoel geworden, een raison d' etre. We werken om te genieten van de oude dag en intussen verblijden we ons in een eeuwige jeugd op Second Life.

Entertainment kunnen we zien als een bijproduct van de naoorlogse welvaartsexplosie die in combinatie met de zingevingscrisis van een postmoderne samenleving heeft geleid tot een sterke hedonistische tendens. Hedonisme is de nieuwe zingeving. Hedonisme maakt van genotsbeleving het hoogste doel. Onderdeel van die zucht naar genot is de behoefte om geëntertaind te worden, bezig te worden gehouden. Het leven is een grote interactieve game geworden waar wij als participanten kick na kick moeten beleven. Deze levensvulling is de betekenis geworden van ons bestaan. Wij zijn de homo ludens (spelende mens).

Overeenkomsten met obesitas zijn er echter maar al te duidelijk. Obesitas is zwaarlijvigheid, terwijl entertainment samenhangt met een overdosis aan informatie (information overload). Obesitas hangt vaak samen met een eetverslaving. Je eet teveel en wilt toch nog meer hebben. Entertainment werkt niet veel anders. Er treedt geen voldoening op; het werkt eerder verslavend. Internetverslaving is een bekend fenomeen geworden. Obesitas hangt samen met een levensstijl die ongezond is. Wie zwaarlijvig is, wordt er automatisch van weerhouden dingen te doen die gezond zijn voor het lichaam. Entertainment weerhoudt je van activiteiten die geestelijk goed zijn. Obesitas leidt tot afbraak van het lichaam, entertainment leidt tot afbraak van de geest. Teveel eten geeft een surrogaatvoldoening net als een overdaad aan entertainment niet echt bevredigt. Obesitas leidt tot een vroegtijdige dood net als entertainment een mens geestelijk dood maakt voordat hij lichamelijk sterft.

Entertainment geeft ons een roes die ons afschermt van de werkelijkheid. De werkelijkheid die als saai of als bedreigend en confronterend wordt ervaren. We willen die werkelijkheid liever niet omdat die zo schril afsteekt bij de kick die entertainment ons te bieden heeft. We maken echter een grote vergissing als we denken door middel van een virtuele realiteit aan de werkelijkheid te kunnen ontsnappen. De werkelijkheid blijft de werkelijkheid. Entertainment ontneemt ons uiteindelijk een perspectief op die werkelijkheid en de mogelijkheid er mee te doen wat we moeten. We kunnen de volgende gevolgen van entertainment in ons leven identificeren:

1. Entertainment weerhoudt ons van nadenken. We oefenen ons niet in de logica, maar raken eerder afgestompt. Misschien zijn we behendig met de joystick en snel in de sms-taal, maar analfabeet wanneer het op logisch redeneren aankomt. We trainen onze hersenen niet meer, houden ons steeds minder bezig met het verwerven van kennis en bezitten een a-historische blik op de wereld. In plaats daarvan zouden we ons denkvermogen ook kunnen gebruiken om lofwaardige dingen te bedenken en uit te voeren.

2. Entertainment leidt tot een gigantische tijdverspilling. In plaats van dat we iets goeds of nuttigs doen, besteden we een groot deel van onze tijd aan vertier en een groot deel van de rest om dat vertier mogelijk te maken. Die tijd is opgebruikt en kan niet meer voor iets anders aangewend worden. Een gemiddeld leven omvat ongeveer 27400 dagen. Het menselijk leven is eindig.

3. Entertainment leidt tot verbrokkeling van sociale relaties. We gaan zo op in ons plezier en ons vertier, onze één-op-één relatie met het entertainende medium, dat we steeds minder tijd hebben voor gesprekken, vriendschappen of familierelaties. We zijn vooral bezig met onszelf i.p.v. dat we investeren in andere mensen en hen opbouwen en bemoedigen, hen verder helpen op hun levensweg of wijsheid en kennis overdragen. Ons eigen identiteit, zo begaan met zichzelf, zal vervliegen met de dood, zonder iets nuttigs na te laten.

4. Entertainment weerhoudt ons van het nadenken over de consequenties van onze daden. Waar leidt ons leven naar toe, waar gaat het over? Wat betekent het dat ik eindig ben? Is er een leven na de dood? Wat betekent de eeuwigheid? Wat beteken ik in het licht van de eeuwigheid? Zulke vragen komen niet aan bod. Ze worden als triviaal beschouwd; het zijn vervelende drempels die de snelheid van de achtbaan verpesten.

5. Uiteindelijk weerhoudt entertainment ons van het verkrijgen, onderhouden en verdiepen van een relatie met God. We schuiven het eeuwige Doel, de Bron en het Eindpunt van tijd en ruimte, opzij voor een tijdelijk medium dat eindige dingen verschaft. We spelen zo druk met de blokjes dat de Maker buiten beeld blijft. We missen het doel van ons leven.

6. Entertainment maakt ons door en door egoïstisch en ongevoelig voor de noden van onze naaste. We moeten het laatste speeltje hebben, we duiken in het volgende online avontuur en zoeven naar planeet Zork met de virtuele stuurknuppel in onze handen. We willen de recentste versie, de laatste upgrade, het nieuwste foefje, de mooiste gadget terwijl elders in de wereld miljoenen onder het bestaansniveau leven, geen schoon drinkwater hebben, als slaaf gebruikt worden of moeten vluchten voor hun leven.

Entertainment is obesitas van de geest. het maakt ons kapot, het verruïneert ons leven zonder dat we het door hebben. Het is zonde om zoveel tijd en geld te verspillen. Zonde in de betekenis van moreel verkeerd. Het is God verachten, zijn Woord gering schatten, de kennis van de Allerhoogste als triviaal beschouwen. Het is ongetwijfeld één van de belangrijkste werktuigen in de handen van satan om een vetgemest christendom te weerhouden van radicale toewijding en effectieve dienst in het Koninkrijk van God.

Toch is genezing is verbluffend simpel. Lees dit artikel van John Piper waarin hij advies geeft dat ik ook hier overneem:

1. Erken het probleem. Geef toe dat je meer van je iPod houdt dan je Bijbel. Belijd de zonde van tijdverspilling en geestverzieking aan God en vraag om vergeving.

2. Neem een beslissing om hier wat aan te veranderen. Neem deze beslissing voor Gods aangezicht en vraag Gods hulp om die beslissing realiteit te maken.

3. Kom in actie: Doe de tv weg uit je huis, of beperk de kijktijd drastisch. Laat je leven niet beheerst worden door je mail, je online community, de laatste games, de hartstochtelijkste soaps. Doe wat je moet doen om deze verslaving een halt toe te roepen. Ga de Bijbel lezen en roep God aan om jou honger in je hart te geven naar Hem.

4. Ga van tijd tot tijd digitaal vasten. Douglas Groothuis, professor filosofie aan het Denver Seminary, laat zijn studenten een week of langer digitaal vasten. Dit houdt in dat de mobiel en computer uitgaan en de tv niet aan.

5. Zoek God met geheel je hart. Vraag Hem om zijn visie en bedoeling voor jouw leven. Vraag Hem hoe jij kunt bijdragen aan zijn plan met deze wereld en jouw plaats in Gods Koninkrijk.

Tuesday, May 26, 2009

Fluiten naar de vrijheid van meningsuiting

De VVD start vandaag een debat om een verregaande vrijheid van meningsuiting te bepleiten en uiteindelijk in wetgeving te verankeren. Was de partij vroeger tegen Anne Frank met een PLO-sjaal, nu moet dat kunnen. Ook 'Hamas, hamas, joden aan het gas' kan - hoe verwerpelijk ook - door de beugel. Godslastering - tsjonge we staan verbaasd - is niet langer een probleem.

Nu ben ik vóór vrijheid van meningsuiting en ben ik ook bezorgd om de toenemende neiging van overheden om in het kielzog van 9-11 en de moord op Theo van Gogh privacy van de burger in te perken en niet langer zomaar elke mening te respecteren. Ik heb dan ook gepleit tegen de beslissing van de procureur-generaal om Wilders toch te vervolgen. Wanneer politiek correcte meningen of angst voor represailles van bepaalde groepen het uitgangspunt worden voor wat gezegd mag worden, is het einde zoek en gaat de waarheid eraan.

Nu is het echter op z'n plaats om even luid te zeggen dat ook een verabsolutering van vrijheid van meningsuiting de waarheid geweld aandoet. Sterker, de waarheid is ten dode gedoemd als iedereen ad infinitum mag zeggen wat hij of zij vindt.

Kun je je voorstellen wat voor gekke dingen men kan gaan zeggen. De viezigheid van reality programma's bij de commerciële omroepen zal overtroffen worden en verdedigd gaan worden tot de Hoge Raad toe. Het toppunt van postmodern gebral wordt op een voetstuk verheven. Elk braaksel van de menselijke stem is rechtgeldig, mag gehoord worden, is iets om trots op te zijn, wordt iets om samen pal voor te staan.

Maar waarom zijn meningen heilig? Is vrijheid van meningsuiting niet een waarborg om mensen in staat te stellen om datgene te belijden waarvan ze naar eer en geweten geloven dat het waar is? Dat ze dit mogen zeggen zonder bang te zijn vervolgd te worden? Dat wil nog niet zeggen dat élke mening heilig is. Het wil nog minder zeggen dat elk product van de menselijke stemband een mening vertegenwoordigt. 'Hamas, hamas, joden aan het gas' staat niet voor een mening, het is het geluid van ongeïnformeerd gepeupel dat napraat en vervallen is tot stammenstrijd. Ook is niet elke mening gerechtvaardigd. Niet elke mening heeft bestaansrecht. Hoe controversieel dit ook mag klinken.

Wanneer een absolute vrijheid van meningsuiting wettelijk gewaarborgd wordt, krijgen we vreemde situaties. Het betekent dat elke mening - hoe bizar ook - een plek geboden moet worden in de maatschappij. Ja, elke mening kan zich zo nestelen bij de overheden. Waar zij zich maar laat horen, heeft de mening recht van spreken, recht van eisen, recht van afdwingen. We moeten ook goed beseffen dat mening en gedrag niet te scheiden zijn. De daad ligt in het verlengde van het woord. De doodverwensing wordt gevolg door een moord. Genocide is nazaat van ethnische haat. Waar een mening gehoord wordt, wordt zij door sommigen of door velen aangenomen. De publieke opinie kan definitief door een overtuigende mening beïnvloed worden. Wetgeving volgt.

Wat een naïviteit om zo te denken en voldaan de Auschwitzs en de Srebrenicas tot het verleden te verklaren. Alsof het niet weer zou kunnen gebeuren. Elke wandaad in het verleden is begonnen met een gedachte die een mening die een uitspraak die een opinie die een daad werd.

Er moet dan ook een norm gehanteerd worden. De norm die ik wil voorstellen is niet erg in zwang en ze is - vanwege de menselijke feilbaarheid - ook niet fool-proof. Maar toch, hier is die norm dan: de waarheid. De waarheid is niet populair, de waarheid wordt tegenwoordig veelal niet als absoluut ervaren, maar het is de enige norm die ons hier kan helpen.

Wat wel en niet gezegd mag worden, moet getoests worden aan de waarheid. Wat waar is, mag gezegd worden, wat niet waar is, niet. Dit zou in ieder geval op de volgende gebieden toegepast moeten worden:

1. Logica. Een mening moet een interne consistentie vertonen. Nu verkondigen mensen heel vaak meningen die onlogisch zijn en vaak maakt dat ook niet veel uit. Maar bij sommige meningen wordt het problematisch. Als iemand zegt: 'Ik vind dat je bij rood licht door moet rijden, want stieren rennen ook als ze een rode lap zien', is dat een verwerpelijke mening. Het is nl. intern niet consistent. De mening laten we misschien wel toe, maar zodra de meninghouder tot de daad overgaat, krijgt hij een bon. Ook de mening 'Turken moeten Nederland uit, want snorren zijn niet van deze tijd'. is verwerpelijk. Deze mening gaat al richting vreemdelingenhaat. Deze mening is ook intern inconsistent: snorren zijn niet uit de mode en bovendien is ‘uit de mode zijn’ nog niet een reden om niet in Nederland te mogen wonen.

2. Geschiedenis. Meningen die leiden tot historisch revisionisme moet verworpen worden. Anne Frank met een Palestijnse sjaal is een goed voorbeeld van revisionisme. Anne staat symbool voor de slachtoffers van de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog en kan niet zomaar symbool staan voor om het even welk slachtoffer in welke situatie dan ook. Ze mag zeker niet gebruikt worden voor de revisionistische kijk op het Palestijnse vraagstuk waarbij de vermeende 'slachtoffers' actieve participanten zijn in jodenhaat. Een schande is het!

3. Levensbeschouwing. Er moet respect zijn voor andere levensbeschouwingen. Tegelijk moeten we ook scherp oog hebben voor waar een godsdienst of een levensbeschouwing toe kan leiden. Niet alle levensbeschouwingen zijn gelijk. De nazistische levensbeschouwing (het was meer dan een politieke ideologie) heeft terecht het onderspit moeten delven, omdat de nazi-ideologie leert dat niet alle rassen gelijk zijn en dat het ene ras geëxtermineerd mag worden ten behoeve van het andere. Als we om ons heen kijken, zien we hoe een moreel relativistische seculiere staat blind genoeg is om de eigen judeo-christelijke wortels te grabbel te gooien ten faveure van een wereldbeeld dat ten diepste anti-seculier is en het concept scheiding van kerk en staat in het geheel niet kent.

4. Moraliteit. Ook zijn er morele waarheden die in acht genomen moeten worden. Het moedwillig kwetsen met als doel het schofferen van bepaalde mensen of groepen is moreel onjuist. Het strookt niet met de morele absolute waarheden die wij kennen. Wilders' mijn Kampf vergelijking valt daar m.i. niet onder, omdat hij een vergelijking maakt die - gelet op het wijdverbreide antisemitisme onder moslims - niet uit de lucht is gegrepen en als doel heeft de ogen te openen. Het is wel op het randje. De moedwillige niet-functionele godslasteringen in literatuur en cultuur gaan volgens mij soms wel over de schreef.

Rest ons nog om de test van de logica toe te passen op het idee van de VVD. Uiteindelijk is totale vrijheid van meningsuiting een absolute mening die afwijkende meningen uitsluit. Het legt hen die het er niet mee eens zijn het zwijgen op! Met het voorstel snijden Rutte en Nicolaï zich daarom in de vingers. Het werkt beperking van vrijheid van meningsuiting in de hand. Trouwens wat moeten we met de mening dat niemand meer mag denken wat hij wil? Met die mening kan de vrijheid van meningsuiting om zeep worden geholpen! Het is raar, maar waar.

Wanneer houden politici op met het bedenken van nieuwe dingen waar ze mee in de schijnwerpers kunnen komen zonder dat die eerst getoetst worden aan haalbaarheid, logica, de grondwet... en de waarheid?

Sunday, May 24, 2009

Wilders en het Wilde Westen

Geert Wilders gaat definitief vervolgd worden om zijn uitspraak waarin hij de koran vergeleek met Hitlers Mein Kampf. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft het verzoek tot beëindiging van de zaak afgewezen. Nu is Wilders heus geen lief manneke. Hij is een effectieve demagoog en populist. Misschien heeft hij wel expres de grenzen opgezocht. De rechtzaak zal hem mogelijk eerder verder helpen. Wie heeft met zulke eigenschappen nog verdedigers nodig? In dit alles is er echter wel iets vreemds aan de hand. De apologeet meent voor Wilders in de bres te moeten springen.

We moeten de relatie tussen het christendom en het Westen onder de loep nemen om het contrast met de huidige rechzaak te zien. Vervolgens moeten we ook bekijken hoe de islam zich zelf gedraagt t.o.v. andersdenkenden. Uitendelijk zal duidelijk worden dat met deze rechtzaak iets goed scheef zit. We krijgen de neiging om de 'ware' motieven tot Wilders rechtzaak boven water te willen gaan halen.

Eens even kijken hoe het Westen omgaat met het christendom. Een bloemlezing:

Dawkins noemt de God van het OT het onplezierigste karakter dat fictie ooit heeft voortgebracht. De Libris literatuurprijs gaat naar - ik durf het eigenlijk niet op de schrijven - 'Godverdomse dagen op een godverdomse bol'. De God van de Bijbel wordt een reptielenbrein toegedicht waar hij al eerder met een bronstige ezel werd vergeleken. Madonna gaat vrolijk aan een kruis hangen, terwijl pornofilms met bijbelse figuren in de hoofdrol worden vertoond. Revisionistische pogingen om middels romans de historische basis onder het christelijk geloof weg te slaan, zijn razend populair. Maar rechtzaken? Hoe maar. Openbare aanklagers die worden gedwongen te vervolgen? Ho maar. Ondertussen genoeg gekwetste christenen die zich gemarginaliseerd voelen in een in toenemende mate anti-christelijke samenleving.

En nu het christendom en de islam. Het christendom heeft weinig over de islam te zeggen, behalve dat de islam - die veel later kwam - volgens het christelijk geloof niet waar kan zijn. De islam heeft echter nogal wat te zeggen over christenen (en joden). Die zouden bijvoorbeeld onthoofd moeten worden. Keer op keer spuwt de koran haat uit jegens zowel joden als christenen. Bovendien wordt er maar telkens beweerd dat God geen zoon heeft. Nu, dat is zeer kwetsend voor christenen, die beweren dat Jezus, de centrale persoon in hun religie, de Zoon van God is. Zijn zoonschap vormt de kern van het christelijk geloof.

Dit alles roept vragen op. Hoe komt het dat het niemand kan schelen wanneer het christendom door het slijk wordt gehaald, terwijl men vindt dat de islam in onze rechtstaat beschermd dient te worden? Is de islam die ongelovigen als honden beschouwt, die pas rust wanneer de hele wereld onder islamitisch bestuur valt (Umma), die zelfmoordenaars als martelaars beschouwt, die in Amerika een grote satan ziet ineens schoothondje geworden van onze intelligentsia?

Is er een geheime liefdesreatie tussen de islam en het Westen aan de gang? Ze zouden elkaar moeten haten. Ze staan haaks op elkaar in wereldbeschouwing. Ze bevechten elkaar elders in de wereld. Waar blijven de tijden van Rushdie die de Duivelsverzen schreef en volmondig gedekt werd door de westerse mogendheden? Was het niet uitermate kwetsend wat Rushdie met zijn boek deed?

Geert Wilders vergelijkt de koran met Mein Kampf. Dat is nogal wat. Maar is het helemaal uit de lucht gegrepen? Mein Kampf mondde uit in de Entlösung. Moslims in de hele wereld - en in het bijzonder in het Midden Oosten - willen maar één ding: de joden de zee in drijven en Palestina terugveroveren voor de islam. Dat is een feit waarvoor velen hun ogen toesluiten. Maar wie het verleden niet probeert te vergeten en zich bewust is van het vreselijke lot dat de joden ondergaan hebben in WOII, ziet het gevaar dat in de islam schuilt.

Dat los je niet op door zoals Wilders moslims met harde woorden te vervreemden, maar nog minder door je kop in het zand te steken - nee nog erger - het gedachtengoed van de islam een vrijhaven te bieden in de beschermende armen van de westerse rechtstaat. Er is hier sprake van - zoals een commentaar in een Belgische Standaard het uitdrukt - selectieve vervolging.

We leven in het Wilde Westen waar goed kwaad wordt genoemd en kwaad goed wordt gepraat. Waar je je mening niet meer zeker bent. De ideologische verwarring, in de hand gewekt door religieus pluralisme, moreel relativisme en de complexe internationale verhoudingen van na de Koude Oorlog, wordt alleen maar groter. En gaat nu Nederland de koran verdedigen, nadat het eerst de bijbel in de beerput heeft geworpen? Snapt u het nog?

Friday, May 22, 2009

Over de 'God van een afkomst'

Dichter Ramsey Nasr reageert in Trouw op de kritiek die van de kant van m.n. de SGP kwam op zijn gedicht, Psalm voor een afkomst. Natuurlijk is geen dichter blij met kritiek. Als het waar is dat zijn criticasters hem onder de verdoemden verwensen, gaat dat te ver. Maar dat hij zich zal moeten verantwoorden tegenover God voor dit gedicht is duidelijk. Iedereen moet zijn daden verantwoorden...

... voor God. En daar ligt het probleem. Nasr verwijt de orthodoxen de 'vaderen slechts na te bouwen', terwijl hij het geen probleem vindt om zelf al te vrij om te gaan met een God wiens karakter ontleend is aan een tekst die pretendeert goddelijk geïnspireerd te zijn.

Is zijn reactie terecht? Ik denk het niet. Hij verdedigt zich met beroep op zijn recht vrij met oude teksten om te gaan. Maar de titel van zijn gedicht - en de eerste zin ervan - geven toch aan over Wie Ramsey het heeft: De God van Oranje, de God die onze vaderen aanbaden. Dat is niet een God die telkens opnieuw uitgevonden en geherformuleerd kan worden; een postmoderne 'dit is mijn waarheid op dit moment'-god.

De huidige SGP en andere orthodoxe reformatorischen, die toch zonder al teveel moeite beschouwd kunnen worden als de meeste getrouwe representanten van het gedachtegoed van onze Godvrezende voorvaderen, reageren zoals ook zij gereageerd zouden hebben. Godslasterlijke uitspraken werden toen niet getolereerd. Daar veranderen complimentjes van onze koningin niets aan.

Ik krijg niet de indruk dat Ramsey de God van Oranje enige ontologische realiteit toeschrijft of Hem zelfs maar bestaansrecht toekent. Het is een God waar Ramsey zelf mee aan de haal gaat. Weliswaar met dichterlijke verwijzingen naar de godsopenbaring van die 'God van een afkomst', maar verder toch vooral een God die voldoet aan het godsbeeld van Ramsey zelf. Doorspekt met vleselijke verwijzingen speelt Ramsey kunstig met woorden. Hij vervaardigd een gedicht dat vooral over hemzelf gaat én zijn dichtkunst. Het gaat helemaal niet over de God van zijn afkomst. Het is een afstandelijke God die tegelijk aardse trekjes heeft: een beetje mystiek met een beetje wellust, een beetje vlees met een beetje spiritualiteit, een beetje van Ramsey en een beetje van de magisteriële reformatie.

Het is terecht dat reformatorischen hem daarop aanspreken, want de God die Ramsey toespreekt is niet zomaar iemand. En het gedicht van Ramsey wekt de indruk dat hij zich daar nauwelijks van bewust is. Ramsey spreekt de God van onze afkomst aan. Hij draagt een psalm aan Hem op. Maar is dat echt zo? Het is niet de God van Oranje, maar een god met dichterlijke franje, niet een psalm voor een afkomst, maar de walm van een vlaspit, niet God maar god. De god van de relatieve waarheid, van de zelfbedachte al te menselijke attributen. De god die niet was, maar is en niet zijn zal.

Daarom - nogmaals - hebben de refo's groot gelijk als ze verontwaardigd zijn. Best als je zo spreekt over jouw god, maar blijf af van de God van Oranje, de God van Calvijn, de God van onze afkomst. Dat vind ik ook. Ik vind ook dat Nasr de God van mijn afkomst niet recht doet. Als dat nu zou gebeuren op een of andere dichtersbijeenkomst is dat één ding, maar op de officiële opening van de Calvijntentoonstelling te Dordrecht mét de koningin erbij - dat gaat te ver. Of het zou iets moeten zeggen over hoe ver onze Nederlandse maatschappij is afgedwaald van het geestelijk erfgoed waaruit dit land is voortgekomen. Daarom heb ik als tegenwicht ook een 'psalm' geschreven:


God van mijn ontkoming

God van mijn vaderen
nu het geboomte wil ontbladeren
dat ons genezing bracht
en er geen kracht meer is tot baren
de feestvreugde niet te bedaren

richt ik mij tot U: ontvang mij
ontzondig mij, onthecht mij
U die mij ontstijgt, doe mij naderen
voordat U mij tot het voorgeslacht
voor eeuwig zal vergaderen


Ik kan me natuurlijk vergissen. Misschien is Ramsey echt op zoek en probeert hij op dichterlijke wijze God uit de tent te lokken. Maar waarschijnlijker is het dat hij daar vooral voor zichzelf stond en voor zichzelf sprak. Dat doen kunstenaars meestal. Wie God zoekt, doet dat in stilte of schreeuwt het met een oerkreet van een heuveltop. Wie God ontmoet, kan over zichzelf alleen maar spreken, nee, huilen, in het licht van de objectieve, almachtige, heilige, maar tevens liefhebbende God. Ramsey, mag je Hem ontmoeten.

Thursday, May 21, 2009

Beterwetenschap

Er is heel wat verwarring over de verhouding tussen godsdienst en wetenschap. De algemene perceptie is dat die twee op gespannen voet staan. Sterker nog, velen denken dat ze elkaar uitsluiten. Religie is een voorwetenschappelijke benadering van de werkelijkheid door een mens in verwondering over de grootheid van de natuur en de vraag naar zijn bestaan. Wetenschap heeft het estafettestokje overgenomen en komt - nu de mens eindelijk 'volwassen' aan het worden is en de realiteit 'aankan' - met de waarheid. Natuurlijk wint de wetenschap deze strijd. Het is de wetenschap die met harde feiten komt. Die bewijst hoe de dingen feitelijk in elkaar zitten.

Nog even en de wetenschap 'bewijst' dat God niet bestaat. Volgens velen is dat trouwens al lang gebeurd. Zo las ik onlangs op een forum dat we godsdienst niet meer nodig hebben, omdat alle vragen beantwoord zijn. Toen ik dat las, schoot ik  meteen in de lach. Ondanks al het postmodernistische gepalaver zijn er nog steeds modernistische schalmeien die menen dat alle kennis in kaart is gebracht en dat er - helaas pindakaas - geen plaats meer is voor God: het was goed bedoeld, maar U bestaat niet meer. Volgende keer beter in een volgend universum waar we gezellig weer opnieuw gaan meebeleven wat de gerandomiseerde moleculen er van gaan maken. Zouden wij elkaar nog herkennen onder die nieuwe omstandigheden?

De apologeet meent na deze lichtvoetige observaties toch op te moeten merken dat een aantal vragen onbeantwoord is gebleven. Nu in de uitslaapkamer van het postmodernisme de roes van het wetenschappelijk vooruitgangsdenken weg begint te trekken en de mens weer wakker wordt, staan ze nog steeds overeind. Een paar vragen maar:

- Waarom zijn we hier?
- Waarom is iets goed of slecht?
- Waarom stel ik mezelf deze vragen?

Het enige wat de wetenschappelijke vooruitgang heeft bewerkstelligd, is dat deze vragen nog helderder en harder afsteken tegen de achtergrond van het Westelijk avondrood. De zon is ondergegaan. Terwijl het licht was, konden we zoeken. Maar wat hebben we gedaan? We hebben alleen maar 'wat' vragen gesteld en gedacht dat de 'waarom' vragen er niet toe deden. We hadden beter moeten weten. De 'wat' vragen worden omsloten door de 'waarom' vragen en die staan nog steeds open. We hebben de verschijnselen onderzocht zonder de bron te raadplegen. En nu beneemt de schemering ons het zicht.

Wednesday, May 20, 2009

Christelijk onderwijs binnenkort op non-actief?

Da's makkelijk. De School met de Bijbel in het Gelderse Emst, heet voortaan 'Antihomoschool'. Het is voor iedereen wel zo handig als je gedefinieerd wordt de kleinste gemene deler. De rest doet er niet toe. Het is ook een lekker korte naam; bekt goed.

Hoe het ook zij, de school heeft een leraar op non-actief gesteld, omdat hij openlijk voor zijn homoseksualiteit uit kwam. Plasterk vond het gisteren nog te 'touchy' om zelf hiermee aan de slag te gaan. Hij zou dan als minister niet boven de partijen staan. Maar hij geeft aan dat belangengroepen naar de Commissie Gelijke Behandeling kunnen gaan als zij dat willen. Zouden ze het gaan doen denk je?

Ja natuurlijk, daar laat de homolobby geen gras over groeien. Gisteravond werd bij Netwerk al bekend gemaakt dat de COC het voortouw gaat nemen. Een precedent is geschapen. Een test-case is geboren. Iedereen spitst de oren om het antwoord te horen op de vraag: Wie gaat gelijk krijgen? Aangezien weinigen zich druk maken over de vraag wie gelijk heeft, zal de apologeet daar zijn aandacht op richten.

De twee kampen nader belicht
Verschillende meningen staan tegenover elkaar. Die meningen representeren verschillende redeneringen. Die redeneringen vertegenwoordigen weer totaal tegenovergestelde levensbeschouwingen. De homobelangenorganisaties vinden dat een praktiserende homoseksueel ook leraar kan zijn op een christelijke school. Je bent immeres wat je bent en ieder mens heeft het recht zichzelf te zijn. De school vindt natuurlijk dat een actieve homoseksueel niet thuishoort in een omgeving waar men zich aan de Bijbel als Gods Woord wil houden.

Er schuilen verschillende levensvisies achter deze argumenten. De homolobby vindt dat de mens autonoom is en dus kan doen wat hij wil, waar en wanneer dan ook. Homoseksualiteit is geen keuze, maar een identiteit. De gedachte dat de mens onderworpen zou kunnen zijn aan een God die bepaalt wat wel of niet mag, wordt door veel praktiserende homo's verworpen. Daar staat de christelijke school tegenover die helemaal niets heeft met een autonome mens. Er moet gehoorzaamd worden aan de geboden van God. Wij moeten buigen voor God en ons leven naar Hem richten, ongeacht de consequenties.

Wereldbeschouwelijk conflict
Deze situatie legt ten diepste een wereldbeschouwelijk conflict bloot waarvan het einde nog niet in zicht is en dat steeds harder zal worden. De autonomiteit en hedonistische opvatting van een groot deel van de homoscene staat haaks op het besef van Gods koningschap en uiteindelijk oordeel over de mens. De vrije mens die zichzelf ongebonden en vrij van zonde beschouwt, kan zich niet verenigen met de mens die bevrijding van de zonde zoekt en zich verbonden weet met Christus. Het gaat dus veel dieper dan anti-homo of pro-homo.

Twee totaal verschillende mensvisies staan tegenover elkaar. Je zou dus mogen verwachten dat in een religieus pluralistische samenleving (of beter: een wereldbeschouwelijk pluralistische samenleving) de verschillende mensvisies, voortkomend uit de verschillende wereldbeschouwingen, met wederzijds respect behandeld worden. Maar wat gebeurt er? We zien aan de kant van groepen als het COC - maar impliciet ook bij de minister - een soort 'morele verontwaardiging' waarbij, 'foei' wordt gezegd over het 'foute morele standpunt' van de school dat praktiserende homofilie afwijst.

Het wonderlijke is dat - als je nog een beetje dieper graaft - die morele verontwaardiging van de homolobby op geen enkele wijze ontologisch gefundeerd kan worden, terwijl dat met het christelijke standpunt wél het geval is. 

Morele fundamenten
Waar komt moraliteit vandaan? Waarop is het te gronden? Welk wereldbeeld staat het sterkst in de fundering van zijn moraal? Het wereldbeeld dat het beste past bij een groot deel van de homolobby, zouden we kunnen omschrijven als humanistisch, met een vleugje hedonisme. Waar verankert dit wereldbeeld zijn moraal? Het voert te ver om dit uitvoerig te analyseren, maar het is op zijn minst zeer problematisch. In de eerste plaats is de humanistische moraal niet te gronden. Komt het voort uit het evolutieproces? Is het een afspraak tussen mensen onderling? Hoe je het wendt of keert, moraal is in dit wereldbeeld aan constante verandering onderhevig (moreel relativisme). Maar als dat zo is, dan betekent dat dat wat wij nu vinden morgen anders kan zijn. Het betekent ook dat wat anderen vinden net zo veel bestaansrecht heeft. Dus een christelijke school heeft evenveel moreel gezag wanneer het homo's op non-actief stelt.

Maar nu het christelijke wereldbeeld. Het weet moraal te verankeren buiten zichzelf in een bovennatuurlijk persoon wiens morele karakter er de bron van is. God dus. De enige twee punten van kwetsbaarheid van dit standpunt zijn dat er meerdere godsbeelden (godsdiensten) zijn, zodat het lijkt of het gezag dreigt te verwateren. De tweede kwetsbaarheid is dat het bestaan van de christelijke God door velen in het Westen niet langer als plausibel wordt gezien. Ik denk dat dat kwetsbaarheden zijn die overkomelijk zijn. Maar hoe dan ook: moraal is absoluut, is gefixeerd, eenduidig. Moraal is een ijkpunt. Dit is een werkbare moraal.

Waarom ziet niemand dit? Het morele standpunt van de christelijke school staat stevig in de schoenen, terwijl het morele standpunt van de naar de Commissie Gelijke Behandeling stappende homolobby zo onstandvastig is als wat. Juist de argumenten die de homolobby aanvoert tegen de school, kunnen tegen de praktiserende homo gebruikt worden. Het morele fundament van het wereldbeeld van de homolobby kan zich tegen de homolobby zelf keren.

De balans opmaken
Waar staan we nu? We zijn op een keerpunt aanbeland. De godsdienstvrijheid staat op het spel. Van souvereiniteit in eigen kring blijft steeds minder over. De staat en aan haar verwante commissies en organen zullen gaan bepalen wat we wel en niet mogen vinden en of we ernaar mogen handelen. Met religie weggedrukt uit het publieke leven en tot de prviésfeer gedoemd, heeft een seculier-humanistisch wereldbeeld steeds meer vrijspel en eist het meer en meer gehoorzaamheid.

Laten we eerlijk zijn. Wie valt nou wie lastig? Zoeken orthodoxe terreurgroepen de homoscene op om flink huis te houden en de boel kort en klein te slaan? Nee, het COC gebruikt een paard van Troje (de homo die het betreft, had zelf begrip voor de maatregel van de school) om in het hart van het christelijk onderwijs toe te slaan. Met een wig probeert men het christelijk onderwijs open te krikken. Het zijn niet de orthodoxen die het praktiseren van homoseksualiteit in Nederland onmogelijk maken, maar het is het COC dat probeert het uitdragen van een christelijke levensstijl te verbieden.

Uiteindelijk kan de homo ergens anders les gaan geven. Maar de school - indien in het ongelijk gesteld - kan niet ergens anders 'christelijk schooltje gaan spelen', zij wordt van haar identiteit beroofd. Het netto resultaat zal zijn dat de christelijke levensvisie opnieuw terrein verliest in Nederland.

Ik geloof dat dit een eerste stap zal kunnen zijn naar godsdienstvervolging. Ik overdrijf niet. En waar speelt het conflict zich af? Daar waar onze kleine kinderen zijn, die wij geenszins opgevoed willen zien worden met de gedachte dat homoseksualiteit normaal is, de gedachte dat de mens autonoom is, kan doen wat hij wil, kan zijn wie hij verkiest te zijn, ja, dat Gods gebod er niet langer toe doet. 

Antihomoschool. Dat scheldt lekker; maakt het makkelijk te stigmatiseren. Nog even en het is niet een enkele homo die op non-actief wordt gesteld op een enkele christelijke school, maar het christelijke onderwijs dat op non-actief wordt gesteld in heel Nederland.

Tuesday, May 19, 2009

Onbevoordeeld discussiëren over abortus

Obama, president van de Verenigde Staten, was enkele dagen geleden op bezoek bij de katholieke universiteit Notre Dame in de staat Indiana om een toespraak te houden. Er was al een relletje geweest omdat een prominente dame, Professor Mary Ann Glendon weigerde een eremedaille in ontvangst te nemen. Geen wonder dat het fout ging tijdens de speech van Obama en hem keer op keer toe geroepen werd dat abortus moord is. Obama werd voor moordenaar uitgemaakt.

Dat is voor niemand leuk. Moet je durven - tegen de president van de VS. Maar Obama is een nederig man; voor de camera in ieder geval. Hij zei in reactie op de aantijging: 'No, its okay'. Nadat het tumult wat bedaard was riep Obama voorstanders en tegenstanders van abortus op onbevooroordeeld de discussie over het onderwerp aan te gaan.

Ja, goed dan. Laten we het onderwerp eens neutraal bekijken. Even denken, wat gebeurt er ook al weer bij abortus? Komt er een foetus uit de baarmoeder die met tangen kapot is geknipt. Hoewel het geheel onder het bloed zit, heb ik de neiging nog de menselijke vorm te herkennen, maar neutraal laat ik dit achterwege. Of er is een baby een beetje te laat geaborteerd zodat de foetus nog leeft. Neutraal kijken we toe hoe de arts (hallo hypocratische eed) de foetus gewoon laat liggen totdat deze geen tekenen van leven meer vertoont.

Zo, nu gaan we zitten en gaan we neutraal en onbevooroordeeld discussiëren. Wacht, ik moet eerst even naar de wc rennen om over te geven. Ik kan niet zo goed tegen bloed ook al is dat maar van een foetus. En het gehuil om warmte en eten doet me - ook al komt het maar van een foetus - toch teveel aan een echt kind denken.

Zo, nu gaan we zitten en gaan we neutraal en onbevooroordeeld discussiëren. O, we moeten weer even wachten. De vrouw die abortus ondergaan heeft, moet even een trauma verwerken en een schuldgevoel wegwerken. Dat duurt een beetje langer van 5 minuten geloof ik, dus we moeten een andere keer maar verder praten.

Het probleem is dit: je kunt deze discussie niet neutraal voeren ook al zou je het willen. Of je gebruikt eufemismen en retoriek of je maag draait om en je woede welt op bij de waarheid. Of je zegt dat het maar een foetus is, dat abortus maar zelden wordt toegepast, dat het gaat om het curateren of 'schoonmaken van de baarmoeder'. Of je ziet mensenbloed dat vloeit ten gevolge van een dodelijk werktuig dat via de vagina de baarmoeder is binnengedrongen om een menselijk wezen kapot te maken, je ziet een ingeklapte schedel ten gevolge van weggezogen hersenen.

En als je eerlijk bent, zie je wat je ziet, en weet je hoe vaak het gebeurt en in welke 'noodgevallen' het wordt toepgepast. Als je eerlijk bent, zeg je dat dit moord is. En dan nodig je Obama niet uit op je katholieke universiteit, ook al is hij de president.

Monday, May 18, 2009

De grote verdwijntruc

De westerse beschaving heeft zich de afgelopen 300 jaar bezig gehouden met een van de grootste goocheltrucs allertijden: het grote verdwijnen van God. Daar was naast een grote dosis gezichtsbedrog ook een hele hoop gespecialiseerde kennis voor nodig. Het was ook niet een truc waarbij men klaar was met een krachtig 'hocus pocus pilatus pas' om vervolgens met een teatrale beweging het doek weg te trekken.

Er waren drie 'special effects' nodig om God weg te moffelen. In de eerste plaats moest de christelijke godsdienst, die in 18de eeuw nog algemeen aanvaard was, irrelevant worden verklaard. Dat gebeurde door het openbaringskarakter van de Bijbel in twijfel te trekken en de mogelijkheid van een in de geschiedenis ingrijpende God te ontkennen. Bovendien ontmoette men steeds weer andere godsdiensten die ook aanspraak maakten op de waarheid, waardoor het absolute karakter van het christendom steeds onwaarschijnlijker leek. De klap op de vuurpijl kwam wel doordat de bronnen van het christelijk geloof als historisch onbetrouwbaar werden beschouwd.

Dit gebeurde niet in een isolement. Een tweede belangrijke pijler van de truc was de filosofische. Nadat Descarte de mens als uitgangspunt had genomen voor zekere kennis en Hume elke zekere kennis - laat staan religieuze - in twijfel had getrokken, trok Kant een definitieve streep tussen de dingen zoals ze werkelijk zijn en hoe wij de dingen waarnemen. In principe zitten we in een gesloten doos en 'weten' wij alleen datgene van de buitenwereld wat onze zintuigen ons vertellen en onze hersenen ervan brouwen. Als dat al geldt voor de zintuigelijk waarneembare dingen dan toch zeker voor de bovennatuurlijke dingen. Hoewel Kants voornaam Emmanuël (God met ons) was, bleek God nu voorgoed buitengesloten. Het was van toen af aan nog maar een fikse glijbaan in de richting van Nietszche die God dood verklaarde. Want wat heb je aan een God die onkenbaar is? Niets. Het christendom lijkt dan één grote leugen.

De derde stap in de verdwijntruc bestond uit de wetenschap. Hoewel aanvankelijk wetenschappelijk onderzoek hand in hand ging met het geloof in de God van de Bijbel - er zijn mensen die beweren dat wetenschappelijk onderzoek nooit zou zijn ontstaan als niet het christendom daar de aanleiding toe had gegeven - leek de wetenschap steeds meer het geloof te ondergraven. Wetenschap leverde harde data op. Het leerde ons onze wereld te beheersen. En het werkte. We konden ook steeds meer: meer luxe, langer leven. Zelfs de 'sky' was niet langer 'the limit'. Niet onbelangrijk was het feit dat de evolutietheorie een acceptabele verklaring voor het ontstaan en de ontwikkeling van het leven op aarde leek te bieden waarbij het 'concept God' daadwerkelijk niet langer nodig was.

Dus God verdween. Hij verdween als boeman, hij verdween als schepper, hij verdween als de voorzienige, hij verdween als de rechter van alle mensen. Foetsie! Hij was er gewoon niet meer. Dat ging makkelijk. En alles draaide gewoon door. De melkboer bracht nog steeds elke ochtend melk op de stoep, politici vertelden nog steeds niet de waarheid en landen voerden nog steeds oorlogen. Mensen stonden 's morgens op en gingen doen wat ze altijd deden: tanden poetsen, ontbijten, werken, liefde bedrijven, slapen, haten, ruzie maken, vrede sluiten en sterven. Niets leek veranderd.

Of toch? Net zo geruisloos als het verdwijnen van God zich voltrok, kwamen de gevolgen. Er was geen rechter meer van de mensheid dus waarom zouden mensen niet nog meer onrecht doen dan ze al deden? Wat was waarheid eigenlijk? Was dat niet een concept waar je alle kanten mee uit kunt? Waar deden we alles eigenlijk voor? Oorlog voeren en vrede sluiten, ruzie maken, liefde bedrijven? Was het op de keper beschouwd niet allemaal één grote grap? Eén eindeloze zinloze excersitie?

De rationaliteit achter het verdwijnen van God begint steeds meer los zand te worden. Als alles bestaat uit toeval die blind lekker losgaat op materie, wat blijft er dan nog over van ratio, de logische verbinding van proposities en conclusies? We vragen ons af waarom we het zo leuk vonden om God weg te toveren. We hebben een vieze smaak in de mond van de wrange vruchten die het met zich meebrengt. De samenhang en de zin der dingen lijken zoek. Onze nieuwe waarheid dat God niet bestaat, lijkt zo fragiel tegen een achtergrond van een verbrokkelend concept van waarheid.

Wie goed naar zijn eigen handen kijkt ziet dat ze een beetje doorzichtig aan het worden zijn. Niet dat er licht doorheen schijnt, of dat je er 'iets' doorheen kunt zien. Alles lijkt een beetje te vervagen tegen een achtergrond van een nietsheid die nog het beste met duisternis omschreven kan worden. Wij zijn een virtual reality waar we zelf de stekker uit hebben getrokken.

Terwijl deze truc zich voltrok, heeft bijna niemand zich druk gemaakt om de consequenties. Niemand besefte dat alles van God afhankelijk is. Niet alleen zijn schepselen of zijn schepping, maar ook belangrijke dingen als waarheid, goedheid en betekenis hebben hun absolute karakter verloren en blijken niets te zijn in een realiteit die slechts bestaat uit atomen.

Ook heeft bijna niemand door dat God alleen maar epistemologisch verdwenen is. (D.w.z. wij beweren dat God onkenbaar is en daarom niet relevant en dus voor de praktijk van alle dag gewoon niet bestaand.) Maar dat wil nog niet zeggen dat God ontologisch (d.w.z. in het echt) niet bestaat. In weerwil van wat alle contigente menselijke wezens beweren, bestaat God als ontologisch noodzakelijk wezen wel. Hij heeft Zich 'laten verdwijnen'. Of liever: de grote Godverdwijntruc is niets anders dan een vlucht van de mens, die zich probeert te verbergen in het struikgewas van het menselijk denken.

Totdat God komt en zegt: 'Adam, waar ben je'. Dan zou je willen dat je jezelf kunt laten verdwijnen.

Saturday, May 16, 2009

Hoe een homo te omarmen

Als je wilt weten hoe je een homo moet omarmen kun je voortaan bij Arie Boomsma terecht. Onze evangelische beauty boy heeft aangegeven daarmee door te gaan ondanks de heftige aanvaring met zijn werkgever over de photoshoot die in L'HOMO verscheen. De eerste homoglossy is een feit en daarmee Arie's definitie van wat homo-omarmen betekent: schamel gekleed met een omfloerste blik de camera inkijken alsof die zegt: Kijken mag, aanraken kan niet.

Als ik homo zou zijn, zou ik bij het zien van de lonkende ogen niet het gevoel krijgen dat de liefde van God mij toestraalt. Lust zou in mij op worden gewekt. In plaats van goddelijke liefde zou ik een verlokkelijk lijf zien waarmee ik wel raad wist als mij de gelegenheid geboden zou worden.

Er spreekt uit Arie’s fotosessie niet dat God van homo's houdt, ook niet dat God niet van homo's houdt. Er is gewoon een serie verleidelijke foto's te zien van een bloedmooie vent in een blad voor mannen. Ja, ook hetero's weten wat homo’s lekker vinden. Arie vindt het fijn (werd wel door de EO verpest), Linda vindt het fijn (werd door de EO nog fijner), Paul de Leeuw vindt het ook fijn (werkt ook niet bij de EO), homo's vinden het zeker fijn. Arie bevestigt de homo's in hun seksuele geaardheid. De homo's voelen zich 'en passant' gelijk iets meer geaccepteerd door God - misschien.

Ik had gehoopt dat Arie Boomsma door zijn schorsing tot bezinning zou zijn gekomen. Dat hij zou beseffen dat je de homo niet benadert door het fysieke te benadrukken. Doet Arie niet dat geenseksprogramma op tv waarbij men probeert te laten zien dat het bij liefde niet om seks maar trouw gaat? Juist door zich te laten leiden door het verlangen te provoceren en toe te geven aan een stukje ijdelheid (zie het interview in Visie 20) heeft hij de homoscene eerder verder van God afgeduwd. De God die je de waarheid laat zien tenminste. Lachend vertelde Linda dat de rel rondom Arie een 'geschenk uit de hemel was'.

En al die commotie hè. Waarom doet de EO toch zo moeilijk? Boomsma weet het wel. Wat de EO betreft, ze waren terecht boos, want het ging om contractbreuk. Geen woord over de morele kwestie an sich.

Alles bij elkaar wijst het op een gigantisch hiaat in Boomsma's omgang met de wereld. Hij zegt (in het Visieinterview): 'Het is onze verantwoordelijkheid om in de buitenwereld te staan en daar christen te zijn'. Arie weet heel goed hoe je in de buitenwereld moet 'staan', vooral met ontbloot bovenlijf. Maar hoe dat als christen moet, heeft hij niet op een rijtje. En dat schept verwarring voor de achterban van de EO, het verzwakt de EO en het staaft de wereld in haar eigen zondige levensstijl én haar karikaturaal beeld van de Kerk van Christus.

Ik heb liever duidelijkheid met een scherp randje dan het geschipper van een jong boegbeeld dat geen duidelijk omlijnde koers weet te varen. Dan heb ik veel meer met het breekbaar eerlijke optreden van Johan Quist bij Pauw en Witteman waar hij geen water bij de wijn deed als het gaat om het bijbelse standpunt t.a.v. homoseksualiteit, maar aan het eind van het interview overduidelijk maakte dat God niet alleen de homofiel maar elke mens liefheeft.

Dat is het ware omarmen van de homo. Ik voelde me trouwens als hetero op mijn beurt ook omarmd door deze eerlijke en rechtschapen homo die recht doet aan zowel Gods heiligheid als zijn liefde.

Friday, May 15, 2009

The Slumdog and the Millionaire

Dat zou de echte titel beter hebben kunnen zijn voor de film ‘Slumdog Millionaire’. Op diverse sites was te lezen dat de jongen die de broer van de hoofdpersoon speelde in de met 8 oscars bekroonde film er niets concreets aan over heeft gehouden. Nee sterker nog, wat in de film Jamal Malik overkomt in zijn jeugd waarbij een woedende menigte zijn moslimbuurt kort en klein slaat en zijn moeder overlijdt, overkwam nu min of meer het acteurtje zelf. Azharuddin Ismail werd donderdagochtend door een politieagent met een bamboestok wakker gemaakt en 10 minuten later werd zijn huis met de grond gelijk gemaakt samen met alle krottenhuizen in de buurt.

Azharuddin en het meisje dat in de film de jeugdige Latika speelt, zijn de enige twee acteurs die ook daadwerkelijk in een krottenwijk wonen. En dat zullen ze blijven doen. Niet in deze krottenwijk, want die is met de grond gelijk gemaakt. Niet dat de makers van de film hen helemaal aan hun lot overlaten. Er is een financieel fonds dat bedoeld is voor als ze groot zijn geworden. Ook zijn er andere financiële middelen voor hen gereserveerd, maar niet genoeg om in een appartement te gaan wonen en de krottenwijk achter zich te laten.

Slumdogs blijven slumdogs en miljonairs worden rijker. Het staat in de sterren geschreven. Je lot is beschikt; zeker als je in India woont. Een miljonair word je als slumdog alleen in de film; niet in het echt. Als je een slumdog bent, wordt je huis (of wat er voor door gaat) éénmaal per jaar platgewalst waarna je weer opnieuw begint. Het is een cyclus die nooit ophoudt. Een mooi beeld van de door karma in stand gehouden reïncarnatie.

Maar als je miljonair bent, leef je iets meer een ‘lineair’ leven. Alles wordt groter, meer en beter. Money begets money - laat het geld voor je werken, vooral wanneer je het zelf niet meer kan. Dan laten we even achterwege dat dat geld ergens vandaan moet komen. Vrijwel elk paleis is gebouwd op de fundamenten van bloed, zweet en tranen van hen die hun leven ervoor moesten geven.

Maar het is niet fair alleen boos te kijken naar de filmmakers die blijvend vruchten plukken van het filmsucces (Freida Pinto is het nieuwe gezicht van L’Oreal). Zitten wij niet in het Westen vetgemest te genieten van onze welvaart? Dat is óns paleis mede gebouwd op een vuile geschiedenis van kolonialistische uitbuiting, protectionisme en oneerlijke handelsverdragen.

De bottom-line is echter wel dat wij allen gevangen zitten in structuren die we zelfs met barmhartige vrijgevigheid en zelfbewuste schuldcomplexen niet om kunnen buigen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje dat aan het zinken is. De armen zitten bij het lek, de rijken bij de achtersteven die wel omhoog lijkt te gaan maar uiteindelijk met een diepe zucht ondergaat.

Wat verandering brengt, zal meer om het lijf moeten hebben dan 10 minuten beroemdheid op het podium van Hollywood, meer dan een welwillende geste van de filmmaker, meer ook dan ons ‚ach en wee’ wanneer wij als consumenten van vermaak naar een illegale kopie van de ‘Slumdog Millionaire’ hebben gekeken. Totdat die verandering komt, blijft het The Slumdog And The Millionaire.

'Geslacht' om het verkeerde geslacht

In Zweden mogen vrouwen hun baby laten aborteren als ze het geslacht van de vrucht weten en daar niet tevreden mee zijn. Als ze liever een jongen hebben, terwijl uit echo’s blijkt dat de vrucht een meisje is (of andersom) is abortus dus toegestaan. Dat blijkt uit een uitspraak van de Nationale Gezondheidsraad in Zweden’, aldus Manna-vandaag.nl [http://www.manna-vandaag.nl/?post=5533].

Zoals zo vaak wordt ook hier de beslissing verhuld achter de mooie taal van de jurisprudentie die (heel onschuldig en te goeder trouw) een reeds bestaande wet interpreteert. Het niet nader gedefinieerde woord „nood” wordt verruimd omdat in het geval van een onvervulde dochter- of zoonwens duidelijk sprake is van nood. Ook in de Nederlands wet is ‘nood’ niet nader gedefinieerd in de abortuswetgeving.

Dit soort taalgebruik verhult echter een enorme verschuiving in de levensbeschouwing en morele opvatting van hen die spreken. Deze verschuiving kan ongemerkt z’n gang gaan omdat het zich verschuilt achter een reeds bestaande definitie of formulering. Er is een gevoel van onbehagen bij het aanhoren ervan, maar alles lijkt in orde.

Mensen worden altijd boos wanneer de vergelijking wordt gemaakt met nazi-Duitsland waar op grote schaal de onvolmaakten (en ongewensten) ‘weg-geëuthanaseerd’ werden net zoals ze hier geaborteerd worden. Maar waar is de bottom-line? Waar zeg je: ‘Tot hier toe en niet verder!’? Waar is uiteindelijk het onderscheid dat de nazis tot monsters maakt en ons bestempelt als welwillende onschuldigen?

Het ligt in de aard der zaak dat de vergelijking met de nazis getrokken. Ik trek drie lijnen.

Het recht van de zwakken wordt opgeven ten behoeve van het gemak van de sterke. Als bij abortus het recht van de sterkste gerationaliseerd kan worden, is er geen reden waarom bijvoorbeeld dictatorschap niet gerationaliseerd zou kunnen worden. Hoe ver het er ook vanaf lijkt te staan ook daar geldt het recht van de sterkste.

Ten tweede de herinterpretatie van juridische formuleringen en ethische normen zal altijd doorgaan. Altijd is dat ene woord wel op te rekken of van toepassing te laten zijn in die ene situatie of voor die ene groep. Of het nu om de ‘nood’ van de Finse vrouw gaat of het ‘nationaal belang’ bij het vervolgen van de joden door de nazi’s.

En ten derde het eufemistische taalgebruik waarmee dit gebeurt. Er is altijd een manier om het objectief verkeerde te verdoezelen, het mooi te praten en te laten klinken alsof het het tegenovergestelde is van wat het zegt. Propaganda is niet ver. Voor alles is er een ‚entlösung’.

Daarom heeft de manier waarop wij omgaan met goed en kwaad en met de zwaksten in ons midden in principe de potentie om veel dieper te zakken dan het nazisme ooit kwam. Immers het nazisme werd op een bepaald moment gestopt, maar wie stopt ons in onze grenzeloze eufemismen en heilloze herinterpretaties bij het vertrappen van de zwakke? De verdrukten kunnen niet in opstand komen of zich verenigen in verzet.

Eerst was er abortus wanneer het leven van de moeder in gevaar was. Toen kwam er abortus voor verkrachtte vrouwen. Toen abortus in noodgevallen, toen abortus van zwaargehandicapte foetussen, toen abortus van foetussen met een hazelip en Down-syndroom foetussen. Nu worden ze in Zweden gedood vanwege het verkeerde geslacht. Wat volgt? Wie volgt?

Ergens is een grens gepasseerd: de vrouw werd baas in eigen buik. Maar de foetus is niet baas over eigen buik, of eigen hersenen, of eigen ledematen geworden en heeft het recht om te leven verloren. De foetus is een parasiet die zich voedt met de levenssappen van de moeder. Ongevraagd eist de ‘aanvaller’ de buik op en legt beslag op de toekomst van een moeder die slachtoffer is.

Moloch is wakker geworden. Hij ruikt bloed en hongert naar mensenvlees. Meer, meer. En te eten zal hij krijgen zolang wij doorgaan met onze herinterpretaties en eufemismen om ons egoïsme te bevredigen.

Wednesday, May 13, 2009

Creationistisch onderwijs op scholen

Arie Slob heeft in een interview met nu.nl gezegd dat hij vindt dat het scheppingsverhaal ook op openbare scholen onderwezen moet worden. Alsof dat gaat gebeuren. Leuk is het wel. Een goeie tegenzet na de brief die Taede Smedes, onderzoeker aan de faculteit religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, schreef aan minister Plasterk over de ontwikkeling van lesmateriaal ten behoeve van het onderwijzen van het scheppingsverhaal. Ik schreef hierover in een eerdere column omdat ik vind dat zelfs maar de suggestie van een verbod op het onderwijzen van het scheppingsverhaal getuigt van engdenkendheid en bekrompenheid.

Ook nu is Smedes op zijn blog in de pen geklommen en heeft hij het over de ‘dictatuur van de gelovige’, omdat blijkbaar de CU uit is op een ‘theocratie in Nederland’. Hij waarschuwt voor ‘Amerikaanse’ toestanden (‘rare jongens die Amerikanen’) en de terugkeer naar ‘middeleeuwse’ toestanden. Slob bepleit niet anders dan de ‘verdomming’ van Nederland, vindt Smedes. Smedes vertegenwoordigt aardig het algemene gevoel t.a.v. scheppingsleer en evolutietheorie in Nederland.

Over ‘verdomming gesproken’ wie pleit daar nu eigenlijk voor? Slob die allebei de theorieën de ruimte wil geven, of Smedes die slechts het evolutionisme wil? Wie pleegt er nu dictatuur? Slob die een genuanceerd onderwijs wil op dit punt of Smedes die slechts één theorie als waarheid wil opleggen? Wie gaat er nu terug naar de Middeleeuwen? Slob die meerdere meningen de ruimte wil geven of Smedes die ons wil vertellen, wat we moeten geloven.

Geloven, ja. Want het gaat om geloven. Smedes plaatst wel schamper de Staten Vertaling tegenover Darwin, maar dat is een onterechte vergelijking alsof hier wetenschappelijk denken tegenover mythisch denken staat. In beide gevallen gaat het om een visie op hoe de wereld in elkaar zit. In beide gevallen probeert men die visie wetenschappelijk te onderbouwen. In beide gevallen hebben we te maken met een wetenschappelijke theorie die nog niet bewezen is.

Zowel creationisme als evolutietheorie hebben een probleem. Voor het creationisme is het een imagoprobleem voor de evolutiotheorie gaat het om een identiteitscrisis. Eerst maar het creationisme.

Imagoprobleem
Het creationisme wordt gezien als een bijbelse mythe waarbij het wetenschappelijk jargon nauwelijks verhult dat het om een religieus standpunt gaat. Zonder te luisteren naar argumenten wordt het creationisme met buldergelach begroet en vervolgens weggehoond: ‘Genesis 1 als basis voor de natuurkundeles? Ha ha ha! Zo, nu weer serieus met dé wetenschap aan de slag’. Natuurlijk wordt er in het creationisme serieus naar Genesis gekeken. De discipline van de theologie wordt geraadpleegd voor exegese en hermeneutiek. Maar verder houdt creationisme zich bezig met het interpreteren van dezelfde wetenschappelijke data waar ook voorstanders van de evolutietheorie zich mee bezighouden. Daarnaast is het de nieuwere beweging Intelligent Design die m.b.v. harde data conclusies trekt die tenminste een deel van het creationistische standpunt lijken te ondersteunen. Het is een imagoprobleem: het creationisme wordt a priori niet als plausibel beschouwd nog voordat de argumenten gehoord worden.

Identiteitscrisis
De evolutietheorie heeft een zo mogelijk nog groter probleem. Het is een theorie maar wordt beschouwd als een voldongen feit, het is een hypothese, maar pretendeert de waarheid te zijn. Darwin heeft een conclusie getrokken en sinds die tijd heeft men onderzoek gepleegd om de conclusie te ondersteunen. Best, maar geef dat dan toe. De evolutietheorie kent enkele grote problemen die al gelijk aantonen dat deze theorie op een wankel fundament rust. (A) Homologie (overeenkomst in de lichaamsbouw der soorten) is geen bewijs voor de evolutie van de soorten, maar een gegeven waar verschillende verklaringen kunnen worden gegeven. (B) Dé essentiële fossiele data, nl. de tussenvormen, ontbreken. (C) Evolutie (op basis van de genetische diversiteit) binnen de soort is aangetoond, evolutie tussen soorten niet. (D) Biogenesis (het spontaan ontstaan van leven) is een megaprobleem voor de evolutietheorie. (E) Vele organen kunnen nooit ontstaan zijn middels evolutie, omdat elk voorstadium van het orgaan het organisme geen enkel voordeel opleverde. Ga zo maar door. Wat een arrogantie. Wat een eigendunk. Zelfoverschatting maakt blind voor de waarheid. De evolutietheorie is een ... theorie!

Geloven doen ze allemaal
Dus waarom dan die hartstochtelijke verdediging voor een theorie die alom als ‘waar’ wordt verkondigd? Toch niet om de waarheid veilig te stellen, want het is helemaal niet zeker dat de evolutietheorie waar is. Waarom dan? En wel precies hierom dat de evolutietheorie net als het creationisme diep geworteld is in een levensbeschouwing. En de levensbeschouwing van de aanhangers van de evolutietheorie staat of valt met die evolutietheorie. De consequenties zijn enorm als de evolutietheorie niet waar blijkt te zijn; het enige alternatief is dan een intelligente oorsprong voor het leven.

Zowel evolutieleer als scheppingsleer komen voort uit een levensbeschouwelijk standpunt en proberen dat standpunt wetenschappelijk te onderbouwen met een verklaring van de oorsprong van het leven. Beide hebben vanuit het standpunt van een neutrale (ik weet niet precies wat dat is; volgens mij bestaat het niet) overheid evenveel bestaansrecht en verdienen evenveel spreektijd.

De vraag is, waar ga je deze levensbeschouwingen en de aanverwante theorieën doceren? In de godsdienst- en maatschappijlessen of de natuurkunde- en biologielessen? Mij maakt het niet veel uit. De levensvisie mag met verve gedoceerd en verdedigd worden in de cluster godsdienst/maatschappijleer terwijl de verklaring van oorsprong en de ontwikkeling van het leven met de nodige reserve en bescheidenheid gedoceerd dient te worden in de cluster natuurkunde/biologie.

Belangen
Maar er moet een einde komen aan de arrogante houding van vele evolutieaanhangers. Hun theorie is niet bewezen. Tegelijk doen aanhangers van de scheppingsleer er goed aan om goed onderscheid te maken tussen hun aanname van Genesis 1 als geopenbaarde waarheid van God en het creationisme dat een wetenschappelijk model is dat de data probeert te interpreteren op een manier die in overeenstemming is met het geloof dat God het leven geschapen heeft.

Dat de data op verschillende manieren worden geïnterpreteerd is onvermijdelijk. Maar dscrimineer niet één van beide theorieën. Geef ruimte aan verschillende ideeën. Uiteindelijk zullen nieuwe data tevoorschijn komen die ervoor zal zorgen dat één van beide modellen (of misschien allebei) steeds meer als implausibel zal worden beschouwd en uiteindelijk in de prullebak zal verdwijnen. Wees niet bang voor de waarheid.

Voor de atheïst staat eigenlijk het meeste op het spel. Wanneer zijn evolutiemodel niet waar blijkt te zijn, valt tevens zijn wereldbeeld in duigen. Wanneer echter de creationist zijn creationisme moet opgeven, hoeft hij alleen maar te concluderen dat God het blijkbaar toch anders heeft gedaan dan hij dacht. De levensbeschouwelijke consequenties voor de atheïst zijn dus groter dan die voor de creationist. En daarom zie je, denk ik, die absurde vooringenomenheid in de discussie, die welhaast religieuze dogmatische verslaving aan het evolutionisme dat uit alle macht het creationisme weg probeert te drukken.

Daardoor zijn het m.i. uiteindelijk vooral de evolutionisten die voor ‘verdomming’ zijn, ze hebben belang bij het onderdrukken van kennis. En hoe doe je dat het beste dan door te pretenderen, nee te geloven, dat je wetenschappelijk bezig bent. Het is dan makkelijk om creationisten uit te maken voor aanhangers van een mythologisch wereldbeeld die net als middeleeuwers die nog in een platte aarde geloven. Het is nl. makkelijk om een karikatuur van je tegenstander te maken om die vervolgens neer te sabelen dan dat het is om die tegenstander zelf te lijf te gaan.

Het is hoog tijd dat we verlost worden van de dicatuur van de ‘gelovige evolutionist’ om vrij na te denken over waar en hoe het allemaal begon. Daar is het Arie Slob (en mij) om begonnen.

Tuesday, May 12, 2009

Francis Schaeffer, 25 jaar later

Op 15 mei 1984 overleed Francis Schaeffer op 72 jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Zijn reputatie als eminent apologeet van het christelijk geloof die in staat was de intellectueel van de tweede helft van de 20ste eeuw aan te spreken, was toen al lang en breed gevestigd. Deze Amerikaanse predikant was in 1947 naar Europa gekomen om zich uiteindelijk te vestigen in Zwitserland waar hij L’Abri stichtte. In deze leefgemeenschap, die uitwaaierde naar verschillende landen waaronder Nederland, vonden op drift geraakte jonge intellectuelen een oase van geestelijke rust en kwamen zij in contact met een vitaal christendom dat praktizeerde wat het predikte en rationeel onderbouwde wat het geloofde.


Ook in Nederland was Schaeffer een bekend en gerespecteerd persoon. Zijn samenwerking met de EO resulteerde in een tv-serie, ‘Hoe zouden wij dan leven’ waarin de grote lijnen van de Westerse cultuur werden geduid in het licht van de bijbelse boodschap. De serie werd in boekvorm uitgegeven en verschillende werken van Schaeffer, waaronder ‘Leven door de Geest’, ‘De God die leeft’, ‘Wat ging er mis’ en ‘Een christelijk manifest’ werden in het Nederlands vertaald.

Mijn persoonlijk verhaal is eigenlijk nauw verweven met het werk dat Schaeffer tot stand bracht. Ik weet nog dat ik in mijn tienerjaren samen met mijn vader naar de serie van de EO keek. Deze markante man met zijn geitensikje en nikkerbokker intrigeerde me. Hoewel ik met het geloof opgevoed ben, kende mijn geloof echter niet echt een intellectuele basis. Dat brak me - in combinatie met andere problemen - op. Ik raakte bijna op een dwaalspoor. Maar op 19 jarige leeftijd was er een geestelijke doorbraak waardoor ik weer terugkwam bij God. Het was zo’n 8 maanden later dat ik het boek ‘Hoe zouden wij dan leven’ las. Het lezen van dit boek had een enorme impact op me. Het ontketende een storm in mijn hoofd: een intellectuele doorbraak, een mentale bevrijding van alle argumenten tegen de God van de bijbel die ik jarenlang aan had moeten horen zonder goed verweer te hebben. Ik schreef aan de binnenkant van de kaft een geloofsbelijdenis op, een statement van een ontluikende christenintellectueel.

Een van de belangrijke concepten van Schaeffer was de lijn van wanhoop. Het is een lijn die volgens Schaeffer in Europa in 1890 en in Amerika in 1935 overschreden werd. Vóór de passering van die lijn geloofden mensen nog in zekere zin in absolute waarheden. Na die lijn werd de notie van vaststaande waarheid steeds meer losgelaten met existentiële wanhoop als gevolg. De manier waarop deze veranderende opvatting over de werkelijkheid zich voltrok was in verschillende stadia. Het begon bij filosofie en beïnvloedde via de beeldende kunst en de muziek de algemene cultuur om uiteindelijk bij de theologie terecht te komen.

Wat ik toen niet besefte en wat me pas recentelijk duidelijk werd, is dat de indruk die Schaeffer op mij maakte zich ook in het groot had voorgedaan. Schaeffer had voor de hele evangelicale beweging (in het angelsaksische taakgebied omvat dat in tegenstelling tot Nederland ook de reformatorischen) gedaan wat hij ook in mijn hoofd tot stand had gebracht. Hij heeft de kerk laten zien dat er een andere weg is dan die van wereldmijding om de leer veilig te stellen. Een ghetto vormen is niet de manier om de waarheid te bewaren; het voldoet ook niet aan de opdracht om deze wereld met het evangelie te bereiken. In plaats van een capitulatie van het geloof voor de intellectuele afwijzing door een seculaire samenleving en de liberale theologie, ging Schaeffer de kritische dialoog aan met een post-christelijke samenleving en de hippy-cultuur van de jaren 60. Hij formuleerde antwoorden op de vragen waar ongelovigen mee zaten en liet in de praktijk zien hoe deze antwoorden doel troffen in hun hart.

We moeten niet vergeten dat ook in die tijd genoeg apologeten en christendenkers van naam werkzaam waren. Ik noem er enkele: Carl Henry, Ronald Nash, James Sire, Cornelius van Til, Gordon Clark, C.S. Lewis, Alvin Plantinga. Tevens was Schaeffer geen doorgewinterde filosoof. Zijn analyse van de betekenis van Thomas van Aquino is bijvoorbeeld controversieel. Volgens Schaeffer stond Aquino aan het begin van de trend naar irrationaliteit in de westerse cultuur, omdat Aquino genade (het bovennatuurlijke) en natuur (de empirische werkelijkheid) los van elkaar haalde. Ook was en is de apologetische methode van Schaeffer niet de enige die aandacht verdient. Hij was een gematigde presuppositionalist. Volgens het presuppositionalisme moet men Gods bestaan vooronderstellen alvorens men de werkelijkheid kan duiden. Hij was ook cultuurapologeet wat blijkt uit zijn bedrevenheid in het aantonen dat onze cultuur een weg in is geslagen die leidt tot existentiële wanhoop. Er zijn echter ook andere manieren van apologetiek bedrijven waarvan de klassieke apologetiek (het werken met godsbewijzen) waarschijnlijk de meest effectieve is.

Toch heeft Francis Schaeffer iets gedaan wat uniek was. Os Guinness, die jarenlang samenwerkte met Schaeffer en nu een bekend schrijver en spreker is in de USA, stelt dat Schaeffer als geen ander een passie voor God en een passie voor de waarheid wist te combineren met een passie voor mensen. Deze man is een reus van het evangelicalisme geworden, omdat hij niet naar binnengekeerd was maar de deur openzette naar de buitenkerkelijken en hen bezag in de context van de westerse geschiedenis en cultuur. Hij kwam niet eenvoudigweg met een evangelisatieboodschap, maar zocht antwoorden op de vragen van de intellectuele mens van de 20ste eeuw en formuleerde die vanuit Gods Woord in een voor de moderne mens verstaanbare taal.

Schaeffer heeft zo ook mede aan het begin gestaan van de nieuwe golf van christelijk intellectualisme die vandaag de dag m.n. in de angelsaksische wereld een grote groei doormaakt. Debatten tussen theïsten en atheïsten zijn tegenwoordig ‘the talk of the town’. Het is ‘in’ om deze debatten bij te wonen, ze te downloaden van internet en samen met vrienden te genieten van de argumenten die pleiten voor het bestaan van God, de historiciteit van de Bijbel en de uniciteit van Jezus Christus. Christenen doen weer mee in het intellectuele debat en worden door atheïsten als geduchte tegenstanders beschouwd. Schaeffer is voor deze opleving zeker niet alleen verantwoordelijk, maar heeft daarin een belangrijke rol gespeeld.

Tegelijk vormen het werk en voorbeeld van Schaeffer tegenwicht tegen een andere trend. Volgens sommigen past de rationele inslag van Schaeffer niet meer bij het postmodernisme van deze tijd. Ook in de kerk is deze trend doorgedrongen. Denk aan de ‘emergent church’ beweging waarin authenticiteit de voorrang krijgt boven orthodoxie en gevoel belangrijker is dan logica. Schaeffer was hartstochtelijk voorvechter van propositionele waarheid, omdat wat je voor ‘waar’ houdt uiteindelijk bepaalt waar je leven in resulteert.

Zijn hartstochelijk pleidooi voor een naar buiten gericht christendom dat trouw is aan haar wortels en tegelijk intellectueel relevant voor tijd waarin het in leeft, vormen zijn erfenis die hij heeft nagelaten aan de kerk van de 21ste eeuw. Zijn intellectualisme met als doel mensen terug te brengen tot God is een voorbeeld om na te volgen en toe te passen voor onze eigen tijd.

Enkele links:

Recent interview met Os Guinness op Between Two Worlds

‘Een oase van bezinning in de Betuwe’, artikel in Reformatorisch Dagblad over l’Abri en Francis Schaeffer

Twee gratis cursussen over Schaeffer van Jerram Barrs, docent aan het Covenant Theological Seminary:
http://worldwide-classroom.com/courses/info/cc578/
http://worldwide-classroom.com/courses/info/cc579/

Een recensie van Professor Douglas Groothuis over twee recente biografieën van Schaeffer

Saturday, May 9, 2009

Herdenking 30 april 2009

Toen ik gisteren naar de herdenkingsdienst keek voor de slachtoffers van de aanslag op 30 april trof het me hoe weinig antwoord er was. Er is verdriet én verslagenheid. Natuurlijk zijn er vragen zoals waarom het moest gebeuren of wat de motieven waren van de dader. Sommigen zullen zich ook afvragen waarom God zoiets toelaat, of waarom de ene sterft en de ander herstelt.

Maar wat me trof is dat er geen antwoorden van troost werden gegeven. Dood is dood. Punt uit! Weg is weg. Punt uit! De kaars dooft langzaam. De herdenkingsdienst ‘raakt’ afgelopen. Geen hoop. Alleen stilte, zachtjes kuchen en voetje voor voetje wegschuifelen in de duisternis van het stemmeloos menselijk bestaan. O ja, eerst nog de foyer.

Theologe Geel probeerde als laatste nog te inspireren met verwijzing naar saamhorigheid en ‘elkaar vasthouden’. Daarmee gaf ze - juist vanwege het geestelijk karakter van haar vak - implicitiet uitdrukking aan de antwoordloosheid van ons land. In diepere zin. Nederland is antwoordloos geworden in een werkelijkheid die zonder betekenis en doel is. Antwoorden mogen niet meer. Bemoedigingen zoals ‘God zij met U’ of ‘Mag de Eeuwige U vertroosten’, of ‘Mag de hoop op de opstanding U zekerheid bieden’ zijn politiek incorrect. In de plurale potpouri mag er geen zekerheid op een toekomst na dit leven geboden worden.

Daarom dit gedicht als een reflectie op de geestelijke staat van Nederland ontstaan in de context van de vreselijke tragedie van 30 april 2009.

Gat geslagen in verstomde natie
volk van vragen zonder antwoord
verweesd starend naar een scherm
van werkelijkheid zonder erbarmen

een 100-jarig feest verscheurd
onbedoelde overledenen betreurd
verbeurd verklaarde toekomst
van volk dat niet nader komt

Verbonden in cosmische eenzaamheid
houden we elkaar vast, én het gevoel...
dat niets ons bijstaat in de strijd
noch betekenis heeft noch doel

antwoorden zijn taboe
de dood doet er het zwijgen toe

Friday, May 8, 2009

Plasterk en de denkpolitie

De denkpolitie is weer op oorlogspad. Dit keer is het een lid van de Orde van het Allerheiligst Evolutiegeloof. Dr Taede A. Smedes, onderzoeker aan de faculteit religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, was zich een hoedje geschrokken over “de effecten van de hele discussie over de Urkse anti-evolutiefolder”. De organisatoren zouden nu bezig zijn lesmateriaal voor op scholen voor te bereiden. Hij riep minister Plasterk op om daar een stokje voor te steken. Want dat mag toch niet? Je mag kinderen toch niet leren denken wat buiten de consensus valt, wat politiek niet correct is?

Hoe vaak moet het nog gezegd worden dat de evolutietheorie een theorie is; een interpretatieparadigma waarmee data een plek wordt gegeven? Het gaat goed zolang men beseft dat het een model is, zolang men concurrerende modellen met respect bejegent. Maar wanneer de wens de vader wordt van de gedachte, d.w.z. wanneer de conclusie voorafgaat aan het onderzoek, krijgen we een situatie waarin wetenschappelijke data gehijacked worden door een als wetenschap vermomde religieuze kliek die ex cathedra bepaalt welke interpretatie geldt op scholen (of waar dan ook).

Plasterk ging er natuurlijk niet voor. Niet helemaal tenminste; wel een beetje. Hij stelt in zijn brief: “Op grond van de vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, kan en wil ik scholen niet verbieden het creationisme te onderwijzen.” Goed zo, minister! Maar de minister stelt eveneens dat het aan de scholen zelf is: “of zij tijdens hun lessen levensbeschouwing of maatschappijleer aandacht willen besteden aan de relatie tussen geloof en wetenschap. Bovendien hebben scholen de ruimte om godsdienstonderwijs te geven. Orthodox-christelijke scholen zullen dus zeker ook aandacht geven aan het creationisme”.

Zo? Hoort creationisme thuis bij godsdienstles en maatschappijleer? Daar gaan we dus toch weer. Eigenlijk wordt hiermee creationisme toch weer afgeschilderd als een soort moderne mythe waarmee ‘achtergebleven’ geloofsgroepen hun ‘verhaal vormgeven’. Het mag onderdeel zijn van de religie, maar niet van de ‘echte’ werkelijkheid van de grote mensen die - hun voorwetenschappelijk wereldbeeld af hebben gelegd. Zullen we voortaan wiskunde laten doceren door de juf Nederlands? En Engels door door de leraar natuurkunde? Want ja, onze verlichte wetenschappers hebben ook al bepaald wat er geloofd moet worden.

Als Don Quichottes zoals Smedes zich wat beter gaan organiseren zullen we straks pas echt een effectieve scheiding krijgen niet alleen van kerk en staat, maar ook van religie en politiek, van wetenschap en geloof, van publieke mening en levensovertuiging, van educatie en vrij onderzoek. Dat alles natuurlijk ter beoordeling van een zichzelf normerende en alsmaar evoluerende inquisitie.

We (en ‘we’ slaat niet alleen op christenen, maar op iedereen die voor vrijheid van meningsuiting staat) mogen heel blij zijn dat Plasterk zich niet voor deze kar laat spannen. Dat mocht trouwens ook wel na de beroering over zijn voorbarige brief van vorige week over homoseksuele relaties en gereformeerde scholen.

Thursday, May 7, 2009

Het recht om te overtuigen

Mag je nu zeggen ‘Er is geen God’ of niet? Enkele goedbedoelende vwo-leerlingen hadden een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie (RCC) omdat ze niet blij waren met het atheïstische billboard langs de A4. ‘Zij voelden zich naar eigen zeggen “aangetast in hun geloofswaarde” en dienden een klacht in,’ aldus De Spits.

Het moge bekend zijn dat ik niet weg was (en ben) van dat bord. Ik heb n.a.v. dat bord genoeg geschreven op mijn blog. Vier artikelen tegen het atheïsme zijn het resultaat geweest. Maar ik heb nooit beweerd dat het bord mij ‘aantast in mijn geloofswaarde’ en ik zal dat ook nooit doen. Ik zou zielig zijn als dat wel was, want mijn geloof is niet afhankelijk van wat anderen vinden, zeggen en schrijven. Stel dat ik ga huilen bij het horen van de roep van de minaret tot gebed tot Allah, of in een hoekje ga treuren wanneer iemand op tv ‘Ohm’ zegt. Deze zaken zijn wezenseigen aan respectievelijk de islam en het hindoeïsme, net zo goed als ‘Er is waarschijnlijk geen God’ geloofsartikel nummer één is van het atheïsme.

Trouwens, als de RCC deze slogan op het billboard zou hebben verboden, zou dat zich uiteindelijk tegen het christendom keren. Moslims zouden kunnen gaan klagen wanneer wij folders zouden verspreiden over ‘De Zoon van God’. Volgens de koran is dat namelijk blasfemisch en een hoop moslims zullen zich enorm in hun ‘geloofswaarde’ aangetast voelen wanneer zij moeten horen dat God wél een Zoon heeft. Het zou een waar pandemonium kunnen worden: alle gelovigen en ongelovigen die zich in hun geloofswaarde door alle andersdenkenden aangetast gaan voelen. Kunnen we straks alleen nog maar met afgeplakte monden door het leven gaan.

Deze lijn zou doorgetrokken kunnen worden van reclame naar publieke opinie. Stel dat er wetgeving komt die dit zou toepassen op elke publieke uitspraak. Zo onwaarschijnlijke gedachtengang is dit niet. We zitten nu eenmaal gigantisch te multi-cultiën. Religieus pluralisme leidt er al toe dat her en der blasfemie (tegen de God van de Bijbel) uit de grondwet wordt gehaald en vervangen wordt door een gedrocht waar ofwel niets ofwel teveel mee gedaan kan worden (zie bijvoorbeeld hier). Blasfemie is een lastig punt aan het worden.

Ik ben van mening dat elke vloek God in zijn waardigheid aantast. God, de Schepper van het tijd-ruimte continuüm waarin wij ons bevinden, wordt gesmaad. Dat kan niet, dat mag niet. Maar wat zien we? God zelf gedoogt het; er komt geen vuur uit de hemel om hier en nu de uitspraak ‘Er is geen God’ af te straffen én te ontzenuwen. Moeten wij dan op eigen initiatief er maar iets aan doen met een beroep op onze gekwetste gevoelens? Trouwens elke morele misstap in dit leven is een blamage van God. Elke morele fout zou verboden moeten worden. Om dat te bereiken moeten we naar een Orwelliaanse samenleving waar Big Brother (die van Orwell, niet die van de Mol) ons dag en nacht in het oog houdt om ons te straffen zodra we iets fout doen.

Onnodig kwetsen van een religie is onnodig. Vrijheid van meningsuiting is lang gebruikt om God, Jezus, de Bijbel en de christenen belachelijk te maken. Kwetsen is verkeerd. Maar de grens tussen het verkondigen van een mening en het kwetsen van een bepaalde groep is ontzettend arbitrair. Floris, de man van het billboard, wil in ieder geval níet kwetsen; hij wil overtuigen en aanzetten tot nadenken en debat. Hij is eigenlijk stiekum een evangelist van een boodschap - een niet zo blijde, dat wel - maar toch, het is een verkondiging. Gaan wij nu voortaan bij elke verkondiging die ons niet aanstaat, roepen dat het ‘ons aantast in onze geloofswaarde’? Kom nou.

Ik heb juist het atheïstische billboard aangegrepen om er tegenin te gaan, stelling te nemen, de onhoudbaarheid ervan aan te tonen. Kortom: ik wil ‘ook’ verkondigen en overtuigen van wat ik als waarheid beschouw. Ik heb geen reclamecodecommissie nodig om mij te helpen de waarheid te verdedigen. De waarheid is niet waar en toelaatbaar, omdat die wel of niet mensen aantast in hun geloofswaarde. De waarheid is gewoon wat zij is: waar. En zo bestrijd je ook onwaarheid niet door te gaan zitten huilebalken dat die kwetsend is. Kom maar op met argumenten. Als het gekwetste gevoel van de mensen om ons heen zou bepalen wat wel en niet mag, zouden we binnen de kortste keren in een dictatuur zitten.

In een maatschappij gekenmerkt door religieus pluralisme komen mensen met verschillende overtuigingen elkaar tegen op de marktplaats van ideeën. Daar moet geluisterd en gedebatteerd worden. Zoals Paulus dat deed op Areopagus. Niet gekwetst zielig doen, maar onze opdracht als christenen vervullen.

Leuk bedoeld kids. Leuk ook dat jullie op het vwo zitten. Doorstuderen maar.

Tuesday, May 5, 2009

Dag vrijheid!

Vandaag is het bevrijdingsdag. Ze hebben een condoommuur geplaatst bij de officiële bevrijdingsevenementen om nog maar eens te benadrukken hoe vrij we zijn.

We zijn vrij om te vlijen, vrij om te vrijen
te spuiten, te slikken, tegen gezag aan te hikken
vrij om te feesten en laat door te beesten
voor meer geld te staken en troep uit te braken

een grote mond op te zetten en de arme te pletten
om niet na te denken en nog een wijntje te schenken
vrij om te laten kreperen en de aarde te souperen
met vingers in de oren om de waarheid niet te horen

Wij gaan vrij voor elke schuinsmarcheerderij
Wie het vingertje omhoog steekt lappen wij erbij
opzij, opzij, opzij
Want dit is onze vrije maatschappij...

Niet vrij dus.

---

Vrij om niet te geven, niet te delen, niet de minste te zijn, niet een offer te brengen, niet altruïstisch te zijn, niet naastenliefde te betrachten, niet in de spiegel te kijken, niet de hand in eigen boezem te steken en wel anderen de schuld van alles te geven wat fout gaat. Niet vrij dus.

---

Niet vrij zijn ook de abortuskindjes voor wie de moederschoot een dodencel wordt, omdat ze niet gewenst zijn.

Niet vrij zijn de aidsslachtoffers in de derde wereld die het zonder betaalbare medicijnen moeten stellen en dus tot de dood gedoemd zijn, omdat grootschalige medicijnproductie commercieel niet interessant is.

Niet vrij zijn de kinderen van de aidsslachtoffers die gedoemd zijn tot de status van wees vanwege de gebondenheid aan promiscuïteit van één van hun overleden ouders.

Niet vrij is een groot deel van de wereldbevolking voor wie armoede een gevangenis is, omdat de hedonistische en consumentistische vrijheid van het Westen ergens mee bekostigd moet worden.

Niet vrij zijn de kinderen van huiselijk geweld en incest, omdat het monster in de mens zich langzaam maar zeker een weg naar buiten baant.

Niet vrij dus.

---

We zijn vrij om blind te zijn voor dat monster dan in ons opwelt en zich door onze ogen, monden, handen, neus en oren een weg naar buiten baant; waar het op de barricades van ons afval schreeuwt om nieuwere, hardere, verdere, grotere en meer overdonderende vrijheid. Onbegrenst, onbeperkt, ongeremd. Demon van de bandeloosheid.

We zijn ook vrij om blind te zijn voor dat andere monster dat in naam van de democratie de democratie om zeep helpt. Dat met ontblootte borst de vlag van een nieuwe wereldorde plant in de puinhoop van wat wij beschaving noemen.

We zijn zo bezig met gratis condooms krijgen en roepen dat we vrij zijn, dat we onze gebondenheid niet waarnemen.

Dag vrijheid!

Saturday, May 2, 2009

Symbolen taboe, religie tabee

Ruim een maand geleden berichtte het vlaamse kerknet over een wetsvoorstel van de Europse Unie dat religieuze symbolen in openbare gebouwen verbiedt. Dit bericht kwam opmerkelijk genoeg min of meer op hetzelfde moment dat Obama bij zijn redevoeringen in religieuze instellingen niet wilde dat religieuze symbolen in beeld kwamen.

We hebben bij Obama te maken met een ‘engineered public image’, een zorgvuldig ‘gesneden beeld’ ten behoeve van zijn publiek imago. Maar het staat uiteindelijk in een bredere context van een steeds verder doorslaande scheiding van kerk en staat die zich in de hele westerse beschaving aan het voltrekken is.

Volgens de Amerikaanse grondwet moest de scheiding van kerk en staat de dominantie van één staatskerk tegen gaan en de vrijheid in religieuze expressie juist bevorderen. Het is verworden tot een religiofobie die precies het omgekeerde doet: onderdrukking van religieuze expressie door een rigide secularisme. Ook de EU is nu aan het verworden tot een steriele dunne flosdraad waaraan men de eenheid van een heel continent op wil hangen. Daar komt nog bij dat ideologieën die zich niet bedienen van symbolen en een religieus apparaat (denk aan secularisme, humanisme, atheïsme, communisme) vrijspel hebben op deze continentale marktplaats van ideeën.

De EU verloochent de christelijke wortels van de Europese cultuur en denkt zo de navelstreng door te kunnen snijden op weg naar een ontkerstende, gedeconfessionaliseerde volwassenheid waarin God noch goddelijk gebod de richting wijzen. De mens is autonoom en wijs genoeg.

De enige symbolen die straks nog mogen zijn de gesneden beelden van public relations gemaakt volgens de laatste bevindingen van de gedrags- en communicatiewetenschappen. De volmaakte mens die met zijn charisma de kudde voor zich inneemt en als zelfgenoegzame herder alle schapen meeneemt op weg naar een betere geseculariseerde toekomst.

Dat klinkt dan weer verdacht veel als een religie; maar dan één zonder God.

Wednesday, April 29, 2009

De 100 dagen Messias

Obama is 100 dagen ‘in office’. Voor velen tijd voor een evaluatie. Journalisten in Amerika zijn vooral uitgeput maar voldaan van al het nieuws dat gegenereerd wordt door deze wervelwind die over Amerika raast met een boodschap van vernieuwing, verzoening en verbroedering.

Een bekende conservatieve blog in Engeland besteedt terecht aandacht aan de vergelijking die zich telkens doet gelden tussen Obama en Jezus. In verschillende media wordt Obama geportretteerd als een nieuwbakken messias die, neerdalend vanaf een hoger niveau van een nieuwe mensheid, gekomen is om niet alleen Amerika maar de gehele wereld aan de hand mee te nemen naar een nieuwe samenleving. We zien Obama met een doornen kroon, Obama die op een ezel Washington binnen komt rijden, etc.

Scary.

De verschillen tussen Jezus en Obama zijn zo groot. En dan bedoel ik niet het feit dat Jezus de geïncarneerde Zoon van God is en een boodschap predikte die veel verder ging dan politieke vernieuwing. Ik heb de ethische verschillen op het oog.

Jezus proclameerde de waarheid, Obama herdefinieert en manipuleert die. Jezus is degene in wie de goddelijkheid lichamelijk woont, Obama maakt een gesneden beeld van zichzelf waarbij het doel de middelen heiligt: een soort Übermensch die een nieuwe wereldvrede aankondigt. Het ‘hoe’ is daarbij niet belangrijk, maar alleen het ‘gevoel’ dat het zo is, de euforie dat alles beter gaat worden. In Jezus worden we verzoend met de Schepper, in Obama ruimt de Schepper het veld om plaats te maken voor de autonome mens die bepaalt wie zal leven en wie niet.

De messiaanse verwijzingen die Obama worden toegedicht vinden geen enkele grond. De doornenkroon verwijst naar het lijden van Christus, terwijl de ezel zijn nederigheid toont. Obama geeft er weinig blijk van door lijden gevormd te zijn en nederige kwaliteiten te bezitten. Hij bezit charisma, dat wel. Dat charisma geeft hem de wind mee van de publieke opinie, maar verdoezelt zijn bereidheid de waarheid ‘een handje te helpen’, wanneer hem dat uitkomt, én zijn extreme abortusstandpunt dat leidt tot een grote toename van moord op ongeboren kinderen.

De messiaanse vergelijking is meer dan ludieke journalistiek en zegt iets over de tijden die we binnen zijn gegaan waarin inhoudelijkheid opgegeven wordt voor uiterlijke schijn. Obama mag dan wel niet de antichrist zijn, hij bezorgt me wel ‘shivers down my spine’.